Zuid

De foto van Oscar van Alphen, Het beeld van Berlage op het Victorieplein in Amsterdam, bracht mij in een keer twintig jaar in de tijd terug, zelfs nog iets langer. Op 24 september stond de foto in deze krant, ter gelegenheid van de tentoonstelling Berlage en Amsterdam-Zuid, waarover Dieuwke van Ooij een artikel schreef.

Begin 1972 verhuisden wij, mijn vrouw, twee dochters en ik, van een nieuwbouwwijk in Amstelveen, waar wij het nauwelijks een jaar hadden kunnen uithouden, naar Amsterdam - en wel naar het Victorieplein. Wij kwamen te wonen in de uiterste hoek van dat plein, naast de kleuterschool Het Mierennest. Vanuit het raam van de woonkamer op de tweede verdieping hadden we een fraai uitzicht over het plein. En daar domineerde de wolkenkrabber, met ervoor het beeld van Berlage. Meer dan tien jaar heb ik daar uit het raam kunnen kijken - en ook werkelijk gekeken, want het is een fascinerend plein.

Al op een van de eerste dagen dat we er woonden werd ik op straat aangehouden door een automobilist die vroeg hoe hij bij de Berlaasjebrug moest komen. Berlaasje, dat heb ik nadien heel vaak gehoord (uit de tijd dat ik lid was van de afdeling Zuid-II van de Groningse PvdA herinner ik mij een oude man die steeds over ons medelid Jackie Wallaasje sprak).

Het 'Plan Zuid', waarvan het Victorieplein deel uitmaakt, is volgens Dieuwke van Ooij "nog steeds een van de belangrijkste en leefbaarste stadsuitbreidingen van de twintigste eeuw, omdat de schaal van straten en huizen groot is waar het kan en moet en klein waar nodig" . Uit ervaring van meer dan een decennium kan ik slechts zeggen: zo is het precies. Waar ik ook gewoond heb - in en buiten Nederland zijn dat inmiddels aardig wat plaatsen - nergens heb ik mij zo thuisgevoeld, in de werkelijke zin van dat woord, als aan het Victorieplein in Amsterdam, in die buurt van de stad. Daartoe heeft zeker bijgedragen dat ik de buurt ken als voetganger en fietser. Nadat enkele fietsen gestolen waren ging ik ertoe over een plaats in een stalling te huren. Die was direct links in de Lekstraat, vanuit de Rijnstraat gezien. Elke dag heb ik genoten van de blik in de Lekstraat. Die lange gebogen daklijst van die huizenrij behoort tot de mooiste stadsgezichten die ik ken. Iets van een stedebouwkundige sensatie voor mij had een gang naar het postkantoor in de Waalstraat. Ik liep toe op de wolkenkrabber en voelde mij steeds kleiner worden. Maar als ik het straatje ernaast, de Deltastraat, door was, opende zich daar de intieme ruimte van het Merwedeplein. Ook in omgekeerde richting was dat het geval. Het Merwedeplein loopt toe in een punt en elke keer opnieuw had ik het gevoel nu vast te lopen en niet verder te kunnen. Maar eenmaal door de Deltastraat zag ik het perspectief van de Vrijheidslaan, langs de rug van Berlage zelf. Voor iemand die zoiets kan bedenken voel ik oprechte bewondering. De blik op de Vrijheidslaan stemde helemaal tot tevredenheid als aan het einde van het perspectief, even verder dan de Berlagebrug, een trein voorbij kwam.

De kwaliteit van een woonbuurt hangt niet alleen af van de wijze waarop de omgeving vormgegeven is, ook van de voorzieningen en van de mensen die er wonen. Kijkend uit het raam van de woonkamer zagen wij de trams aan- en afrijden. Als lijn 25 uit de Churchilllaan het Victorieplein opboog nam de tram even de vorm van een banaan aan. Ik weet nog hoe opgetogen ik was toen ineens een nieuwe tramlijn bleek te bestaan: 12. Rond het middernachtelijk uur, als al die trams naar de remise in de Lekstraat gingen, meestal met hoge snelheden, omdat de bestuurders naar huis wilden, heb ik veel tijd voor het raam doorgebracht. 's Morgens vroeg, als de trams uit de remise kwamen en met schurende geluiden de Rijnstraat inbogen, ben ik vaak wakker geworden.

De buurt kende ook een dorpse intimiteit. Er waren enkele vaste punten waar 'men' zich trof. 's Morgens, bij het begin van de werkdag, was dat de krantenwinkel in de Rijnstraat. Vluchtig werd daar even het nieuws van de dag doorgenomen, naar aanleiding van de koppen in de kranten die daar, in een groot assortiment, verkrijgbaar waren. Daar werden voor mij ook alle mogelijke kranten bewaard als ik een tijd de stad verlaten had. Aan het eind van de dag was de boekhandel van Favie, schuin tegenover de krantenwinkel, een trefpunt. Ik heb ervaring in het bezoeken van boekhandels, maar een curieuzere als die van Favie ken ik niet. Vaak heb ik meegemaakt dat een stem, vanachter een metershoge stapel, zei: "Ik heb iets interessants voor u gevonden" . En dan had de boekverkoper de klant nog niet eens gezien. Altijd had hij wat van belang, omdat hij precies wist wat zijn goede klanten bezighield.

Veel later op de avond was daar de avondwinkel van Albert A. Verschuur, die met zijn vrouw, beiden gekleed in een witte jas, dit sociaal trefpunt bestuurde. Een hoger niveau van respect voor de klant kan niet bestaan hebben als in die winkel. De droefenis in de buurt was groot toen zij besloten ermee op te houden. Toen ik er de laatste keer kwam zei hij, enigszins vormelijk: "Ik dank u voor uw klandizie" .

Dan was er nog een sigarenwinkel annex kiosk op de hoek van de Vrijheidslaan en de Vechtstraat. Toen ik op een avond in december 1973, uit het Amstelstation komend, nog net voor sluitingstijd daar iets wilde halen stond voor het pand een zwijgende menigte die gadesloeg hoe de echtgenote van de winkelier in een ambulance werd gedragen. Even tevoren had daar een roofoverval plaatsgevonden, met gruwelijke gevolgen. Na de aanvankelijke stilte verkeerde de buurt dagen erna in een grote opwinding. Misdaad bleek geen abstract begrip, maar had ons, buurtbewoners, in de ziel getroffen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden