Opinie

Zorgverzekeraar bepaalt terecht de slimste zorg

Patiënten die ontevreden zijn kunnen ieder jaar overstappen naar een andere zorgverzekeraar. Beeld anp
Patiënten die ontevreden zijn kunnen ieder jaar overstappen naar een andere zorgverzekeraar.Beeld anp

STÉPHANIE VAN DER GEEST & MARCO VARKEVISSER   Het is logisch dat zorgverzekeraars de keuzevrijheid van patiënten inperken, aldus de economen Stéphanie van der Geest en Marco Varkevisser. 'Maar politiek, reken je niet rijk.'

In ons zorgstelsel met gereguleerde concurrentie hebben zorgverzekeraars een belangrijke rol toebedeeld gekregen. Zij worden namelijk meer geschikt geacht om op te treden als kostenbewuste inkopers van kwalitatief goede zorg dan individuele patiënten of de overheid.

Door het 'economenpleidooi om de keuze van de zorgconsument in de zorg te beperken' te typeren als 'verbazingwekkend' slaat gezondheidsjurist Ernst Hulst (Trouw, 29 april) de plank dan ook volledig mis. Kenmerkend voor de in 2006 ingevoerde Zorgverzekeringswet is dat burgers meer keuzevrijheid hebben gekregen bij het kiezen van een zorgverzekering.

Deze keuzevrijheid, die nadrukkelijk niet ter discussie staat, dient ervoor te zorgen dat zorgverzekeraars zich in onderlinge concurrentie actief inspannen om voor hun verzekerden een gunstige prijs-kwaliteitverhouding te bedingen bij zorgaanbieders. Want individuele patiënten kunnen misschien goed in staat zijn om de kwaliteit van zorg te beoordelen, maar zij hebben niet of nauwelijks belang bij lagere prijzen. De rekening wordt immers gespreid over alle premiebetalers.

Vrije keuze blijft
Inmiddels onderhandelen verzekeraars voor steeds meer zorg namens hun verzekerden met aanbieders over de prijs en kwaliteit. Om gunstige afspraken te kunnen maken is het essentieel dat zorgverzekeraars hun verzekerden kunnen verleiden om voor de door hen gecontracteerde aanbieders te kiezen.

Een belangrijk instrument daarbij is het aanzienlijk minder vergoeden van zorg die door niet-gecontracteerde aanbieders wordt verleend. Op dit moment is dat niet goed mogelijk. De voorgenomen aanpassing van artikel 13 van de Zorgverzekeringswet is daarom een verstandige stap. Gezien de vormgeving van het zorgstelsel is het niet meer dan logisch dat zorgverzekeraars meer ruimte krijgen om de keuzevrijheid van patiënten in te perken.

Uiteraard betekent dit niet dat zij straks zijn overgeleverd aan de grillen van hun verzekeraar. Patiënten die ontevreden zijn kunnen jaarlijks een andere zorgverzekering afsluiten. Desgewenst met meer of minder keuzevrijheid. Ook aan het grondrecht van de vrije artsenkeuze wordt, anders dan de critici suggereren, niet getornd. Als iemand, om welke persoonlijke reden dan ook, per se naar een zorgaanbieder wil die niet door zijn verzekeraar is gecontracteerd dan is en blijft dat mogelijk. Wat wel verandert is het recht op een ongelimiteerde collectieve vergoeding van ondoelmatige zorg. En dat is niet meer dan terecht.

Een inperking van de keuzevrijheid van patiënten kan het kostenbewust inkopen van zorg door verzekeraars vergemakkelijken en dus bijdragen aan de noodzakelijke uitgavenbeheersing in de zorg.

Vertrouwensprobleem
Maar om de op dit punt hooggespannen verwachtingen waar te maken is meer nodig. Allereerst moet er een oplossing worden gevonden voor het vertrouwensprobleem waarmee zorgverzekeraars kampen. Tot nu toe lijken mensen de goedkopere zorgpolissen met minder keuzevrijheid vooral te mijden (Trouw, 29 januari).

Erg veel zal er op korte termijn dus niet veranderen. Om dergelijke polissen aantrekkelijker te maken is het belangrijk dat geïnvesteerd wordt in meer en betere publieksinformatie over de kwaliteit en kosten van zorg. Alleen dan kunnen verzekeraars een inperking van de keuzevrijheid aan hun verzekerden verantwoorden.

Ten tweede is het cruciaal dat zorgverzekeraars bij het inkopen van zorg uit meerdere geschikte aanbieders kunnen kiezen. De vele recente ziekenhuisfusies zijn in dit licht verontrustend. Als de huidige fusiegolf zich doorzet, dan valt er voor zorgverzekeraars straks simpelweg niets te kiezen. En dus ook niets te onderhandelen.

Mede omdat de beoogde wetswijziging kan bijdragen aan een betere beheersing van de zorguitgaven. Het laatste gaat echter niet vanzelf. Anders dan de verwachte besparing bij voorbaat al uit te geven (Trouw, 18 april), zou de politiek er dus verstandig aan doen om zich niet rijk te rekenen met een structurele meevaller zolang onduidelijk is of deze op korte termijn ook echt kan worden gerealiseerd.

Stéphanie van der Geest en Marco Varkevisser: gezondheidseconomen bij de Erasmus Universiteit Rotterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden