Zorgverzekeraars maken premie bekend: lichte stijging basispakket

Beeld ANP XTRA

Kort voor het verlopen van de deadline hebben vrijwel alle zorgverzekeraars zaterdag hun premie voor 2018 bekendgemaakt. De meeste maandpremies komen uit tussen 116 en 119 euro, met twee uitschieters naar onderen: DSW (min 0,50 euro naar 107,50) en OHRA (plus 3,40 euro naar 107,95).

Van de vier grootste zorgverzekeraars die samen goed zijn voor 90 procent van de markt - Achmea (Zilveren Kruis), CZ, VGZ en Menzis - hield alleen de laatste de premie op het niveau van 2017. Met een maandbedrag van 119 euro zit die verzekeraar aan de bovenkant van de range. De meeste maandpremies komen uit tussen 116 en 119 euro. Zilveren Kruis doet 2 euro op de premie en komt zo uit op 119,45 euro per maand. CZ verhoogt met 3,40 de premie naar 116,25 euro per maand. Bij VGZ stijgt de premie 3,25 euro naar 116,20.

In zijn algemeenheid vallen de verhogingen lager uit dan waar het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport begin dit jaar voor waarschuwde. Er werd rekening gehouden met een stijging van 6 euro per maand van de basisverzekering. Hogere zorgkosten en loon- en prijsstijgingen zouden daarvan de oorzaak zijn. 

Volgens Tom Kliphuis, voorzitter van de raad van bestuur van de coöperatie VGZ, is de premiestijging beperkt door onder meer het inzetten van de eigen reserves en het gelijk houden van de aanvullende verzekeringen. VGZ zegt zich vooral te richten op de mensen die veel zorg nodig hebben en dan is vooral het gelijk houden van de premie voor de aanvullende verzekering van belang.

Het inzetten van de reserves kan niet eeuwig doorgaan. De stijging van de kosten kan een halt worden toegeroepen als een deel van de zorg thuis bij de patiënt wordt gegeven. Zo heeft Zilveren Kruis proeven lopen met enkele ziekenhuizen die chemotherapie thuis geven. Maar ook nierdialyse en monitoring bij hartfalen heeft de klant van de verzekeraar liever thuis, denkt Georgette Fijneman, directievoorzitter Zilveren Kruis.

Niet helemaal vrij

Zorgverzekeraars zijn niet helemaal vrij in het vaststellen van hun zorgpremie. Op Prinsjesdag bepaalt de minister van volksgezondheid wat er in het komende jaar wordt vergoed vanuit het basispakket en welke premie zorgverzekeraars minimaal nodig hebben om hun verzekerden dat pakket te bieden. De afgelopen drie jaar heeft de minister dat premiebedrag steeds verhoogd. De kosten van de zorg lopen op immers, omdat Nederland vergrijst en omdat er nieuwe, dure behandelingen tegen bijvoorbeeld kanker beschikbaar komen.

Die verhoging hebben zorgverzekeraars niet volledig doorberekend aan hun klanten. Alle verzekeraars leggen maandelijks bij uit eigen reserves. Er is ze veel aan gelegen om die premie niet te veel laten jojo'en, want dat waarderen verzekerden niet. En de premie die de minister jaarlijks vaststelt, wil nog wel eens tientallen euro's omhoog schieten of - heel af en toe - omlaag. Daarnaast concurreren ze met elkaar, dus ze willen zich niet uit de markt prijzen. Als de concurrent de premiestijging dempt, is het verstandig daarin mee te gaan.

Maar ook in het aanspreken van hun buffers zijn de zorgverzekeraars niet helemaal vrij. De Nederlandsche Bank eist dat zij voldoende reserve hebben om klappen te kunnen opvangen. Hoe hoog die reserves moeten zijn, verschilt per verzekeraar. 

Lees ook: Zorgverzekeraars: toeleggen op zorgpremie houdt een keer op

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden