ZUID-AFRIKA GEEFT WEINIG OM ZIJN MENSEN

'Waarheid en verzoening' is het thema van de bijeenkomst die Trouw en Kerken in Aktie vandaag houden in de Utrechtse Janskerk. Centraal staat de vraag hoe de bevolking van een land waar hevige conflicten woedden, met het verleden in het reine kan komen. Fred de Vries, correspondent voor Trouw in Zuid-Afrika, houdt een inleiding over het verzoeningsproces in dat land. De Vries, die na drie jaar terugkeert naar Nederland, komt bij zijn afscheid tot de slotsom dat Zuid-Afrika nog een schier eindeloze weg heeft af te leggen. De raciale eenwording blijft voorlopig een utopie, 'somewhere over the rainbow'. Sommige namen zijn om privacyreden veranderd.

Christine is een jonge vrouw die sinds de Zuidafrikaanse verkiezingen van vorig jaar april als persoonlijk assistent werkt voor een van de nieuwe ministers. Ze woont in Yeoville, de enige wijk in Johannesburg met een bohemien karakter, waar wit en zwart onbekommerd door elkaar wonen. Nog niet samen, meer wel in dezelfde flats. Bovendien doen ze hun boodschappen in dezelfde winkels. En dat is voor Zuidafrikaanse begrippen al vrij uniek.

Ondanks haar vorstelijke nieuwe salaris is Christine in Yeoville blijven wonen. Dit in tegenstelling tot vele anderen die nu tot de nieuwe nomenklatura behoren en hun alternatieve onderkomens en levensstijl uit de dagen van 'the struggle' hebben ingeruild voor zwaar beveiligde minipaleizen in suburbia. “We hebben al die jaren niet voor niets gevochten,” luidt steevast de vergoeilijking.

De andere gasten vanavond zijn Andrea en haar man Paddy. Andrea werkt voor de progressieve ontwikkelingsorganisatie. Paddy zit in het bedrijfsleven en doet iets met veiligheidsbeglazing. En dan is er Stef, de onverschrokken Afrikaner radiojournalist die bij Christine inwoont. Als we binnenkomen is hij nergens te bekennen. Een uurtje later strompelt er iets uit een slaapkamer, verfromfraaid en stinkend naar drank. “Waar is die fokken champagne?”, mompelt Stef, om ons de rest van de avond te vermaken met bittere, dronken tirades over Johannesburgs nieuwste plastic shoppingmall aan een kunstmatig meer en over het radiostation waarvoor hij werkt, dat sinds de verkiezingen een steeds conservatievere koers is gaan varen - zoals heel liberaal blank Zuid-Afrika.

Het wordt een genoeglijke avond. Van een paar pistoolschoten in de omgeving kijkt niemand op. Stef wordt dankzij drank en dope nog grover. En het samenzijn eindigt, geheel voorspelbaar, in algehele dronkenschap en het idee om nog even uit te gaan in Johannesburg. “De keuze”, glimlacht Christine fijntjes, “is tussen een café vol trendy blanke 'lefties' en een cafe vol trendy zwarte 'lefties'.”

Zie hier onder het vergrootglas van Johannesburg het zo bejubelde nieuwe Zuid-Afrika, Desmond Tutu's 'rainbow nation'; in een stad met een geschatte zes miljoen inwoners is voor de progressieve Jo'burgers de keuze om onbezorgd uit te gaan beperkt tot twee trendy cafés, het ene vooral bezocht door zwarten, het andere door blanken. Het alternatief is een van de drinkgelegenheden in de shoppingmalls, waar verwende kinderen van de gegoede blanke suburbans rondhangen, hunkerend naar de cocaïne waarmee Johannesburg het laatste jaar is overspoeld. Daarnaast zijn er de clubs en disco's waar de rugbyjongens graag wat tanden uit je mond slaan als je net iets te lang naar hun immer rondborstige vriendin kijkt.

Voor de zwarte Zuidafrikanen zijn er louche tenten in de binnenstad, of holen in de townships waar stomdronken worden de ongeschreven wet is. Jaren geleden begaven blanke 'lefties' als Stef en Christine zich ook nog wel eens naar die township-'shebeens' en 'taverns', waar in de jaren vijftig de Zuidafrikaanse jazz werd geboren. Maar sinds de gangsters in de townships volledig de dienst uitmaken, is de kans dat je ongeschonden uit zo'n nachtelijk avontuur terugkomt, te klein. Bovendien hebben de 'shebeens' sinds het geweld van de jaren tachtig veel van hun charme verloren.

Integratie heeft in het nieuwe Zuid-Afrika nog een eindeloze weg te gaan; de kleuren van Tutu's regenboog zijn nog niet versmolten. Voorlopig blijft die raciale eenwording een utopie, 'somewhere over the rainbow'. Dat heeft veel te maken met een infrastructuur die absoluut niet regenboog-bevorderend werkt. Het concept van de stad als smeltkroes van culturen en ideeën bestaat in Zuid-Afrika niet. Het blanke leven speelt zich af achter de met gebroken glas beveiligde muren en de geëlektrificeerde hekken van de suburban-villa's en in van de Amerikanen afgekeken shoppingmalls. Het zwarte leven beperkt zich tot de onveilige, criminele binnenstad en de townships die onvermijdelijk het predikaat 'stoffig en troosteloos' meekrijgen en kilometers van de blanke suburbs verwijderd liggen. Intermenselijk contact wordt zo veel mogelijk vermeden door het gebruik van de auto, die je zelfs nodig hebt om ergens een kopje koffie te gaan drinken. Gemengde stellen kun je beter in Amsterdam, Rotterdam, Londen of Parijs gaan zoeken.

Dat verontrustende beeld geldt niet alleen voor Johannesburg, maar net zo goed voor Pretoria, Durban, East London, Port Elizabeth en Bloemfontein. En ook voor het zogenaamd liberale bolwerk Kaapstad, waar je 's avonds nog wel wat leven op straat hebt, maar waar de zwarten en in mindere mate de kleurlingen door de Tafelberg netjes van de blanken gescheiden worden gehouden. Wonen in Zuid-Afrika kan mooi zijn; zwembaden en uitzinnige tuinen vergoeden veel. Maar het is niet leuk en zeker niet gezellig.

Natuurlijk, er is de afgelopen jaren enorm veel veranderd in het land. Er is democratie. De regering is eindelijk een redelijke afspiegeling van de bevolking. En ieder zichzelf respecterend bedrijf neemt zwarten in dienst, ook al blijven de blanke directeuren de beslissingen nemen. Langzaam maar zeker ontstaat er een zwarte middenklasse, de buffer tegen de opstand van het gepeupel dat in steeds grotere getalen rond de stad neerstrijkt. Overal verrijzen de golfplaten onderkomens, de stedelijke puisten die wel uitgeknepen kunnen worden maar dan onvermijdelijk ergens anders weer tevoorschijn komen.

De veranderingen hebben vooralsnog alleen de lak van apartheid weggekrast. De ziel is nog springlevend. Blanke Zuidafrikanen blijven meesters in de verziekende punchline. Onze buurman Kevin, een man van in de vijftig, leent graag zijn gereedschap uit. Hij is uitermate behulpzaam en vriendelijk. Totdat de zwarten ter sprake komen. 'Savages!,' sist hij dan verbeten, net als zijn voorvaderen, de Britse kolonisten uit de negentiende eeuw.

Een ander voorbeeld. Onlangs gingen we 'hiken' in de Drakensbergen, een van de prachtigste stukjes Zuid-Afrika. Heerlijk eten, fantastische wandelingen - een Hof van Eden. Tot je gaat betalen. De receptionist zit aan de telefoon. “Sorry”, zegt ze als ze de haak erop legt. “Ik was mijn tijd aan het verspillen. Ik praatte met een zwarte.”

Maar voor al dat misselijk makende en diep gewortelde racisme zijn er volop ontroerende momenten, die het zo moeilijk maken Zuid-Afrika te haten. De bedelaars die je al bedanken als je hen niet als oud vuil behandelt. De gastvrijheid van de Afrikaners op het platteland. De oprechte warmte van de zwarten in de rurale gebieden. De uitzonderlijke veerkracht van de township-vrouwen wier mannen en zoons zijn vermoord en die zelf iedere dag de kans lopen verkracht te worden en daarom na zes uur 's avonds de deur niet meer uitkomen. En natuurlijk Nelson Mandela, St. Nelson, de man die door iedereen op handen wordt gedragen, het broze cement der natie. Zonder hem zou de Zuidafrikaanse revolutie zich heel anders hebben voltrokken.

Maar Mandela heeft niet het eeuwige leven en zijn regering staat voor een ondoenlijke taak. Het besef dringt nu door dat er voor de zwarte massa's op korte termijn echt heel weinig zal veranderen. De regering heeft miljoenen banen en huizen beloofd. Het allesomvattende Reconstrution and Development Plan (RDP) zou daar voor zorgen. Vorige maand gaf het ANC toe dat de implementatie van dit RDP veel moeizamer was dan in eerste instantie was voorzien. De plannen verzandden in een brij van goede bedoelingen, gebrek aan daadkracht en corruptie. De oude Afrikaner bureaucratie die er nog steeds zit, bleek bovendien een niet te nemen hindernis. De onthutsende corruptie en criminaliteit zijn de nieuwste vijanden, vijanden die geen kleur hebben.

Een reis door de provincies leert dat in KwaZulu/Natal de ontwikkeling door de voortdurende sluipoorlog tussen Inkatha en het ANC en de niet functionerende provinciale Inkatha-regering zelfs geheel tot stilstand is gekomen. Fabrieken sluiten er, in plaats van dat er nieuwe investeringen worden aangetrokken. Vluchtelingenkampen verrijzen.

In het ANC-bolwerk de Oostkaap, met de voormalige thuislanden Transkei en Ciskei, is de situatie minstens even schrijnend. Niet zozeer door geweld (hoewel de criminaliteit die hier voorheen nauwelijks voorkwam, akelig snel groeit) maar door de jarenlange corruptie, de lethargie van de thuislandambtenaren die net als hun Afrikaner collega's mochten blijven, en het apartheidsdenken dat de thuislanden alleen als goedkope arbeidsreservoirs zag en ontwikkeling daarom maar vergat. Een vergelijkbare situatie doet zich voor in de Noord-Transvaal dat met de Oostkaap wedijvert over waar de toestand het meest uitzichtloos is.

Wanneer je deze stukken Zuid-Afrika ziet, die in armoede niets onderdoen voor de rest van Afrika, behalve dat de zwarten hier nauwelijks land bezitten, verliest de euforie van de verkiezingen en de inauguratie van Mandela haar betekenis, ook al was dit dè gebeurtenis van de jaren negentig.

Vervolg op pagina ZZ 3

ZUID-AFRIKA GEEFT WEINIG OM ZIJN MENSEN VERVOLG VAN PAGINA ZZ 1

Wat is er toch gebeurd met al die tranen van hoop die iedereen toen de vrije loop liet? Of waren het tranen van vermoeidheid, van opluchting, van de ontlading na alle spanning die aan de verkiezingen vooraf was gegaan? Misschien is het allemaal wel veel te snel gegaan. Voor iedereen.

Ook terug in Nederland blijkt het onmogelijk om de wervelwind van gebeurtenissen in Zuid-Afrika objectief te zien, laat staan beschrijven. Alles kleurt de perceptie. Goed en kwaad zijn onontwarbaar. Vanaf mijn eerste dag in Pretoria, drie jaar geleden. De verbijstering dat een zwarte die toen in een café aan mijn tafeltje kwam zitten, werd weggestuurd. Misschien was het gewoon een lastige gek. Misschien was het omdat hij zwart was.

Enkele dagen later toonde de televisie de beelden van de slachting bij Bisho, die volgde op de slachting bij Boipatong, die volgde op de slachting van... Natuurlijk kregen we een gecensureerde versie voorgeschoteld. De staatsomroep SABC was toen nog een instrument van de Nationale Partij. Maar de beelden waren onthutsend genoeg.

Daarna ging alles in duizelingwekkend tempo. Codesa, de meerpartijenonderhandelingen, kwam weer op gang, afwisselend mèt, zonder en mèt Inkatha. De communistenleider Chris Hani werd voor zijn huis doodgeschoten door een Poolse anti-communistische migrant. Ziedende massa's trokken plunderend door de steden, maar de verwachte burgeroorlog bleef uit. Of bleef in elk geval beperkt tot de townships in de Oost-Rand. Elke dag was het daar de vraag hoeveel lijken er nu weer langs de weg of in de dorre velden zouden liggen.

Vaak waren de overwerkte en overspannen mensen van Peace Action en het National Peace Secretariat bereid ons mee te nemen om samen de verhalen van de nabestaanden op te tekenen - verhalen die nu ergens verstoffen. Lijken die we tegenkwamen, werden toegedekt. Cijfers verloren alle betekenis. “Bij politiek geweld zijn het afgelopen weekend in Katlehong veertig doden gevallen”, klonk het over de radio. En wij maakten een grimas, alsof de impact van de berichten kon worden afgeschud als roos van de schouders. Dag in dag uit.

De fascistische Afrikaner Weerstandsbeweging stormde Codesa binnen met een pantserwagen en probeerde daarna het thuisland Bophutatswana te bezetten, hetgeen resulteerde in tientallen doden en de onthutsende televisiebeelden van de executie van drie AWB'ers die eerder wild om zich heen schietend door de stad waren gereden. Moord of gerechtigheid?

En in KwaZulu/Natal bleef het moorden maar doorgaan. Inkatha-doodseskaders konden hier ongehinderd opereren. De ANC-jeugd raakte dankzij de training door teruggekeerde ANC-guerrilla's net zo bedreven in het gebruik van machinegeweren en vocht en moordde verbitterd terug. Een gelaagde oorlog met wortels in de Zulu-tradities. Een oorlog waar armoede, onwetendheid, wraakzucht, vetes in hostels in Johannesburg en hekserij een minstens even belangrijke rol spelen als politieke geschillen. Een niet te ontrafelen oorlog, die ook na de verkiezingen na een korte adempauze weer gewoon voortging, inmiddels al weer zo hevig dat de regering troepen naar de provincie heeft gestuurd.

Zo'n niet aflatende opeenstapeling van spanning en geweld laat niemand onaangetast. Elke Zuidafrikaan is een beetje getikt. Fotograaf Kevin Carter maakte wel eens foto's voor mij. Carter was, zoals vele Zuidafrikanen, verslaafd aan de adrenaline. “Als hij ruzie met zijn vriendin heeft, gaat hij naar de meest gewelddadige townships om daar te fotograferen”, vertelde een collega. Kort na de verkiezingen, toen de rust in de Oost Rand townships eindelijk was terugekeerd, kreeg Carter een prestigieuze internationale prijs voor zijn foto's. Niet lang daarna verscheen er een kort berichtje in de kranten. Carter had zelfmoord gepleegd. Alleen een bekend Amerikaans opinieblad besteedde ruime aandacht aan Carters tragedie. Zuid-Afrika hield zich akelig stil.

De fotografen hebben het überhaupt niet best gedaan. Kevins collega Steve Hilton-Barber zocht zijn toevlucht tot heroïne en cocaïne. En hun vriend Ken Oosterbroek werd vlak voor de verkiezingen bij het geweld in de Oost-Rand doodgeschoten.

En dan zijn er al die andere getalenteerden dat het tegen apartheid, het conservatisme en het geweld moesten afleggen. Zij die net als Carter in Zuid-Afrika veel te weinig erkenning kregen. Onbeduidende namen zijn het, die nooit de annalen zullen halen. Journaliste Alex Dodd bedreef participerende journalistiek in extremo, hield het niet vol en verdween als opgebrande en gedesillusioneerde twintiger naar Londen. Dit burn out syndroom ontnam ontelbare journalisten de muze. Soweto's dub-dichter Lesego Rampolokeng schreef prachtige, zwartgallige teksten die eerst buiten het ANC-fiat van de politiek correcte kunst vielen en later buiten de euforie van het 'Nieuwe Zuid-Afrika'. Lesego is nu populairder in Duitsland dan in Zuid-Afrika. James Phillips maakte al sinds eind jaren zeventig muziek tegen de onderdrukkers, eerst met de punkband Corporal Punishment, later als Bernoldus Niemand en weer later met The Lurchers. Eind jaren tachtig klampte heel alternatief Johannesburg zich vast aan zijn optredens.

Onder apartheid was James natuurlijk nooit op de radio te horen. Na de verkiezingen had hij de verkeerde kleur. Van zijn platen en CD's, hoe goed ze ook waren, werden nooit meer dan een paar honderd verkocht. James verdween naar een afkickcentrum voor alcoholisten. Kort geleden reed hij zich te pletter. Toen draaide de radio zijn muziek opeens wel.

Kendell Geers, Wayne Barker, Belinda Blignaut en Paul Riekert zijn avantgardistische kunstenaars, wars van alles wat politiek correct is, geïnspireerd door de unieke Zuidafrikaanse combinatie van peilloze armoede, bruut geweld en groteske rijkdom. Maar de hyperconservatieve Zuidafrikaanse bourgeoisie, zij die dankzij hun huidskleur snel rijk zijn geworden, is bang voor die spiegel en beschimpt de kunstenaars. Geers zit nu in Frankrijk. Blignaut gaat naar New York. Barker is alcoholist. En Riekert leeft op marihuana en steeds meer LSD.

Het is een lijst zonder einde. Zuid-Afrika geeft weinig om zijn mensen. Het land zit vol Hans Koks en Rob Scholtens. In Zuid-Afrika heb je niets aan talent alleen. Je ontkomt niet aan kleur, aan de politiek correcte brigade, of de zich steeds luider uitende 'moral majority', de 'rechtschapen' Christenen die autokapers het liefst zouden ophangen en homoseksuelen in gestichten willen stoppen, en die dankzij de volledig uit de hand gelopen criminaliteit en de nu alom verkrijgbare porno steeds meer gewicht in de schaal leggen.

Vlak voordat we terugkeren naar Nederland, worden we nog een keer bij Christine uitgenodigd. Stef woont er niet meer. Hij werd onhandelbaar, vertelt Christine. Hij is nu ziek en depressief. Post-traumatische stress heet dat in het jargon. Hij mag niet meer drinken, een geluk bij een ongeluk. Al die slachtpartijen in de townships die hij moest verslaan, al die lijken, al die stress, hebben ook bij hem hun tol geëist. Andrea is er wel. Officieel is zij drie maanden op studieverlof. In werkelijkheid is zij overspannen, post-euforie stress. Alleen met Paddy gaat het goed. Het bedrijfsleven vaart wel bij het nieuwe Zuid-Afrika.

Er wordt deze keer wat minder gedronken. De gesprekken gaan over de nieuwe namen in de regering en NGO's, en hoezeer zij in dezelfde val duvelen als al die anderen voor hen. Hoe zij de nieuwste modellen auto's eisen, hoe ze alleen nog maar eerste klas willen vliegen, hoe zij alleen nog consultancies willen doen voor drieduizend gulden per dag. Hoe macht corrumpeert. “We moeten ons ertegen uitspreken”, zegt iemand fel. De glimlach van het déjà vu.

Zuid-Afrika is hard, verdrietigmakend, ontroerend, spannend, meedogenloos, in zichzelf gekeerd, oerconservatief, Lagos, Melbourne, Blackpool en Staphorst in één. Oppervlakkig, materialistisch, prachtig, opwindend, niet te begrijpen, haat en liefde. Maar nooit saai. “Je zult Zuid-Afrika missen”, fluistert Christine tussen twee afscheidszoenen door.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden