Zou de 'neger' na WOI zijn plaats nog kennen?

Al ver voor de burgerrechtenstrijd van een halve eeuw geleden kenden de VS rassenrellen. Na de Eerste Wereldoorlog was het jaren onrustig. Blanken en zwarten uitten hun frustraties gewelddadig.

In het nog streng gesegregeerde zuiden van de Verenigde Staten zongen blanken na afloop van de Eerste Wereldoorlog een lied dat duidelijk maakte dat er iets fundamenteels was veranderd. 'How're you gonna keep 'em down on the farm after they've seen Paree', luidde een van de regels. Nadat Amerika in het voorjaar van 1917 mee was gaan vechten, waren ook zwarte soldaten naar Europa gebracht. Blanken vreesden dat deze donkere jongens bij terugkeer van de Franse fronten en elders meer rechten zouden gaan opeisen.

In East St. Louis (Illinois) was het in mei en juni van 1917 al goed fout gegaan. Het vertrek van arbeiders naar het leger leidde hier in de staalindustrie en elders tot een grote vraag aan nieuwe werkkrachten. Zwarten uit het zuiden van de VS roken hun kans en wisten bovendien dat de rassenscheiding in het noorden van Amerika een stuk minder streng was. Alleen al in East St. Louis kwamen zo'n tweeduizend nieuwkomers per week aan. Blanke arbeiders vreesden voor hun banen en arbeidsvoorwaarden. Na geruchten over contacten tussen zwarte mannen en blanke vrouwen sloeg de vlam in de pan. Witte mannen trokken de zwarte wijken in, verwoestten daar huizen en sloegen zwarten in elkaar. Al gauw antwoordden die ook met geweld van hun kant. Toen het na weken weer rustig werd, kon de stad de balans opmaken. Duizenden huizen waren verwoest. Schattingen van het aantal doden kwamen uit tussen de vijftig en de tweehonderd. Nauwkeurigheid was lastig, omdat het aantal dode blanken (negen) wel heel precies werd bijgehouden, maar de sterfgevallen van zwarten (een deel van hen was gelyncht) veel minder.

In 1919 bestond de vrees voor de 'neger' die zijn plaats niet meer kende nog steeds. Misschien was die zelfs nog wel groter geworden. Verhalen dat zwarte soldaten volop relaties hadden onderhouden met Franse vrouwen voedden gevoelens dat nu ook blanke Amerikaansen niet meer veilig zouden zijn. Een reeks hetzerige artikelen in de Washington Post over verkrachtingsgevallen droeg in de zomer van 1919 bij aan het ontstaan van rellen in de hoofdstad.

In tientallen steden in de VS braken in deze periode, die de geschiedenis in zou gaan als de Red Summer, ernstige rassenrellen uit. Een van de zwaarste vond plaats in Chicago, waar een zwarte op een warme julidag afdreef tot voor het strand van de blanken. Het kwam hem op een uiteindelijk fatale stenenregen te staan. Dat voorval verhitte de gemoederen aan beide kanten. Wat niet hielp, was dat geen van de voor de stenen verantwoordelijke blanken gearresteerd werd, maar dat er wel zwarten werden aangehouden. Pas na een week rumoer (tientallen doden en ruim vijfhonderd gewonden) kwam Chicago een beetje bij zinnen. Duizenden militairen van de National Guard kwamen daaraan te pas.

In zwarte kringen ontstond meer en meer frustratie. Niet alleen door de uitbarstingen van het geweld. Zwarte Amerikanen voelden zich opnieuw gedegradeerd tot tweederangsburgers. In de fabrieken, waar ze de tekorten aan arbeiders hadden aangevuld, werden ze dikwijls weer ingeruild voor teruggekeerde blanke militairen. Die kregen bij thuiskomst nog een feestelijke parade, de zwarte soldaten niet. Voormannen van de burgerrechtenbeweging vonden dat de Amerikaanse president Woodrow Wilson met twee monden sprak: internationaal brak hij een lans voor het zelfbeschikkingsrecht van lang verdrukte volkeren, in eigen land keek hij een andere kant op als het ging om de ondergeschikte positie van zwarte burgers.

Bij de gevestigde, blanke orde heerste ondertussen een enorme vrees voor het overslaan van de Europese revoluties naar Amerika. Militante zwarten moesten met die blik wel haast verkapte communisten zijn. De jurist J. Edgar Hoover, nog een twintiger, schreef een dik rapport voor de minister van justitie met de titel 'Radicalism and sedition among negroes as reflected in their publications'.

Hij kreeg ook de opdracht om zoveel mogelijk 'radicale elementen' in kaart te brengen. Hoover deed dat bijzonder ijverig. Hij maakte indruk bij de hogere echelons en legde daarmee de basis voor zijn bliksemcarrière bij de FBI, die hij uiteindelijk bijna vier decennia zou leiden. In een mum van tijd beschikten Hoover en zijn mannen over een index met ruim vijfhonderdduizend 'radicale elementen'. De dossiers van ruim tien procent van die mensen gingen de diepte in. Die beschreven ook zoveel mogelijk de levens en contacten van de verdachte subjecten.

Het bleef in de VS nog een paar jaar onrustig. Boze blanken doodden in die tijd meer zwarten dan de Duitsers tijdens de Eerste Wereldoorlog. Voor burgerrechtenorganisaties als de National Association for the Advancement of Colored People was het een signaal om de strijd, bijvoorbeeld tegen lynchpraktijken, steviger op te pakken dan eerder het geval was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden