Zorgen voor de andere zangers

Voor een zanger is een goede, betrokken agent van levensbelang. Niemand die dat beter weet dan Eitan Sorek, ooit zelf zanger en deze maand tien jaar directeur van Sorek Artists Management in Den Haag. 'Alleen mooi zingen werkt niet. Je moet er vol voor gaan.'

'Weet je wel hoe extreem moeilijk het beroep van zanger eigenlijk is?", vraagt Eitan Sorek ergens in het gesprek. "Je hebt zo onvoorstelbaar veel discipline nodig om stem en lijf in goede conditie te houden. En alles, echt alles kan van invloed zijn op je stem en de kwaliteit ervan. Daarom verdienen zangers iemand die voor hen zorgt, die hen dingen uit handen neemt, op wie ze blindelings kunnen vertrouwen."

De woorden zorg en zorgzaamheid vallen vaker als Sorek over zijn beroep vertelt. Dat beroep heet officieel impresario. Sorek is agent voor musici, dirigenten, orkesten, koren en regisseurs, maar toch voornamelijk voor zangers. Hij draagt zorg voor hun zakelijke en artistieke belangen. Hij vertegenwoordigt bijvoorbeeld bariton Thomas Oliemans, die nu zo succesvol is als Papageno in 'Die Zauberflöte' bij De Nederlandse Opera. In zijn 'stal' zitten ook, naast vele anderen, Rachel Frenkel, Gal James, Marcel Beekman, Fabio Trümpy, Andrew Schroeder, Martijn Cornet, André Morsch en Konstantin Wolff.

Zijn voorliefde voor zangers voert terug naar Soreks vorige beroep, toen hij als redelijk succesvol tenor in Nederland emplooi vond.

"In mijn geboorteland Israël was ik al met een studie zang en piano begonnen, toen ik verplicht drie jaar in militaire dienst moest, zoals iedereen in Israël. Ik kwam meteen bij de artillerie terecht, wat betekende dat je bij een temperatuur van veertig graden met chemische maskers op aan het oefenen bent. Gelukkig kent het leger uitzonderingen als je ergens echt goed in bent. Dan kun je naast de dienst toch verder gaan met je studie. Op een goede dag kreeg ik een telefoontje dat ik me binnen vierentwintig uur in Tel Aviv moest melden. Daar heb ik de laatste twee jaar van mijn dienst een rustige kantoorbaan gehad."

Na zijn dienstplicht in 1991 kwam Sorek op het Conservatorium in Den Haag terecht om daar bij Marianne Dieleman verder te studeren. Al tijdens zijn studie had hij meteen allerlei werk. Hij zong met dirigenten als Herreweghe en Bernius, deed schnabbels in het Groot Omroepkoor en het Nederlands Kamerkoor.

"Ik was veel weg van school, maar dat vond ik niet erg. Want hoe meer werk je krijgt, hoe beter het is. Je leert het meest in de praktijk. En toen plotseling, zo maar op een dag, kon ik ineens niet meer spreken en niet meer zingen. Zelfs ademen was moeilijk. Ik heb heel veel dokters en alternatieve heksen gezien, zelfs een psychiater. Niemand wist echt wat het was. Uiteindelijk luidde de diagnose: spasmodische dysfonie. Dat zijn spasmen van de stembanden die alles in het strottehoofd blokkeren. Al met al heb ik drie jaar niet kunnen zingen. Dat is heel lang, en toen heb ik voor mezelf het besluit genomen dat het met zingen nooit meer wat kon worden.

"Ik wilde graag in de muziek verder, een beetje zorgen voor artiesten, juist omdat ik wist hoe zwaar het allemaal kan zijn. Als je als agent wilt beginnen dan kun je bij een ander management gaan kijken om het vak te leren, maar ik wilde het met mijn eigen visie doen en niet zoals alle anderen. Ik ben gaan werven onder collega's en vrienden uit het beroep. Er waren gelukkig mensen die mij wilden helpen met hun naam. Binnen een half jaar had ik een lijst met namen en ben ik vanuit mijn eigen huis begonnen.

"Thomas Oliemans kende ik nog van het conservatorium. Ik zong daar Tamino in 'Die Zauberflöte' en hij zong in het koor. Het is een plezier om met iemand als Thomas te werken. Hij denkt mee, is nooit passief. We hebben een open dialoog over hoe ik hem kan helpen. We praten over een eventuele nieuwe richting of een nieuwe rol, ik kan hem een bepaalde kant op sturen. Hij vraagt heel veel aan mij en dan is het goed als je je aan elkaar kunt spiegelen.

"Het geeft mij een kick om jong talent te ontdekken en een zanger in een internationale operastudio te plaatsen, zoals met Rachel Frenkel. Een paar jaar later werkt ze al met de groten der aarde. Mijn grootste beloning is om artiesten op het podium te zien, en daarom reis ik ze ook zoveel mogelijk achterna."

"De muziekwereld draait op persoonlijke contacten en op vertrouwen. Zangers leggen hun carrière immers in jouw handen. Ik moet overigens wel een persoonlijk gevoel bij een artiest hebben, anders werkt het niet. Dat je iets met iemand hebt, is niet altijd wenselijk in zakelijke relaties, maar in onze business nou juist wel. Hun succes is mijn succes."

Het lukte Sorek vrij snel om een bedrijf op te bouwen. Met zijn kennis over muziek en zang kon hij niet door de mand vallen, en hij beschikte over de sociale vaardigheden die elke manager in welk beroep dan ook moet hebben. Er bleken veel zangers rond te lopen die op zoek waren naar een agent met een zangersachtergrond, iemand met repertoirekennis. Al vrij snel was het niet alleen meer investeren, maar kwamen ook de opdrachten binnen.

Sorek heeft inmiddels drie mensen vast in dienst - "Een fantastisch team!". Omdat hij goed ingevoerd is in de operawereld vertegenwoordigt zijn bureau nu ook operaregisseurs en operadirigenten en werkt hij met alle belangrijke operahuizen en orkesten samen.

"We hebben nog geen last van de crisis, maar de gages worden lager en er is meer concurrentie. In Nederland merk ik dat de interesse in klassieke muziek, in hogere cultuur, aan het dalen is. Goedlopende artiesten hebben een bepaald gage-niveau dat operahuizen proberen te respecteren. Maar voor hen wordt het door het korten van subsidies ook moeilijker. In Nederland zijn de gages heel acceptabel en kennen we geen exorbitante uitschieters. Negentig procent van de zangers verdient niet meer dan modaal, ze hebben geen vast inkomen en geen pensioen. Ze zijn afhankelijk van de smaak van casting directors, regisseurs en dirigenten. Ze kunnen alle steun gebruiken en dat is wat ik hen bied.

"Talent moet je leren ontdekken, dat is een ontwikkeling van jaren. Intuïtief wist ik wel wat een artiest van mij zou willen. Als je een talent vindt, moet je er zorgzaam mee omgaan. We regelen audities voor zo iemand of sturen hem of haar naar audities toe. We geven advies aan jonge zangers of aan zangers die in een crisis zitten; we vertellen hen bij wie ze het best kunnen gaan werken. Je moet echt veel laten voor dit beroep en ik heb groot respect voor mijn zangers. Alleen mooi zingen werkt niet. Je moet er vol voor gaan. Nee, het zangersleven mis ik niet, ik mis hoogstens mijn instrument. Het doet het nog, maar niet goed genoeg."

Eitan Sorek viert het 10-jarig bestaan van zijn impresariaat met het Residentie Orkest olv Bruno Weil. Drie van zijn zangers soleren in delen van Bachs 'Weihnachtsoratorium' op 21, 22 en 23 december.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden