Zuid-Amerika nog niet aan 'schone handen' toe

LIMA - Nu het Braziliaanse Hooggerechtshof oud-president Fernando Collor de Mello wegens gebrek aan bewijs heeft vrijgesproken van corruptie, rijst de vraag wat de kansen zijn voor corruptiebestrijding in Zuid-Amerika. Degenen die zich inspanden om Collor voor de rechter te brengen, hebben inmiddels hun bekomst. “We leverden een vrachtwagen vol bewijsmateriaal en nu wordt hij (Collor) vrijgesproken”, zei een verontwaardigde senator Pedro Simon van de parlementaire onderzoekscommissie tegen de oud-president.

Voor Collor zelf lijkt de kwestie 'goed' afgelopen, drie andere Zuidamerikaanse ex-presidenten lopen nog de kans om binnenkort in de gevangenis te belanden voor gesjoemel met miljoenen overheidsgeld. Een vijfde kan de cel indraaien op beschuldiging van contacten met de drugmafia.

De afloop van de zaak Collor versterkt het vermoeden dat de rechtszaken tegen de beschuldigde ex-staatshoofden waarschijnlijk ook met een sisser aflopen. In die zin is er in Zuid-Amerika nog geen sprake van een echte anti corruptiecampagne 'schone handen' zoals in Italië.

Maar toch is de tijd voorbij waarin caudillos hun gang maar konden gaan omdat het volk vond dat ze behalve roven ook goed deden ('roba pero hace'). Regeringen van nu bezuiden de Rio Grande moeten steeds meer rekening houden met de gewone man. Want die mort steeds luider bij de wetenschap dat hij moet rondkomen van een hongerloontje terwijl de machthebbers met overheidsgeld de zakken vullen.

Fernando Color de Mello werd beschuldigd van passieve corruptie en werd eind 1992 door het parlement op verdenking van fraude naar huis gestuurd.

De Venezolaanse volksvertegenwoordiging deed een half jaar later hetzelfde met Carlos Andres Perez. Ook diens rechtzaak, ook vanwege gesjoemel met in zijn geval 17 miljoen dollar overheidsgeld, begint binnenkort. Beide historische zaken zijn een duidelijk bewijs van de veranderde mentaliteit in de regio.

Ook tegen Perez' voorganger Jaime Lusinchi is een proces aan de gang, evenals tegen de Peruaanse ex-president Alan Garcia (1985-1990), al spelen in het laatste geval tevens politieke motieven van de huidige regering een rol. Maar ook in deze beide gevallen gaat het om onrechtmatig graaien in de staatskas.

Een ander hoofdstuk is de Boliviaanse ex-president Jaime Paz Zamora (1989-1993). Deze is beschuldigd van het destijds onderhouden van relaties met de drugmafia. En de Boliviaanse oud-dictator Luis Garcia Meza (juli 1980-augustus 1981) belandt vermoedelijk binnenkort alsnog achter de tralies voor zijn toenmalig terreurbewind en nauwe banden met de drughandel.

De in eigen land tot 30 jaar celstraf veroordeelde Meza (62), werd in maart van dit jaar in Brazilië aangehouden. De Braziliaanse president, Itamar Franco, keurde in oktober de uitlevering van Meza aan Bolivië goed.

De eis van de gewone Zuidamerikanen dat de corruptie nu eindelijk daadwerkelijk moet worden aangepakt, komt ongetwijfeld doordat een groot deel van de vroegere middenklasse in deze landen er door de jarenlange economische crises - mede veroorzaakt door wanbeleid en fraude - er flink op achteruit gegaan is.

“Corruptie is een van de grootste bedreigingen voor de prille democratie in Latijns-Amerika”, waarschuwde eind november in Sao Paulo de Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa.

De nieuwe vrij verkozen regeringen in de regio beseffen dat ook. Zij weten eveneens dat het opkrikken van de belastinginkomsten en het aantrekken van meer buitenlands kapitaal, essentieel voor het welslagen van hun economische herstelprogramma's, alleen lukt als de corruptie echt de kop in wordt gedrukt.

“Er zijn nog overblijfselen van corruptie maar we proberen deze te elimineren”, verwoordde de zelf ook niet tot op de graad zuivere Argentijnse president Carlos Menem onlangs de houding van de huidige regimes in de regio.

De Peruaanse jurist Diego Garcia Sayan, directeur van de Comisiòn Andina de Juristas, een onafhankelijke organisatie van juristen uit zes Andes-landen verwacht buiten retoriek weinig tastbaars van de corruptiebestrijding.

Als voorbeeld neemt hij zijn eigen land. Daar treedt president Alberto Fujimori niet op tegen een generaal die volgens recente verklaringen van vier andere hoge militairen met de drughandel samenwerkte en zelfs met legerhelikopters drugtransporten liet uitvoeren.

Ook over Fujimori's meest naaste adviseur, Vladimir Montesinos, doen al jaren hardnekkige geruchten de ronde over diens banden met de drughandel. Ook worden meerdere leden van Fujimori's regering genoemd als medeplichtigen van een bankschandaal waarbij 175.000 kleine spaarders hun spaarcenten kwijtraakten.

En duizenden militairen en politiemannen in het land lopen rond met documenten die hun in staat stellen bij de presidentsverkiezingen in april hun stem uit te brengen, terwijl de grondwet hen dat verbiedt.

In het buurland Colombia zijn er duidelijk aanwijzingen dat de verkiezingscampagne van Colombia's nieuwe president Ernesto Samper voor een deel is gefinancierd door het drugkartel van Cali. Bovendien wordt het land door vooraanstaande Colombianen zelf bestempeld als een narco-democratie waarin het staatsbestel in hoge mate is geïnfiltreerd door de drugmafia.

In Mexico lijkt de drughandel op grote schaal de al zestig jaar aan de macht zijnde regeringspartij PRI te hebben geïnfiltreerd. Zowel de moord in maart op presidentskandidaat Luis Donaldo Colosio en de moord op 28 september op PRI-secretaris Francisco Ruiz Massieu zou daar mee te maken hebben.

In Brazilië wordt nog meer geknoeid. De gouverneursverkiezingen in de staat Rio de Janeiro moesten op 15 november worden overgedaan vanwege massale stembusfraude bij de eerste ronde op 3 oktober.

En zelfs de socialistische presidentskandidaat Luis Inancio Lula da Silva, gaf als verliezer achteraf doodgemoedereerd toe dat bedrijven die betrokken waren bij corruptieschandalen ook zijn campagne hadden gefinancierd. In het buurland Paraguay wordt door een commissie van het congres momenteel ook onderzocht of er bij de presidentsverkiezingen van 1992 met de stembusuitslag is geknoeid ten gunste van de winnaar, Juan Carlos Wasmosmy.

Ook de trend in de regio van de verkoop van staatsbedrijven geeft volgens Sayan aanleiding tot nieuwe gevallen van corruptie. Het privatiseringsproces is niet altijd doorzichtig en niet zelden komen dergelijke bedrijven uiteindelijk in handen van vriendjes van de machthebbers. Vooral in Argentinië zou hiervan sprake zijn. Het liberaliseren van de kapitaalmarkten vergemakkelijkt volgens hem bovendien het witwassen van narco-dollars.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden