Zuid-Afrika een jaar vrij

“Er heerst hier steeds meer een éénpartij-mentaliteit, een psychologie van eenheid, eenheid en nog eens eenheid. De mensen vergeten dat teveel eenheid te weinig vrijheid betekent. Het betekent dat niemand ongemakkelijke vragen mag stellen.” Precies een jaar na de verkiezingen constateren twee politieke wetenschappers in Zuid-Afrika dat de regering er in is geslaagd de politieke stabiliteit te handhaven, maar dat ze het lot van de zwarten nauwelijks heeft verbeterd. Het probleem is dat er geen officiële oppositie bestaat en dat te veel mensen door hebzucht worden gedreven. Zwarte intellectuelen zijn door de regering ingepalmd en bang om zich uit te spreken. “Met kritiek word je geen ambassadeur, consultant of adviseur.”

FRED DE VRIES

Een jaar later blijkt de blanke vrees voor een zwarte regering vrijwel geheel weggeëbt. De blanken hebben hun meeste privileges behouden. De toenemende gewelddadige criminaliteit baart hen nu de meeste zorgen. Johannesburg heeft inmiddels de bijnaam 'moordhoofdstad van de wereld', en ook Durban en Kaapstad zijn afgelopen jaar veel onveiliger geworden.

De zwarte hoop is intussen ook langzaam maar zeker verdampt, vervangen door cynisme. Voor het gros der zwarten is er het afgelopen jaar weinig veranderd. Professor Themba Sono, directeur van het Centre for Development Analysis, vat het vrij cru samen: “De regering heeft campagne gevoerd in de zwarte gebieden, maar heeft bestuurd voor de blanke wijken.”

Die nieuwe regering begon met twee belangrijke taken, stelt de aan de Universiteit van Witwatersrand verbonden politicoloog Steven Friedman: “Ze moest de wankele politieke stabiliteit handhaven. En ze moest duidelijk maken dat het land werkelijk veranderde.”

Van de eerste taak heeft de regering zich volgens de twee deskundigen uitstekend gekweten. De rassenoorlog bleef uit. Extreem rechts hield zich koest. Het buitenland haalde Zuid-Afrika binnen als een verloren zoon. En de regering van nationale eenheid, waarin ANC, Inkatha en de Nationale Partij kabinetsposten kregen, viel niet uiteen.

President Nelson Mandela manifesteerde zich intussen als een uitstekend staatsman, terwijl een flink aantal nieuwe ministers veel kundiger bleek dan verwacht. Het was op grond van die resultaten dat Mandela en vice-president F.W de Klerk zich deze week tegenover de buitenlandse pers voldaan presenteerden.

Die voldaanheid is niet geheel terecht, vinden Friedman en Sono. Op politiek niveau blijft Inkatha de nationale eenheid bedreigen. De partij trok zich onlangs terug uit de grondwetgevende vergadering uit protest tegen het uitblijven van internationale bemiddeling over een aantal grondwetzaken. Inkatha dreigt nu met acties die 'het hele land lam zullen leggen'. Friedman: “De regering maakte de fout te denken dat als je de geluiden van Inkatha maar negeert, het probleem vanzelf weggaat. Dat is dus niet zo.”

Sono: “Hoe kan Mandela zich op zijn gemak voelen als je de oorlogsgeluiden uit Kwazulu/Natal hoort? Het afgelopen weekeinde alleen werden daar 21 mensen vermoord. Of de Inkatha-dreigementen nu politieke bluf zijn of niet, er komt een punt waarop de bluf uit de hand loopt. Inkatha is veel gevaarlijker dan rechts blank.”

Ook over de vervulling van de tweede taak, verbetering van het lot van de decennia lang onderdrukte bevolking, zijn Friedman en Sono het eens. Hier heeft de regering het tot nu toe grotendeels laten afweten.

Het Reconstruction and Development Programme (RDP) was de verzamelnaam voor ambitieuze projecten: binnen vijf jaar miljoenen banen en huizen, water en electriciteit in townships en rurale gebieden, gelijke toegang tot gezondheidszorg en onderwijs.

De successen van het eerste jaar RDP zijn beperkt gebleven. Friedman meent dat de strategen zijn blijven steken in 'ambitieuze organogrammen'. “Ze doen hun best. Maar ze zouden gewoon moeten repareren wat er snel te repareren valt. In plaats daarvan zijn ze veel te druk bezig met plannen om het land voor altijd te veranderen.” Sono's kritiek is harder. “Een hoop praatjes en veel rook”, noemt hij het RDP. “De mensen is zoveel beloofd. En dat heeft tot hoge verwachtingen geleid. Maar ze zien nauwelijks verandering. Een populaire minister (Winnie Mandela) die daar iets over zegt, wordt ontslagen.”

Daarmee zijn we meteen aangeland op Sono's vrees voor twee gevaarlijke tendenzen. Ten eerste de neiging van de regering om dissidente geluiden te onderdrukken om krampachtig de nationale eenheid te bewaren. En daarnaast de overheersende nationale moraal die valt samen te vatten in een woord: 'hebzucht.'

Sono is bang dat de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting in gevaar komt. “Er zijn veel meer autoritaire tendenzen in de regering dan ik had verwacht. De politie zal je niet komen arresteren, maar je wordt wel meteen op een zijspoor gezet als je te kritisch bent.”

Winnie Mandela is natuurlijk het meest in het oog springende voorbeeld. Maar niet het enige. “Kijk naar de overheidsaanstellingen”, betoogt Sono. “Een aantal mensen is zeker niet voldoende gekwalificeerd voor een hoge post, maar ze zingen het juiste liedje.” Nee, namen noemt hij niet.

Een nauw daarmee verbonden probleem is het gebrek aan officiële oppositie, inherent aan het concept van regering van nationale eenheid. Friedman meent dat de Nationale Partij en Inkatha voor voldoende oppositionele klanken zorgen. Sono is het daar niet mee eens. “Er heerst hier steeds meer een een-partij mentaliteit, een psychologie van eenheid, eenheid en nog eens eenheid. De mensen vergeten dat teveel eenheid te weinig vrijheid betekent. Het betekent dat niemand ongemakkelijke vragen mag stellen.”

Hij maakt de vergelijking met andere Afrikaanse landen waar de prille democratie al weer snel in een officieuze een-partij staat veranderde. Hij wijst ook op het gebrek aan zwarte intellectuelen die kritische noten plaatsen. Friedman beaamt dat dit 'een serieus probleem' is. “Het komt doordat een hoop zwarte intellectuelen nu in de regering zitten. Maar het is ook een gevolg van het rampzalige zwarte onderwijs de afgelopen veertig jaar.”

Sono vindt dat geen excuus. Er zijn volgens hem genoeg universiteiten die denkende zwarten hebben geproduceerd. Maar de intellectuelen zijn door de regering ingepalmd en bang om zich uit te spreken. “Met kritiek word je geen ambassadeur, consultant of adviseur.”

De tweede kwestie die Zuid-Afrika volgens Sono in de toekomst parten zal spelen is het gebrek aan een gezond patriottisme. Iedereen wil volgens hem in de eerste plaats profiteren van het nieuwe Zuid-Afrika. De nieuwe parlementariërs strijken enorme salarissen op en weigeren een stapje terug te doen. Zakenlui bedriegen. De ambtenarij is corrupt. Daar komt het volgens de professor in hele simpele termen op neer. “Dit is nooit een land geweest waar moraliteit belangrijk was. We hebben geleefd in een samenleving waar het om materialisme ging, om de gedachte 'wat zit er voor mij in'.”

Friedman verwijt de regering dat ze corruptie in eigen gelederen niet hard genoeg aanpakt. De affaire rond Boesak, door de regering vrijgesproken voor het politie-onderzoek voltooid is, spreekt voor zich. “De regering moet een duidelijk voorbeeld stellen. Doet ze dat niet, dan sijpelt het gif steeds verder door naar de samenleving.”

Sono is het met hem eens. “We moeten de bezem halen door de overheid. We zien nu de triomf van de oude corruptie, vergezeld van nieuwe corruptie. Dat is geen goede basis.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden