Zuid-Korea zeurt terecht

AMSTERDAM - Zitten ze in Zuid-Korea te zeuren of gaat het er echt slecht met de economie? Het economische groeipercentage van 6,8 bleef vorig jaar weliswaar achter bij 1994 en '95 toen het op op 9 à 10 lag. Maar 6,8 is naar Europese of Noord-Amerikaanse maatstaven nog altijd zeer hoog.

PETER VAN LAKERVELD

Slecht gaat het zeker niet. De werkloosheid komt niet boven de twee procent uit. Toch maakt het land zich terecht zorgen. Zuid-Korea is de status van ontwikkelingsland ver ontgroeid. In dertig jaar steeg het inkomen per hoofd van de bevolking van 5 000 tot 10 000 dollar tegen 18 000 in Nederland. In koopkracht zijn de inkomens de laatste twintig jaar verzesvoudigd. In veel opzichten is de economie echter nog ingericht, als ware Zuid-Korea een land dat het van lage lonen moet hebben.

De nadruk ligt bijvoorbeeld bij de zware industrie. Zuid-Korea heeft ruim 27 procent van de wereldscheepsbouw in handen, vijf procent van de automobielindustrie, eveneens vijf procent van de staalproductie en de petrochemie, en zes procent van de textielnijverheid.

Grote vier De uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling liggen naar verhouding echter slechts op een derde van het niveau in Japan, Duitsland of de Verenigde Staten. Voor een land dat het in de toekomst niet meer kan hebben van laag geprijsd aanbod, maar dat op kwaliteit en inventiviteit met andere landen moet concurreren, is dat veel te weinig.

Een ander punt is de gebrekkig werkende geld- en kapitaalmarkt. De banken lenen voornamelijk geld uit aan de chaebols, dat zijn grote concerns die zich met van alles en nog wat bezighouden.

De grootste vier, Samsung, Hyundai, Daewoo en LG, zijn samen goed voor de helft van de Zuid-Koreaanse export en een derde van de omzet van het totale bedrijfsleven. Vanwege het enorme belang voor de vier, vindt de overheid het prima dat bankleningen overwegend bij deze ondernemingen terechtkomen. Bovendien lopen er allerlei persoonlijke lijntjes tussen regering en grote ondernemingen.

Daar heeft ook Hanbo van geprofiteerd, het staalbedrijf, dat eind vorige maand failliet ging. Hanbo had omgerekend elf miljard gulden geleend en oppositiepartijen zeggen dat leden van de regeringspartij de banken onder druk hebben gezet om in ruime mate kredieten te verschaffen. Topman Chung Tae-soo van Hanbo wordt ervan beschuldigd hoge regeringsfunctionarissen te hebben omgekocht of althans pogingen daartoe te hebben gedaan. Kennelijk was hij kind aan huis op de ministeries in Seoul.

Aanzienlijk minder gemakkelijk toegang tot kredieten heeft het Koreaanse midden- en kleinbedrijf. Dat kan moeilijk aan geld komen bij de banken die lenen aan concerns als Samsung veel veiliger vinden. En als de kleinere bedrijven dan toch eens aan bod komen, moeten ze meer dan 11 procent rente betalen; een absurd percentage, afgezet tegen de gematigde inflatie van 4 à 5 procent en het zeer lage peil van de rente, wereldwijd.

Illustrerend in dit verband is het verhaal dat het weekblad Far Eastern Economic Review onlangs publiceerde over de pianoproducent Samick. In zijn branche langzamerhand een van de grotere bedrijven in de wereld met 3 500 werknemers, maar in verhouding tot de chaebols toch een dwerg.

Om dichter bij de top te komen en daarmee toegang te krijgen tot de privileges van de grote concerns, verbreedde Samick de activiteiten tot de handel in meubels, textiel en diepvriesvoedsel. De geforceerde groei met torenhoge rentelasten, brak het bedrijf op.

En Samick was niet de enige. Want zelfs in de economische topjaren 1994 en '95 was het aantal faillissementen in het midden- en kleinbedrijf groot.

Als er één onderwerp is waar niemand om heen kan bij de verouderde economische structuur, dan zijn het de arbeidsverhoudingen. De recente stakingen waren onder meer gericht tegen soepeler ontslagprocedures. Maar veel economische deskundigen zeggen dat het hard tijd werd de wet te veranderen; de verhoudingen waren volkomen verstard.

De oude arbeidswet dateerde van 1953, van net na de Koreaanse oorlog. Mede door de nog sterk levende angst voor het communisme, werd het in die wet voor werkgevers vrijwel onmogelijk gemaakt mensen te ontslaan.

Het gevolg was dat de chaebols die niemand ontsloegen, voortdurend naar nieuwe arbeidsterreinen zochten om mensen aan het werk te houden. De productiviteit nam nog wel toe, maar bleef toch achter bij de sterk stijgende lonen.

Vakbondsvrijheid Inderdaad kwam er een nieuwe arbeidswet. Op 26 december om zes uur 's ochtends buiten de oppositie om door het parlement gejaagd. Maar de verwachte grotere vakbondsvrijheid als tegenwicht voor de soepeler ontslagregeling, door de Oeso als eis gesteld bij de toelating van Zuid-Korea als lid, werd vijf jaar uitgesteld. Toen sloeg de vlam in de pan.

De Zuid-Koreaanse regering zag in dat er wat moest gebeuren, ook al door de slechter wordende economische kerncijfers, zoals de groei en de export. De ineenstoring van de wereldmarkt voor chips (Zuid-Korea neemt een kwart van de wereldproductie voor zijn rekening) baart zorgen. Maar met zijn nieuwe wet reageerde president Kim Young-san uiterst autoritair. Niet alleen in de economische structuur, maar ook op weg naar een normale democratie heeft het Aziatische land nog een eind te gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden