Zotste Belg verwezenlijkt jongensdroom

Ludo Dierckxsens moest maar geen profwielrenner worden. Vond zijn vrouw Christel tenminste. De zotste Belg die ooit op de fiets stapte, vond het een jongensdroom. Maar in de echtelijke polemieken wees zijn vrouw onveranderd op het mooie zekere bestaan dat hij als verfspuiter, pistoolschilder zeggen ze in Vlaanderen, in de Daf-fabriek in Kasterlee had.

Dierckxsens kon wel een contractje krijgen, maar dan bij die onaanzienlijke ploegjes, zoals Saxon, waar hij op 30-jarige leeftijd begon. Met dank aan z'n schoonmoeder had hij zijn zin toch doorgedrukt.

De omstandigheden hielpen Dierckxsens een handje. Het ging een aantal jaren geleden slecht met Daf. Bij de Kempense vestiging moest flink worden gesaneerd. Met een riante oprotpremie werden overtollige werknemers aangemoedigd elders een bestaan op te bouwen.

Ludo had negen jaar bij de autofabrikant gewerkt, maar zijn hart had er nooit gelegen. Hij was in al zijn vezels en spieren een coureur; een echte flamand, iemand die in weer en wind kilometers lang in een onvoorstelbaar hoog tempo op kop kon sleuren. Desnoods dag in dag uit, kop in de wind, stoempen.

Er is voor u geen droog brood in de wielersport te verdienen, bleef Christel hem voorhouden, ook toen de fabriek de poort dreigde te sluiten. Schoonmama praatte haar dochter om, en Ludo, bijna 35 nu, begint dankzij het verwezenlijken van een late roeping zo langzamerhand een man in bonus te worden. Vorig najaar had de nieuwe ploeg Lampre er zelfs een rechtzaak voor over om hem tegen een dubbel salaris van Lotto over te nemen.

De formatie van Jean-Luc Vandenbroucke was in 1998 zijn eerste echte ploeg. Hij won een behoorlijk grote koers (Parijs-Bourges), maar zag een belangrijke fase van zijn eerste echte seizoen als beroepsrenner verloren gaan door een gebroken pols, die hij opliep in Veenendaal-Veenendaal. Die val kostte hem ook zijn debuut in de Tour. Gisteren maakte de Belgische kampioen een fantastische inhaalslag. In de eerste 'open' etappe van deze Ronde van Frankrijk zat hij in een kopgroep van zeven man.

Een kleine twintig kilometer voor Saint-Etienne sprong hij op de klim van de Croix de Chaubouret weg van zijn medevluchters en reed in stijl, solerend, over de finish. Het peloton, met daarin alle klassementsrenners, arriveerde na een 'heerlijke' rustdag ruim 22 minuten later.

Hard werken is het handelsmerk van Ludo Dierckxsens. Zich over de kop werken zelfs. Dat vindt zijn achtergrond in de jaren dat hij Daf 'pistool' schilderde. ,,Als iedere wielrenner zou weten wat het is om elke ochtend om vijf uur op te staan, beseft hij meteen dat hij een droomjob heeft.''

Zogauw hij zijn kans schoon ziet, trekt Ludo ten strijde. Zoals op het door hem gewonnen nationaal kampioenschap in Geraardsbergen, toen hij om te beginnen op de eerste startrij wilde staan. De kermiscoureur die prompt na het vertrek onbezonnen de aanval koos, werd meteen door Dierckxsens achterhaald. Pas op het erepodium zag de rest van het deelnemersveld in Geraardsbergen hem terug. Met de nationale trui aan.

In de eerste Tourweek klonk door de radio vaak het rugnummer 103, wanneer er weer eens een demarrage plaatsvond. In de eerste rit vlaste eigenaar Dierckxsens al op de overwinning, maar werd ingelopen. De Belg reed een paar kilometer lang een eindje voor het peloton uit, dat net de snelheid tot 60 km/uur per uur had opgevoerd om de massasprint voor te bereiden.

Zoveel domheid zag ploegleider Pietro Algeri zijn pupil liever niet uitstralen. Hij liet hem weten dat hij dat soort zelfmoordacties voortaan achterwege moest laten. Dierckxsens reageerde quasi-ontzet: ,,Als ge niets presteert, hebt ge ook nooit iets.''

,,Ik heb er altijd in geloofd dat ik een etappe kon winnen'', vertelde hij gisteren. ,,Ik verkeer in een goede conditie, ik heb nog dezelfde benen als op het Belgisch kampioenschap. Algeri heeft wel eens kritiek op mij, maar hij geeft me ook veel vertrouwen. Dit is een kleine droom, nee een grote droom. Ik weet niet wat mooier is, een Touretappe of de kampioenstrui. Ik denk toch het eerste.''

Niemand kan om Ludo Dierckxsens, met zijn opvallende oorring en zijn kale hoofd, heen. Het eerste is het gevolg van een verloren weddenschap met de Lotto-renners Aerts en Van de Wouwer, het tweede was een schoonheidsfoutje van zijn vrouw. Christel, kapster van professie, vond dat Ludo's haar witgeverfd moest worden. Het resultaat was afschuwelijk, waarna ze meende dat helemaal kaal scheren het beste alternatief was.

Dierckxsens heeft voorgedaan hoe het moet, werd Erik Dekker na afloop voorgehouden: meezitten in de goede ontsnapping en geluk hebben met demarreren. ,,Ja, het is eigenlijk heel simpel'', moest de Drent toegeven. Nu praktisch alle sprinters uit de Tour thuis zitten - Kirsipuu, Cipollini, Casper en Minali, alleen Steels en Zabel zijn er nog - is in de 'vlakke' etappes de kans op een massaspurt danig geslonken. Dat biedt avonturiers een uitgelezen kans een (voor de ploeg) slechte Tour nog enigzins goed te maken.

Dekker voelt zich er weer toe in staat, nadat hij en vooral Jonker naar Alpe d'Huez de uitputting nabij waren. Bij Rabo wordt het geweten aan een bacteriële infectie die alleen Van Bon - die eergisteren nota bene opgaf - ongemoeid zou hebben gelaten. Uit voorzorg sliep Dekker afgelopen nacht alleen op de kamer. Jonker arriveerde puur op wilskracht in Saint-Etienne, Dekker was, zoals gezegd, behoorlijk opgeknapt. ,,Maar goed ook, want zoals ik me woensdag voelde, had ik het niet nog anderhalve week volgehouden.''

Ook Michael Boogerd zint op een kunststukje zoals Dierckxsens leverde. Gisteren kwam nog te vroeg. ,,De rit naar Saint-Etienne had ik nodig om te herstellen, maar de dagen erna ga ik meespringen met groepjes.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden