Reportage

Zorgen om ondervoede kinderen in kamp Ain Issa

Beeld Hans-Jaap Melissen

Volgens de kampmanager is het er ongevaarlijk. Maar Belgische bezoekers schetsen een ander beeld.

Gerrit Loots kijkt onthutst naar een foto op zijn telefoon. “Een kindje dat wij niet hebben kunnen vinden, daarvan krijg ik net een foto binnen. Het is er toch nog, in kamp Al Hol. En het gaat heel slecht met hem.” Het jongetje had volgens Loots waarschijnlijk meegemoeten met de zes Belgische kinderen die eerder deze week in Syrië zijn opgehaald. 

Loots, professor psychologie aan de Vrije Universiteit van Brussel, was los van de Belgische regeringsmissie al eerder naar Syrië gereisd met een groepje psychologen en kinderartsen. Hij oefent al tijden druk uit op de Belgische overheid om in ieder geval wat te doen voor de Belgische weeskinderen en kinderen die zonder ouders in de Syrische kampen zitten. 

Vandaag is hij, samen met kinderarts Lydia van Kesteren, op bezoek in het kamp Ain Issa. Dat is het kamp net ten noorden van de voormalige IS-hoofdstad Raqqa, waar ook de twee Nederlandse weeskinderen zaten die afgelopen week naar Nederland zijn overgebracht. Het is met 13.700 kampbewoners een stuk kleiner dan het beruchte Al Hol-kamp, waar zo’n 70.000 mensen zitten, onder wie veel Nederlanders.

Menselijk

Jalal Ayef, de manager van Ain Issa, is blij dat Nederland de kinderen heeft meegenomen. Maar het is niet genoeg. “Het moet niet alleen over weeskinderen gaan. Al die buitenlandse vrouwen en kinderen moeten hier weg.” Hij pakt er een lijst bij en leest die voor. Duitsland: vier vrouwen, met totaal zes kinderen. België: drie vrouwen, zeven kinderen. Oezbekistan: zeven vrouwen, vijftien kinderen enzovoort. Na het ­vertrek van de twee weeskinderen heeft hij geen Nederlanders meer op zijn lijst staan.

Beeld Louman & Friso

Hij schiet in de lach op de vraag of het klopt dat het erg gevaarlijk is om hier een ophaalmissie heen te sturen, wat Nederland beweert. “Wat zijn die gevaren dan? Noordoost-Syrië is het beste stuk van het land. Bovendien, u bent hier toch ook, zonder beveiliging?!”

Ayef mag van hogerhand geen journalisten toelaten tot het aparte deel van het kamp waar de buitenlanders zitten. In het gewone deel zijn onder andere klinieken van het Koerdische Rode Kruis, Artsen Zonder Grenzen Nederland (met lokale medewerkers) en Unicef. Ook zijn er supermarktjes, een restaurant en een schoenenwinkel.

De buitenlanders mogen alleen onder begeleiding naar bepaalde voorzieningen toe. Hun deel wordt apart bewaakt en is goed zichtbaar vanachter een hek: er staan dezelfde rommelige tenten als in het gewone deel. Gesluierde vrouwen hangen de was aan de lijn. Kinderen rennen achter elkaar aan.

Onthoofden

Mohammed Ahmed Zaher (59) heeft vanaf zijn tent goed zicht op de buitenlanders. Hij komt uit Raqqa, maar zijn huis is platgebombardeerd. Medelijden met de vrouwen aan de andere kant van het hek heeft hij niet. “Ze zijn menselijk, maar ze hebben ook veel mensen gedood.” Hij vindt wel dat de vrouwen die gedwongen werden mee te gaan naar IS-gebied, vrij mogen worden gelaten. Ook kinderen kun je volgens hem wel weer anders laten denken. “Dan moeten die landen hen maar komen halen. Maar al die vrouwen die zich vrijwillig aansloten bij IS moeten ze onthoofden.”

Kampmanager Jalal Ayef. Beeld Hans-Jaap Melissen

Volgens kampmanager Ayef gaat binnenkort ook een deel van de Syrische IS-vrouwen en hun kinderen uit dit kamp weg. “Het zijn tachtig families. We hebben een deal met de stammen en die gaan hen weer opnemen.” Hij wil niks weten van kritiek op de omstandigheden in zijn kamp. “Mensen hebben hier alles. Het is net een stad. Kijk, je kunt zelfs geld naar ons overmaken.” Hij houdt een zak met bankbiljetten omhoog. “Allemaal voor onze Soedanese bewoners.” Dat zijn IS-leden uit Soedan, die door hun familie financieel ondersteund worden.

Als Loots en Van Kesteren terug zijn in hun hotel, schetsen zij een ander beeld van het kamp. “De Belgische kinderen die wij hebben gezien, zijn bijna allemaal ondervoed. De kinderen onder de vijf jaar hebben geen normaal groeipad, door gebrek aan vitamines en proteïne. Ook chronische diarree is een groot probleem.”

Bewusteloos

De kinderen die nu naar België zijn gerepatrieerd, zijn tussen de 6 en 18 jaar oud. Zag Van Kesteren tekenen die wijzen op radicalisering? “Ik zag beleefde en goed opgevoede kinderen. Maar ze zijn wel blootgesteld aan de radicalisering om hen heen.” Ook in de kampen gaat dat door, zegt Loots. “In Ain Issa hoorden we van de Belgische vrouwen dat ze worden bedreigd als ze geen volledige gezichtsbedekking dragen. Een vrouw is daarom een keer bewusteloos geslagen. Of ze dreigen je tent in brand te steken.”

Loots vindt dat zowel België als Nederland alle vrouwen moet weghalen, met hun kinderen. Maar zijn grootste zorg is, vlak voor zijn eigen vertrek uit Syrië, het achtergebleven jongetje. “De moeder is dood. Van de vader dachten we dat ook, maar die zit hier in de gevangenis.” Loots baalt zichtbaar dat het jongetje net te laat opdook om met de Belgische missie mee te kunnen. Er zal nog een DNA-test moeten worden gedaan. Loots staart zuchtend naar zijn telefoon. Op de foto ligt het jongetje in alleen een luier en kijkt omhoog naar de camera. Hij is heel mager, met dunne armpjes en zijn ribben zijn goed te zien. “Dit soort gevallen hebben echt een groot risico om te overlijden.”

Lees ook:

Twee Nederlandse weeskinderen van IS-strijders zijn overgedragen aan Nederland

Voor het eerst haalde het kabinet vorig weekend twee kinderen van Syriëgangers naar Nederland. Minister Grapperhaus repte van een ‘specifieke casus’. Het kabinet bleef erbij dat Nederlandse onderdanen niet actief worden opgehaald. Te onveilig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden