Zorgeloos op de pof

De Caribische rijksdelen zien de ongeschoolde jongeren, maar ook het middenkader én de elite naar Nederland vertrekken. Op de eilanden heerst een economische crisissfeer en op last van Nederland moet ook nog eens de broekriem worden aangehaald. Die bezuinigingen worden door de Antillianen ervaren als een 'koloniale zweep'. Nederland op haar beurt ergert zich groen en geel aan de potverterende levensstijl van de rijksgenoten. Deel 1 van de nieuwe serie Koninkrijk Overzee: over de moeizame band tussen eilanden en moederland.

Nederlanders en Antillianen uiten hun boosheid over het gedrag van de ander doorgaans pas in eigen kring. Een enkele keer schiet een Antilliaan openbaar uit de slof. Zoals de prominente politica Lucille Wout na kritiek - 'Antillen zijn roversnesten' - uit Den Haag: ,,Het is niet acceptabel dat de Antillen worden bejegend als rampgebied, als zou er een totale verrotting heersen.'

,,Wij zijn een godvrezend volk, leven op een andere wijze dan in Nederland, met ons eigen gevoel voor verantwoordlijkheid voor elkaar. Wij verwelkomen alle toeristen en hopen dit nog lang te mogen doen. Wij moeten onze financiële en maatschappelijke problemen oplossen en willen dat ook. Waar wij ons niet altijd even open tegen verzetten, is het opdringerige, betweterige en veroordelende gedrag van onze Nederlandse partners.'

's Avonds aan de bar van het hotel op Curacao spuwen de tientallen technische bijstanders uit Nederland hun gal. 'Wie betaalt, bepaalt', gaat op de Antillen tot hun verbijstering niet op. Fris zijn ze 's morgens op pad gegaan. In kostuum en overhemd met lange mouwen als teken van respect. De hele dag vergaderen, begrip tonen. Amicaal wordt geluncht op het terras van Juliana's of Fort Nassau. Maar bij het scheiden van de markt, als er echt iets op papier moet worden gezet, krijgen de uitgezonden ambtenaren en adviseurs het onbehaaglijke gevoel dat ze net zo goed een cheque hadden kunnen sturen.

Hoe kun je zo zorgeloos op de pof leven, vragen ze zich af, tot op de draad bezweet op weg naar het hotel. Na een duik in de helblauwe oceaan, trekken ze conclusies voor het thuisfront. Zoals adviseur Theo Korthals Altes: ,,Het overgrote deel van de welvaart die de eilanden produceren gaat direct of indirect verloren aan de omvangrijke import van voedsel, drank, kleding en luxe.' Zelfs met de 300 miljoen gulden steun van Nederland, gapen er gigantische gaten in de begrotingen van de eilanden. ,,Met daadwerkelijke ontwikkelingshulp, bijvoorbeeld zoals die geldt voor landen in Afrika en elders in het Caribisch gebied, heeft deze relatie weinig te maken.'

De alarmerende rapporten over de situatie op de eilanden, tientallen per jaar, laten de meeste Nederlanders koud. Die kille houding is niet van vandaag of gisteren. Na ontdekking door de Spanjaarden werden de zonnige eilandjes al snel omschreven als Islas Inutiles - nutteloze eilanden. Van de zes goudklompjes werd veel verwacht, maar ze bleken een blok aan het been van het moederland te zijn. De bevolking van de onvruchtbare eilanden Aruba, Curacao, Bonaire, Sint-Maarten, Sint-Eustatius en Saba wordt in toenemende mate gezien als een 'verzameling lastpakken', zoals hoogleraar Caribische studies Gert Oostindie in Het paradijs overzee opmerkt.

Op de eilanden realiseren de Antillianen zich dat de 'liefde' vooral van hun kant komt. Op veel meelevendheid hoeven de rijksgenoten niet te rekenen. Na de or kaan Lenny durfde het Nationaal Rampenfonds een grote tv-avond niet aan. Het draagvlak zou te gering zijn. Uiteindelijk is 750 000 gulden op giro 777 gestort. Als alle Antillianen in Nederland drie rijksdaalders over hebben gemaakt kom je al aan dat bedrag. Een gala-avond ten bate van de slachtoffers van orkaan Lenny in Ahoy kon niet doorgaan. Te weinig belangstelling.

Het bewustzijn overzee niet erg geliefd te zijn, zit diep. Als het gaat om het beschrijven van de verhoudingen tussen Nederland en de Antillen, wordt dat zelden vanuit een opgewekte Caribische invalshoek gedaan. Nuchtere Hollandse berekening is eerder troef. De gewortelde redenering luidt dat de ex-kolonisator hen er zelf als slaaf heen heeft gebracht en afhankelijk, om niet te zeggen verslaafd, heeft gemaakt aan hulp.

Het is opvallend dat - waar de Antilliaan ook woont: op één van de eilanden of in Nederland - met stelligheid wordt beweerd dat de voormalige koopman/dominee Ulanda het aan zichzelf heeft te danken dat hij een blijvende zorgplicht heeft. Lucille Wout karakteriseert dat zo: ,,Ik ben geen Afrikaan, geen Nederlander, ik ben geen Jood; ik ben een Caribisch mens, product van de willekeur van de wereldhandel'. Met andere woorden: het is de schuld van de Hollandse kooplieden dat wij Antillianen zijn. De rekening van dat leed is in hun ogen nog lang niet voldaan.

Nu het economisch bergafwaarts gaat met de Antillen wordt meer dan ooit gewezen op de 'historische band' met Nederland. In Den Haag wordt die erfenis als een (te) dure plicht ervaren, waar opeenvolgende regeringen al lang vanaf wilden. Halverwege de vorige eeuw heeft Nederland zelfs geprobeerd de eilanden van de hand te doen. Tot ontzetting van het ministerie van kolonieën meldde zich geen koper.

Den Haag heeft sindsdien steeds van harte naar een afscheid van de Antillen gestreefd. Maar doordat de Antillen zelf bleven treuzelen, verliep het tij. Nederland stond het aarzelend toe. Na de onafhankelijkheid in 1975 gleed Suriname in zo'n snel tempo in de prut, dat Nederland niet voor de tweede keer een afscheid kon doordrukken.

Uiteindelijk hebben de vijf eilanden zich in referenda in de jaren negentig uitgesproken tegen zelfstandigheid. Zelfs de separatisten van Aruba waren dolblij dat hun status aparte niet leidde tot onafhankelijkheid. Het was - achteraf - niet de bedoeling geweest uit het koninkrijk te stappen, maar op afstand te komen van big spender Curacao.

Vandaag kan Nederland om nog een andere reden geen vaarwel zeggen tegen de Antillen. Den Haag is ervan overtuigd dat het moreel onverantwoord is op dit moment een vertrek uit het koninkrijk te organiseren. Zulke kleine gemeenschappen van in totaal 210 000 inwoners - voor wie steun van levensbelang is - kun je niet aan hun lot overlaten.

Daarnaast houden de Verenigde Staten Nederland onder druk om in de Cariben aanwezig te blijven. Met name de Benedenwinden, Curacao, Bonaire en Aruba, met hun ligging zo vlak voor de kust van Zuid-Amerika, fungeren als springplank voor dit continent naar Europa en het noordelijke Amerika. De eilanden waren altijd al aantrekkelijk voor de overslag van goederen en slaven, nu zijn ze centra voor doorvoer van allerhande producten.

De Amerikanen omarmen iedere stabiele plek in de regio. Eilanden als Cuba, Haïti en de Dominicaanse Republiek kunnen bij kleine veranderingen exploderende kruitvaten worden. De VS koesteren als strategische standplaats het eigen Puerto Rico. De aanwezigheid van Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland betekent dat er rustpuntjes in de Caribische Zee zijn. Niet voor niets hebben de Amerikanen het aanbod een militaire basis te vestigen op het Curacaose vliegveld Hato, met beide handen aangegrepen. Dat is een mooie uitvalsbasis naar Zuid-Amerika, dat licht ontvlambaar blijft. In Venezuela, dat bij helder weer zichtbaar is vanaf de Benedenwinden, zijn door de natuurramp die daar heeft huisgehouden de protestoptochten, de cacerolazos - met het slaan op potten en pannen - even verstomd. Maar de Venezolanen zullen de straat weer opgaan, dat is een kwestie van tijd.

Ondertussen dringt het in Nederland en met name op Curacao door dat de migratie binnen het koninkrijk volkomen uit balans is. In Nederland wonen meer dan 90 000 Antillianen en Arubanen en maandelijks komen er daar enkele duizenden bij. De 60 000 Nederlanders die jaarlijks naar Curacao vliegen, kunnen zich op het eerste gezicht niet voorstellen waarom een Antilliaan zo'n paradijs zou willen verlaten. Van der Valks beeldmerk, de toekan, torent uit boven Willemstad. De kleurige monumentale panden zien er goed verzorgd uit. Overal zijn banken en accountantskantoren. In de straten toeristen met dikke portefeuilles.

Een wandeling naar de fraaie hotels in de wijk Punda richting Cornelisbaai laat in een notendop zien wat er allemaal mis is gegaan. Wie het centrum verlaat wordt bij het laatste herenhuis in oude glorie, dat van het Tourist Office gewaarschuwd 'zeker als het donker is niet te voet verder te gaan'. De Avenue Pappa Godet is net een rot gebit. De weg is genoemd naar de leider van de opstand in Willemstad op 30 mei 1969. Het oproer dat neergeslagen moest worden door mariniers, wordt gezien als een enorme opsteker in het verlangen tot meer zelfrespect.

Ruim dertig jaar later wordt de boulevard omgeven door kraakpanden van chollers, uitgemergelde junks. In lompen gehuld proberen ze met een emmertje, verderop uit zee getapt, huurauto's van de rijke toeristen smeriger te wassen. Uit angst krijgen de 'Pepi's en Ramons' een dollar toegestopt. Waarmee ze om de hoek in een supermarkt als Pita's, spotgoedkope drank kunnen kopen. Of ze lopen door Pietermaai waar ze voor een prikkie drugs kunnen aanschaffen. In de Pennstraat, die in het verlengde van de Pappa Godet ligt, staat het prestigieuze Avila Beach Hotel. Hier logeren de Nederlanders met een missie. Zoals onlangs de koningin en prins Claus, die met weinig enthousiasme werden ontvangen. Pas toen de orkaan Lenny over de eilanden raasde stegen Beatrix en haar gemaal in ouderwetse achting. Doorgaans biedt het hotel onderdak aan ministers, ambtenaren, adviseurs, journalisten en zakenlieden. In deze ambiance - en niet in het regeringscentrum Fort Amsterdam - ondertekenden twee maanden geleden de ministers van de nieuwe regering Pourier het regeerakkoord Es ku realmente keé por (Werkelijk willen, is kunnen').

Geen van de gesprekspartners uit Nederland voegden zich erbij. 'Niet genodigd'. Ze hadden van de ceremonie toch niet veel kunnen verstaan. Vrijwel de gehele sessie was in het papiaments. De vertegenwoordigers van Sint-Maarten en Sint-Eustatius spraken in hun voertaal, het Engels. Later zouden ze zich met gretigheid op het regeerakkoord storten. Want los van de papiamentse titel, is het geheel in het Nederlands geschreven. Het regeerakkoord lijkt ook meer voor Nederland geschreven. De sanering van het uitbundige ambtenarenkorps, waaraan 90 procent van de inkomsten opgaat, staat hoog genoteerd. Ook het vasthouden van jongeren, een steeds harder geformuleerde eis van Nederland, neemt een prominente plaats in. Pourier over het onderschrijven van het regeerakkoord: ,,We hebben gefaald. We moeten de hand in eigen boezem steken. We zullen er alles aan doen de jongeren een goede opvoeding te geven. Op school en thuis. Deze regering is er niet een van woorden en papier, maar van actie. Man na obra! (Aan het werk!)'.

Maar de eigen bevolking vasthouden zal niet meevallen. ,,De nieuwe wereld is op de eilanden nog slechts aan de oppervlakte doorgedrongen', weet Theo Korthals Altes. Rijksgenoten die de neergang op de eilanden willen ontvluchten, zien steeds meer toeristen uit Nederland uit de Boeings stappen. Als wandelend reclamebord in bermuda, spendeert de modale vakantieganger in één dag vaak meer dan waar een Antilliaanse AOW'er een maand van moet rondkomen. Of dat nog niet genoeg is, horen ze van familie en vrienden die zijn neergestreken aan de Noordzee dat in dat deel van het koninkrijk de economie draait als een tierelier. Dan is het Nederlandse paspoort gauw gepakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden