Zuinig met energie, royaal met regels

Minister Jacqueline Cramer (Vrom) timmert driftig aan haar reputatie van militant voorstander van energiebesparing. Zachte overreding van de burgers is verleden tijd, harde sancties komen eraan. Helaas struikelt de minister somtijds over haar eigen flinkheid. Dinsdagochtend liet ze in alle journaals weten dat ze gezinnen die meer dan gemiddeld energie gebruiken extra zou gaan belasten, maar nog diezelfde middag gaf ze in de Kamer toe dat ze dat voornemen echt niet had. Een misverstand.

Wél hield Cramer vast aan haar plan de verkoop van gloeilampen binnen vier jaar te verbieden. In plaats daarvan worden spaarlampen ingevoerd die, zoals de naam al zegt, minder stroom verbruiken. Inmiddels is in de media een drukke discussie losgebarsten waaruit blijkt dat spaarlampen tal van nadelen hebben. In NRC Handelsblad van donderdag wist wetenschapsjournalist Theo Richel er niet minder dan twaalf uit zijn mouw te schudden. Zijn verstandige raad: test deze lamp eerst eens goed uit.

Het is de vraag of de belanghebbenden daar wel oren naar hebben. Het kan aan mijn ingebakken wantrouwen liggen, maar ik voel me toch wel wat onbehaaglijk uit de krant te vernemen dat het ministerie van Vrom op dit terrein ’nauw samenwerkt’ met de industrie, vooral met Philips. Sterker nog: lampenfabrikanten in Europa en de VS zijn enthousiast. Allicht: op spaarlampen wordt meer winst gemaakt dan op gloeilampen.

Vermoedelijk verklaart dit ook de sterk toenemende interesse voor ’duurzame’ initiatieven bij projectontwikkelaars. Installatiebedrijven in de bouw, elektronicawinkels en banken – voor zover bekend geen van alle typisch charitatieve instellingen. Nu nog overheidspressie op de consument, en de buit is moeiteloos binnen te halen.

Het plan tot het verbieden van gloeilampen is nog maar het begin van een breed nationaal klimaatbeleid, dat zich zal richten zowel op overheid en bedrijfsleven als op de consumenten. Te vrezen valt dat de consumenten de zwakste positie hebben. Zo stuitten pogingen van de Europese Unie om auto’s schoner te maken al snel op weerstand van de fabrikanten, gesteund door met name de Duitse overheid die over het gevaar van banenverlies klaagde. Dit alles zou overkomelijk zijn indien niet meteen met het lanceren van de Vrom-plannen het beeld opduikt van typisch Nederlands bureaucratisch geknutsel. Ieder huishouden krijgt een hoeveelheid ’vervuilingsrechten’. Gebruikt dat huishouden meer energie of benzine dan de norm, dan moet het daarvoor fors betalen. Wie minder verbruikt, krijgt geld terug.

De plannen moeten natuurlijk nog worden uitgewerkt maar ik vrees het ergste. Hoe verantwoord is het toekennen van vervuilingsrechten, gegeven de vele mogelijke verschillen: in woningbouw, woninggebruik, benodigde huishoudelijke en andere apparaten, frivool of noodzakelijk gebruik van de auto en zo verder? Hoe wordt dit alles gemeten en gecontroleerd? Ik vrees voor een gigantische bureaucratie met ingebouwde willekeur.

Wie zich een voorstelling wil maken van het Haagse gedrocht dat hier – met de beste bedoelingen – wordt ontworpen, zou lering kunnen trekken uit het eindeloos ingewikkelde belastingstelsel, jaarlijks bijgesteld, en voor veel burgers alleen te ontrafelen met behulp van een belastinggids of belastingsconsulent. Omineus is een kanttekening bij de problemen die ’duurzaam wonen’ oplevert; voor de bewoner is er geen beginnen aan, maar ’gelukkig zie je steeds meer samenwerkingsverbanden ontstaan van projectontwikkelaars, installateurs en banken die de consument zorgen uit handen nemen’. (NRC 23 mei) Zorgen uit handen nemen: zo is het natuurlijk ook te formuleren.

Behalve deze microproblematiek is er de vraag naar het effect in ruimer maatschappelijk verband. Het kabinet wil internationaal vooroplopen. Om een voorbeeld te geven: in 2020 moet de uitstoot van broeikasgassen 30 procent lager zijn dan op dit moment. Een nobel voornemen want juist deze gassen dragen sterk bij tot de opwarming van de aarde. Nu wordt deze doelstelling niet alleen uiterst ambitieus genoemd, maar zelfs als ze wordt gehaald, is het effect, mondiaal gezien, volstrekt te verwaarlozen. Juist afgelopen week werd bekend dat de uitstoot van broeikasgassen in de periode 1990-1999 met circa één procent per jaar toenam, maar sinds 2000 met niet minder dan drie procent per jaar.

De verklaring van deze alarmerende toename is simpel: veel ontwikkelingslanden en vooral China, India en Brazilië maken een stormachtige economische groei door en gebruiken daarbij fossiele brandstoffen zoals steenkool, die garant staat voor een formidabele uitstoot van broeikasgassen.

Natuurlijk kunnen wij vroom betogen dat we weer eens voor gidsland spelen, maar effectiever zou het zijn de nieuwe economieën technologische bijstand te geven waardoor de catastrofale mondiale vervuiling van de atmosfeer wordt bestreden waar ze ontstaat. Dit is geen zaak van nationale overheden maar van Europese en Amerikaanse initiatieven. En laat de gloeilampen voorlopig maar met rust.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden