'Zuivere' tapijten als middel tegen kinderarbeid

De auteur is redacteur India Nu en medewerker Stichting Sauvy (Derde-wereldjournalistiek en interculturele informatie).

HENK BOON

Bittere economische noodzaak, beweren de betrokken Indiase werkgevers. Betekent kinderarbeid voor de armen immers niet een broodnodige aanvulling op het gezinsinkomen? En het levert bovendien economisch voordeel op, want de Indiase industrie profiteert van de lage lonen. Voor de exportsector betekent dit dat men kan concurreren op de wereldmarkt en dat brengt weer de broodnodige deviezen in het laatje.

Een dergelijke redenatie gaat geheel voorbij aan de morele kant van de zaak en bovendien kun je je afvragen of kinderarbeid inderdaad wel zo economisch noodzakelijk en gunstig is. En wat kunnen wij eraan doen?

Het verschijnsel kinderarbeid is alom aanwezig in de Indiase maatschappij. Op het platteland werken kinderen dikwijls al van jongsaf aan mee op het land. Het meest zichtbaar voor de buitenstaander is kinderarbeid in de vorm van de straathandel. Veel kinderen verkopen sigaretten, poetsen schoenen, bieden als porter (bagagedrager) hun diensten aan op stations of helpen bij een theestalletje.

Hemeltergend

Anderen werken als hulpje in de huishouding. Die verdienen vaak niet meer dan een hongerloontje, maar ze zijn verhoudingsgewijs nog goed af vergeleken bij leeftijdgenootjes die werkzaam zijn in sectoren als de glas-, lucifer-, vuurwerk-, bidi- of tapijtindustrie. De arbeidsomstandigheden waaronder deze kinderen - van tien, elf jaar en soms nog jonger - werken zijn vaak hemeltergend. Ze werken bij slecht licht, met gevaarlijke stoffen, in een ongezonde atmosfeer, ze krijgen slecht te eten en hun werkdagen bedragen vaak tussen de twaalf en vijftien uur. Een gedeelte van deze kinderen ontvangt daarvoor zelfs helemaal geen loon omdat hun ouders financieel bij de werkgevers in het krijt staan. Het afstaan van hun kinderen is een veel voorkomende manier om de schulden in te lossen. Deze zogenaamde 'debt bondage' komt neer op regelrechte slavernij.

Hoeveel kinderen er in India werken, is niet precies bekend. Volgens de Indiase regering zijn het er 18 miljoen. Rita Panicker, oprichtster en directeur van de Indiase NGO (non gouvermentele organisatie) Butterflies, een organisatie die straatkinderen ondersteunt, vindt dat cijfer veel te laag. Het regeringscijfer heeft volgens haar alleen betrekking op de kinderen die in de geregistreerde formele sector werken. Als je alle kinderen meetelt die werken op straat of in kleine informele bedrijfjes, in de stad maar zeker ook op het platteland, dan kom je uit op tussen de 44 en 100 miljoen kinderen.

Rita Panicker vermoedt dat het werkelijke cijfer dicht bij die 100 miljoen zal liggen en dat is meer dan de helft van de kinderen. De South Asian Coalition on Child Servitude (SACCS), een overkoepeling van Indiase, Nepalese en Bengaalse organisaties die strijden tegen kinderarbeid schat het aantal werkende kinderen op minstens 55 miljoen.

Dit laatste cijfer komt vrijwel overeen met het aantal volwassen werklozen in India. Kinderarbeid is in ieder geval niet noodzakelijk door een gebrek aan arbeidskrachten. Indiase werkgevers die kinderen in dienst nemen laten zich behalve door de (nog) lagere lonen van kinderen ook leiden door hun mindere weerbaarheid. Formeel mogen kinderen zich nog altijd niet organiseren in een vakbond, hoewel daarin door een recente uitspraak van het hooggerechtshof in New Delhi mogelijk verandering komt.

De gezinnen van de werkloze volwassenen zijn uiteraard veel beter af bij een situatie waarin die volwassenen zelf een inkomen verdienen, dan dat hun kinderen dat moeten doen zoals nu het geval is. Voor veel werkgevers is het voordeel van de lagere lonen in de praktijk vaak twijfelachtig omdat de kinderen ook fysiek zwakker zijn en dus minder produktief dan volwassenen. Voor de Indiase samenleving als geheel leidt kinderarbeid uiteindelijk alleen maar tot de bestendiging van armoede. Arbeid pleegt fysieke roofbouw op de kinderen, met als gevolg gezondheidsproblemen in de toekomst.

Bovendien gaan de miljoenen werkende kinderen niet naar school. Dat leidt op termijn weer tot analfabetisme en een lage arbeidsproduktiviteit. Werkgevers die kinderen in dienst hebben trekken daarmee een wissel op de toekomstige sociaal-economische ontwikkeling van hun land.

Kinderarbeid is veel meer een oorzaak dan een gevolg van armoede. Opheffing van kinderarbeid is dus behalve moreel ook nog eens economisch wenselijk. Dat zou voor de regering Rao, die zich tot doel heeft gesteld de Indiase economie om te vormen tot een moderne markteconomie, toch een steekhoudend argument moeten zijn om eindelijk eens serieus en daadwerkelijk stelling te nemen tegen dit verschijnsel en de wetgeving op dit gebied aan te passen.

Gedwongen

Dat kinderarbeid op macroniveau economisch helemaal niet zo gunstig uitpakt, wil nog niet zeggen dat elke individuele ondernemer er zomaar omheen kan. Soms wordt hij door de omstandigheden haast gedwongen.

Een goed voorbeeld vormt de Indiase tapijtnijverheid, veelal fijn handwerk dat kinderen zeker zo snel kunnen doen als volwassenen. Naar schatting zo'n 300.000 kinderen zijn werkzaam in deze sector. De Indiase tapijten worden vrijwel allemaal naar Europa en de VS geexporteerd.

Begin jaren zeventig schafte de toenmalige Sjah van Iran de kinderarbeid in zijn land af. Het gevolg was dat de Iraanse tapijten duurder werden en een deel van de markt verloren ging. Daarop barstte er een concurrentiestrijd los tussen landen als Nepal, India en Pakistan waardoor de individuele producenten steeds meer gedwongen werden hun toevlucht te nemen tot kostenverlagende kinderarbeid.

Deze omstandigheid is aanleiding geweest voor de SACCS om in samenwerking met Westerse organisaties als Brot fur die Welt een campagne op te zetten die gericht is op de bewustmaking van Westerse politiek en consument, met als doel het wegnemen van de markt voor tapijten die met kinderarbeid zijn vervaardigd. Na jarenlang politiek lobbyen en verschillende mediacampagnes gaan er in de VS inmiddels stemmen op om de import van met kinderarbeid vervaardigde handwerkprodukten wettelijk aan banden te leggen, terwijl ook de Europese Commissie zich heeft uitgesproken tegen de import van (mede) door kinderen gemaakte artikelen.

Markt

Verbieden is een, je kunt ook de markt 'het werk laten doen', en dat is een wijze die beter past binnen het huidige klimaat van handelsliberalisering. Als de consument hier en masse kiest voor 'kinderarbeidvrije' tapijten, dan zal de producent aldaar zich uiteindelijk in eigen vlees snijden als hij kinderen blijft inschakelen in het arbeidsproces.

Nog dit jaar zullen naar verwachting de eerste tapijten met het keurmerk Rugmark op de markt verschijnen: 'gegarandeerd vervaardigd zonder de inbreng van kinderen'. Het woord is aan de Westerse consument.

Gezien het marktsucces van andere 'zuivere' produkten zoals Max Havelaar koffie lijkt het 'Rugmark' wel degelijk een zinvolle bijdrage te kunnen leveren aan de bestrijding van een onacceptabel maatschappelijk verschijnsel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden