Zout boren in het Wad, ja of nee?

Mag er onder een Europees beschermd natuurgebied dat ook nog eens Werelderfgoed is, naar zout worden geboord? Staatssecretaris Sharon Dijksma moet deze weken kiezen tussen 'economische zaken' en 'natuur'.

De lucht is blauw, helderwitte kastelen drijven voorbij. Op een gladde Waddenzee is staatssecretaris Sharon Dijksma op weg naar het eiland Griend, ten zuidwesten van Terschelling, waar alleen een vogelwachter een oogje in het zeil houdt. De klipper Emmalis gaat straks voor anker, een rubberbootje zet haar voor de kust af. En dan moet Dijksma nog honderd meter waden voordat ze met natte benen op het strand staat.

De staatssecretaris is op deze nazomerdag, half augustus, in haar element. Ze geniet tijdens haar werkbezoek aan de Wadden zichtbaar van de vergezichten met overtrekkende vogels en de enkele zeehond die zich laat zien. Dijksma zuigt de verhalen op van vissers, vogelaars en natuurbeschermers.

In korte tijd heeft de PvdA-bewindsvrouw zich kunnen profileren als een 'groene staatssecretaris'. Weliswaar stelt ze zich zakelijk op en is er in deze economisch slechte tijden niet meer voor elk hoog- of laagveentje subsidie, toch wil Dijksma vooruit als het om natuurherstel gaat. En ze neemt daarin moedige stappen. De onafhankelijke jury van de Duurzame 100 van Trouw beloonde haar inzet deze maand daarom met positie 27.

Het eerste jaar van de staatssecretaris bestond vooral uit gevechten over haar budget. En die voert ze, de ervaren bestuurder die ze is. Maar deze weken moet Dijksma een inhoudelijke beslissing nemen waarbij zij volgens directe medewerkers een knoop in de maag voelt. In augustus was de Waddenzee misschien wel op haar mooist, maar precies onder de klipper waarop Dijksma toen zat, op drie kilometer diepte, wil het concern Frisia naar zout boren. Dat gebeurt horizontaal vanaf het vaste land, maar door het wegzuigen van het zout zal de zeebodem dalen. Zal Dijksma dat toestaan?

Op het departement van Economische Zaken is minister Henk Kamp (VVD) voor de exploitatie van zout onder de Waddenzee. Hij gaat over de winningsvergunning en zal deze naar verwachting ook afgeven. Dijksma gaat over de vergunning op basis van de Natuurbeschermingswet. Feitelijk moet zij beoordelen of de mijnactiviteiten de natuur aantasten. Dat is voor Dijksma een duivels dilemma. Het goedkeuren van mijnbouw onder een beschermd natuurgebied dat de status heeft van Werelderfgoed, voelt voor haar niet goed. Maar op dit moment lijkt de staatssecretaris te weinig argumenten te hebben om de winning tegen te houden.

Bodemdaling
Het bedrijf Frisia in Harlingen produceert en verkoopt jaarlijks een miljoen ton zout, dat wordt gebruikt in de chemische industrie, bij waterontharding, gladheidsbestrijding en voedselproductie. Op dit moment wint het bedrijf alleen zout onder land door met grote kracht water in de zoutlagen te spuiten en dat zoute water weer op te pompen, waarna het zout weer van het water wordt gescheiden.

Het verzet tegen de winning op het vaste land neemt echter toe, omdat de lege zoutkoepels inklinken en bodemdaling veroorzaken van soms wel dertig centimeter. Friesland heeft Frisia daarom gestimuleerd de winning te verplaatsen naar zee. "De winning onder het vaste land is op het maaiveld zichtbaar", zegt directeur Durk van Tuinen van Frisia, "en daarmee politiek-maatschappelijk niet langer houdbaar. De winning onder zee is veel milieuvriendelijker, omdat zoutwinning geleidelijk gaat en de zee zelf de bodemdaling herstelt door de aanvoer van nieuw zand uit de Noordzee."

Zandhonger
Volgens Van Tuinen ontstaat er door de bodemdaling in de Waddenzee wel een grotere 'zandhonger' zodat de Noord-Hollandse kust en de Noordzeekust van de Waddeneiland wordt 'leeggezogen'. Maar dit wegtrekkende zand wordt weer gecompenseerd door de jaarlijkse twaalf miljoen kuub zand die Rijkswaterstaat voor de kusten opspuit, met 5 procent uit te breiden. Op kosten van Frisia.

Het zoutbedrijf wil vanaf de vaste wal een horizontale boring laten uitvoeren die op zo'n drie kilometer diepte uitkomt in zoutlagen tussen vogeleiland Griend en Harlingen, pal onder de Ballastplaat, een zandplaat met een grote ecologische betekenis. Directeur Arjan Berkhuysen van de Waddenvereniging zal er met Natuurmonumenten en de Vogelbescherming alles aan doen om die boring te voorkomen. Door de bodemdaling zullen volgens hem zandplaten onder water verdwijnen, waardoor grote populaties beschermde trekvogels geen eet-, rui- en rustplek meer hebben.

Hoeveel de bodem precies zal dalen is onbekend. Rekenmodellen gaan uit van een halve centimeter per jaar en dat dertig jaar lang. De praktijk in Friesland laat over een lange periode dertig centimeter zien. "En dat zijn nog gemiddelden. Ik ga er vanuit dat er trechters in de waddenbodem ontstaan die zelfs tot één meter diepte gaan", zegt Berkhuysen.

Waar de partijen het wel over eens zijn, is dat de zee de bodemdaling niet stante pede herstelt. "Dat kan enkele jaren duren", weet Berkhuysen. "Denkt Frisia soms dat als 250 hectares wadplaat verdwijnen, de trekvogels het een paar jaar zonder Wadden zullen doen? Zoutwinning betekent de doodsklap voor veel stelt- en strandlopers."

De Waddenvereniging heeft een lange lijst met bezwaren, maar de belangrijkste is wel de opeenstapeling van aanslagen op het gebied. Er zal extra gaswinning plaatsvinden, vaargeulen worden uitgediept en daar komt de bodemdaling door zoutwinning nog eens bij. Dit terwijl de Wadden een heel kwetsbaar ecologische systeem vormen, dat gevoelig is voor zeespiegelstijging door klimaatverandering. Juist vanwege die kwetsbaarheid is het gebied internationaal beschermd.

Volgens Berkhuysen zijn er voldoende alternatieve locaties voor zoutwinning. "Overal in Europa liggen zoutlagen, ook buiten woonlocaties en natuurgebieden. Frisia is onderdeel van een internationaal concern."

"Dat mag zo zijn", reageert Van Tuinen, "maar we hebben in Harlingen zo'n vijftien jaar geleden wel een gloednieuwe fabriek neergezet. Toenmalige kosten: 280 miljoen gulden. Dat hadden we niet gedaan zonder uitzicht op een langlopende winningsvergunning."

Welke argumenten voor en tegen de zoutwinning onder de Waddenzee heeft staatssecretaris Dijksma nu op haar bureau liggen? Economisch gewin pleit vóór en de verplichte milieueffectrapportage concludeert dat zoutwinning wel gevolgen heeft, maar dat deze binnen de natuur- en milieugrenzen blijven. Toch is dat een kwestie van interpretatie. De Wadden vormen een zogenaamd Natura 2000-gebied waarin overheden, volgens een Europese afspraak, alles moeten doen om de soorten die daar leven in stand te houden. Minister Kamp zelf schrijft in een brief aan de Tweede Kamer van 7 oktober jongstleden dat zoutwinning pas aan de orde kan zijn 'nadat is zeker gesteld dat de natuur daarvan geen schade ondervindt'. Dat is iets anders dan 'gevolgen binnen de natuur- en milieugrenzen'.

Opheldering
Dan nog is er de Werelderfgoedstatus die op Nederlands initiatief voor de Wadden is aangevraagd en in 2009 werd toegekend. In artikel 180 van de Unesco-richtlijnen staat mijnbouw juist vermeld als bedrijvigheid waartegen gebieden met de deze status beschermd moeten worden. Unesco heeft daarom inmiddels in een brief om opheldering gevraagd.

De winning past ook niet in de toekomstvisie die Dijksma begin volgend jaar ontvouwt. In haar rapport 'Natuurambitie Grotere Wateren', dat via deze krant al uitlekte, schrijven haar ambtenaren dat er vanaf 2050 in het Waddengebied 'geen nieuwe ontginningen' mogen plaatsvinden. Het zou opmerkelijk zijn als er op weg naar dat beleid nieuwe delfstoffen mogen worden opgepompt, zeker ook omdat diezelfde ambtenaren in deze nota al waarschuwen voor een dreigend zandtekort, ook zonder de verwachte bodemdaling door zoutwinning.

Staatssecretaris Dijksma moet de vergunning voor de zoutwinning deze weken afgeven als 'op basis van de meest recente wetenschappelijke kennis is aangetoond dat geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Waddenzee plaatsvindt', schreef minister Kamp de Kamer in oktober. Die zinsnede kan haar nog van pas komen. Op dit moment beschikt zij over de gegevens uit de milieu-effect-rapportage uit 2010. Maar volgens de internationaal befaamde hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma van de Rijksuniversiteit Groningen deugt die rapportage niet. "De opstellers kennen aantoonbaar de literatuur niet en zijn op de verkeerde momenten vogels gaan inventariseren", aldus Piersma. "Een aanfluiting."

Juist de Ballastplaat is het enige gebied waar vogels aan getij-verlenging kunnen doen, omdat de zandplaat relatief laat onderloopt. "Verstoor je die dynamiek, dan betekent dit het einde van de kanoeten en bergeenden in dit gebied. De onderzoekers van de milieueffectrapportage schrijven dat deze vogels hier niet voorkomen. Maar ze deden hun onderzoek toen de kanoeten al waren doorgetrokken en de bergeenden nog moesten komen."

Piersma wil op korte termijn de 'meest recente wetenschappelijke kennis' leveren waarnaar Kamp verwees. Desnoods wordt die gebruikt in een rechtszaak die de Waddenvereniging zal aanspannen, mocht de staatssecretaris van 'natuur' toch voor 'economische zaken' kiezen.

Staatssecretaris Sharon Dijksma blikt op Griend door de kijker van een trekvogelonderzoeker.

'Als je de dynamiek verstoort, betekent dat het einde van de kanoeten en bergeenden in dit deel van de Wadden'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden