Zuiderzeelijn wordt het volgende debacle

Gaat het parlement lering trekken uit de bevindingen van de commissie-Duivesteijn? De aan te leggen Zuiderzeelijn is een mooie toetssteen. Maar ook hier lijkt het erop dat parlement en kabinet liever ten hele dwalen dan ten halve keren.

H. van Gent en E. Verhoef

De Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten onder voorzitterschap van Adri Duivesteijn gaat aanbevelingen doen. Nu al zijn zeven lessen te trekken voor de Zuiderzeelijn, een snelle treinverbinding tussen Schiphol/ Amsterdam en Groningen.

Les één die we uit de verhoren kunnen trekken is dat 'nut en noodzaak' van een project wél vast moeten staan voordat de overheid zich erop vastlegt. Klinkt simpel. Maar het is toch ook nu weer fout aan het gaan. En Nederland staat er weer bij en kijkt ernaar. Gerenommeerde onderzoekbureaus als het NEI en het CPB hebben becijferd dat alle varianten van de Zuiderzeelijn zowel bedrijfseconomisch als maatschappelijk economisch onrendabel zullen zijn. Toch richt de discussie zich nu niet op de vraag óf er een nieuwe verbinding moet komen, maar wélke. Liever ten hele gedwaald dan ten halve gekeerd dus.

Het politieke excuus ligt al klaar. Minister Peijs geeft toe zelf niet voor de lijn gekozen te hebben, maar ja: ,,De overheid moet betrouwbaar zijn. Alle grote partijen hebben het Noorden keer op keer beloofd dat er een snelle verbinding moet komen. Dat proces is ingegaan en dat loop ik nu af.'' Blijkbaar is afblazen in dit geval niet meer mogelijk (echt niet?). Wat kunnen we daaruit leren? Les twee: bestuurders mogen opvolgers niet opzadelen met harde beloften waarvoor ze zelf binnen hun ambtsperiode geen verantwoordelijkheid kunnen nemen.

Les drie: tot een goed gekozen point of no return moet altijd de mogelijkheid blijven bestaan om een project dat onder studie is af te blazen. Maatschappelijke rentabiliteit is redelijk objectief vast te stellen en zou altijd voldoende reden moeten kunnen vormen. Les vier trekken we ook direct maar: niet-onderbouwde kretologie als 'strategisch belang' wordt taboe, en wie meent dat elke investering in infrastructuur automatisch tot economische groei leidt, gaat eerst op excursie naar de Eemshaven in Delfzijl of de Ceres Terminal in Amsterdam.

Inachtneming van deze lessen hadden ons bij de Betuwelijn heel wat ellende (en miljarden) bespaard. Bestuurlijke verantwoordelijkheid betreft dus niet alleen het wél invoeren van bepaalde maatregelen wanneer die aantoonbaar nodig zijn. Het betreft juist ook het afblazen van níet gewenste maatregelen en projecten. Dus: monitoren van 'nut en noodzaak' zolang er nog een weg terug is.

Maar goed, de trein dendert dus ook nu dóór. Wat kunnen we dan de komende jaren verwachten? Hoogstwaarschijnlijk kostenoverschrijdingen ten opzichte van de projectbegroting die in de Kamer goedgekeurd moet worden. Regionale bestuurders tellen hun knopen en bedingen zoveel mogelijk 'toeters en bellen'. Tweede-Kamerleden, die ook maar afhankelijk zijn van electorale steun, blijken niet altijd immuun voor dergelijke verzoeken. Een van de nadelen van een democratie is dat vanwege lobby's en belangengroepen niet altijd het algemene maatschappelijke belang zo goed mogelijk gediend wordt. Dus moet de besluitvorming beschermd worden tegen dergelijke invloeden.

Les vijf luidt: pas een definitieve beslissing nemen en beginnen met bouwen als het hele project binnen de begroting is aanbesteed. Les zes: het budget dat bij de definitieve besluitvorming wordt vastgesteld, is bindend, en omvat een verplichte post 'onvoorzien' waarop alléén een beroep mag worden gedaan na goedkeuring van de Kamer. En als het geld op is, maar het project nog niet af? Welnu, je moet prikkels dáár leggen waar ze het best werken. Het verantwoordelijke ministerie moet dan zelf bijfinancieren. Hopelijk geeft dat voldoende reden om realistisch en behoudend te begroten.

De besluitvorming rond de Betuwelijn, en de openbare verhoren, leren dat kamerleden vooral van de minister informatie willen. Er wordt geklaagd over het achterhouden van kritische rapporten. Dat lijken krokodillentranen. Zeer regelmatig hebben de afgelopen jaren, vaak juist vlak voor belangrijke debatten, allerlei deskundigen die kamerleden van gratis, bondig en helder advies voorzien. En hoewel wij het natuurlijk erg fijn vinden om tijdens de verhoren opeens te horen dat een opiniestuk van onszelf over de Betuwelijn in 1998 met instemming werd gelezen, hadden we liever gezien dat er iets mee gedáán was. Les zeven luidt: kamerleden mogen zich niet formeel afhankelijk maken van informatie vanuit het kabinet, maar hebben de morele plicht om kennelijk breed gedragen en publiek gemaakte bezwaren vanuit de onderzoekswereld te toetsen en serieus te nemen.

Zeven eenvoudige lessen. Zou het helpen? Ach, misschien horen we in 2010 bij een nieuw parlementair onderzoek nog eens dat ook dit stuk in 2004 met instemming werd gelezen...

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden