Zoveel meer dan een dichter

(Trouw)Beeld AP

Het publiek hing aan zijn lippen, de machthebbers niet altijd. Ooit zei Andrej Voznesenski tegen een woedende Chroesjtsjov: „Laat u me uitspreken, Nikita Sergejevitsj.”

Onder het standbeeld van de dichter Vladimir Majakovski staat een groepje mensen te luisteren naar een wild gesticulerende orator die met luide stem zijn eigen gedichten voordraagt. We schrijven eind jaren vijftig.

„Het lot vliegt in een parabool, als een raket”, declameert dichter Andrej Voznesenski geestdriftig. „In het duister gewoonlijk, maar zelden door een regenboog. De vuurrode kunstenaar Gauguin was een bohemien en in het verleden een handelaar. Om van Montmartre naar het koninklijke Louvre te komen maakte hij een omweg via Java en Sumatra!”

Het is een scene uit de film ’Moskou gelooft niet in tranen’, een kaskraker uit de jaren zeventig. Voznesenski speelt in de film zichzelf. Twee van de hoofdrolspelers verlaten hoofdschuddend het plein. „Ik snap er niets van”, zegt de een.

De episode is karakteristiek voor Voznesenski, een populair, maar vaak onbegrepen dichter die aan het begin van de jaren zestig furore maakte tijdens de dooiperiode die was ingezet onder het bewind van Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov. Voznesenski en collega-dichters als Jevgeni Jevtoesjenko, Bella Achmadoelina en Robert Rozjdestvenski trokken volle zalen en vulden zelfs stadions. Hun jonge publiek hing hen aan de lippen en dronk gretig de poëzie die kleur gaf aan de nieuwe tijd. „De poëzie verving toen zowel de politiek als de religie”, zei Voznesenski later.

De Sovjetleiders moesten niet veel van hem hebben en verweten Voznesenski ’formalisme’, een etiket dat ze eerder in ongenade gevallen kunstenaars als de componist Dmitri Sjostakovitsj en de schrijver Leonid Dobytsjin hadden opgeplakt. Voznesenski liet zich niet van de wijs brengen. Tijdens een bijeenkomst met schrijvers en kunstenaars in het Kremlin raakte Chroesjtsjov buiten zinnen van woede over de voor hem ’onbegrijpelijke’ werken van Voznesenski, die ook nog eens publiekelijk durfde te benadrukken dat hij geen lid was van de Communistische Partij. De lichtgeraakte secretaris-generaal beet hem toe dat ’meneer Voznesenski’ (en niet het gebruikelijke ’kameraad’) maar moet ’ophoepelen’ naar ’zijn broodheren’. Zijn reispaspoort zou in een mum van tijd klaar zijn, beloofde Chroesjtsjov. De jonge dichter probeerde stoïcijns zijn gedicht af te maken. „Laat u me uitspreken, Nikita Sergejevitsj”, zei hij kalm maar beslist tegen Chroesjtsjov, die van achteren op hem neerkeek. Het liep met een sisser af. „Ik was ervan overtuigd dat er niets zou gebeuren”, aldus Voznesenski. De scandaleuze episode had in ieder geval geen gevolgen voor zijn populariteit. Die groeide alleen maar en bleef ook in het buitenland niet onopgemerkt. Voznesenski vierde triomfen in Frankrijk, Duitsland, Italië en de Verenigde Staten. Hij mocht grote namen als John en Jacqueline Kennedy en Marilyn Monroe tot zijn bewonderaars rekenen. Die buitenlandse steun behoedde hem wellicht voor serieuze repressie van de kant van de staat, al stond zijn naam in de Sovjet-Unie lange tijd op een zwarte lijst en kon de partijleiding hem niet luchten of zien.

Dichten deed hij al als kind en toen hij veertien was stuurde hij een aantal gedichten naar de beroemde dichter en latere Nobelprijswinnaar Boris Pasternak, zijn held van dat moment. Tot zijn verbazing nodigde Pasternak hem zelfs uit. Veel later zou Voznesenski in het schrijversdorp Peredelkino een buitenhuis betrekken aan hetzelfde straatje als dat van Pasternak.

Na school studeerde Voznesenski aan het architectuurinstituut, waar hij een voorliefde voor diverse vormen van visuele expressie aan overhield. Hij was gefascineerd door glas, „misschien wel het meest poëtische materiaal dat er is”.

Hij experimenteerde graag met beeldende kunst, met schilderijen en kleurrijke collages die hij vervlocht met zijn dichtkunst en ’videomen’ noemde. Voznesenski hield ook van uiterlijk vertoon, van opvallende jasjes en fel gekleurde stropdassen, een passie die hij deelde met zijn collega Jevtoesjenko.

Zijn veelzijdigheid uitte hij ook op papier. Voznesenski schreef gedichten en proza en was behalve een avantgardistisch kunstenaar ook auteur van populaire liedjes, die veel Russen tot op de dag van vandaag moeiteloos kunnen meezingen. Zijn rockopera ’Joenona en Avos’ beleefde sinds de stormachtige première in 1981 meer dan 800 voorstellingen. Het verhaal gaat over de waar gebeurde tragische negentiende-eeuwse liefde tussen een 42-jarige Russische graaf en de 16-jarige dochter van de Californische gouverneur. Dat de musical door de censuur kwam was een klein wonder, want tijdens de voorstelling klonken uitroepen als ’het Russische rijk is een gevangenis’ en ook een gebed tot de Moeder Gods, ongehoord in een tijd dat de religie nog altijd onder zware druk stond. Misschien hielp het dat Voznesenski in 1978 de staatsprijs van de USSR had gekregen. De westerse pers zag de ’moderne opera’ van Voznesenski als een uiting van verzet tegen het Sovjetbewind, iets waar de auteurs het niet mee eens waren en wat voor hen niet zonder gevolgen bleef. Alleen dankzij de persoonlijke inzet van modekoning Pierre Cardin mocht ’Joenona en Avos’ uiteindelijk ook in het buitenland worden opgevoerd en kon het Moskouse Lenkom-theater afreizen naar New York, Parijs en ook Amsterdam. „Ik had Cardin in Parijs een opname van de musical laten zien. Hij was er meteen verliefd op”, herinnerde Voznesenski zich. Cardin kwam daarop naar Moskou en wilde het gezelschap naar Parijs halen. „Hij ging persoonlijk naar [toenmalig Sovjetleider] Andropov en daarna lieten ze iedereen gaan.”

Voznesenski bleef als dichter actief tot aan de laatste dagen van zijn leven, ook toen hij na een dubbele herseninfarct zijn spraakvermogen verloor. Zijn gedichten hadden vaak een directe band met de actualiteit. Hij dichtte over internet, over de aanslagen van 11 september en ook over Osama bin Laden. Bij zijn zeventigste verjaardag noemde de toenmalige president Poetin hem ’de held van de generatie van de jaren zestig, en nog altijd de erkende meester van de vaderlandse poëzie’ en roemde hem om zijn vermogen de tijdgeest weer te geven. Het contrast met Chroesjtsjov kon niet groter zijn.

Zijn laatste publieke optreden was op 25 januari van dit jaar in het Moskouse Poesjkinmuseum, waar Voznesenski in de jury zat van een prestigieuze kunst- en literatuurprijs. Hij liet via zijn vrouw Zoja Bogoeslavskaja weten zich slecht te voelen, maar vond dat geen goed argument zijn taak als jurylid te verzaken. Voznesenski is begraven op de beroemde Novodevitsji begraafplaats in Moskou, naast het graf van zijn ouders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden