Zorg voor zieke oudersof buren krijgt weinig waardering

Wetenschappers pleiten voor cultuuromslag: gelijke waardering voor betaalde baan en voor onbetaalde zorg

Werken heeft een veel hogere maatschappelijke status dan zorgen. De overwaardering van een betaalde baan zal moeten verminderen, om te komen tot een samenleving waarin meer mensen dan nu hun tijd besteden aan de zorg voor hun hulpbehoevende ouders en kinderen, of aan vrijwilligerswerk.

Deze stelling betrekt Kim Putters, directeur van het Sociaal- en Cultureel Planbureau, in het nieuwste nummer van het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken. Die gezamenlijke publicatie van het SCP en de Universiteit Utrecht is dit keer gewijd aan het thema arbeid en zorg.

Ook andere wetenschappers en experts op dit gebied bepleiten in deze bundel net als Putters een cultuurverandering, om ervoor te zorgen dat het doel van het kabinet wordt bereikt: mensen moeten meer werken én meer zorgen. Dat levert, zo constateren diverse onderzoekers, 'combinatiestress' op: mensen zijn al druk met hun werk, en als ze daarbij ook nog de zorg voor hun familie of buren hebben, ligt oververmoeidheid op de loer - al zijn trouwens jonge vaders van alle mensen het allerdrukst.

Het kabinet heeft de verlofregelingen uitgebreid, maar verwijst verder naar werkgevers: die moeten ervoor zorgen dat hun werknemers het werk makkelijker kunnen combineren met de zorg. Ook de onderzoekers verwachten veel van het werkgeversfront, maar SCP-directeur Putters denkt niet dat we er zijn als werkgevers een klimaat creëren waarin mantelzorg heel gewoon is.

Hij wil het hele concept van betaald werk tegen het licht houden. 'Wat doe jij', is de eerste vraag op verjaardagen. Bij 65-minners wordt er dan gedoeld op een baan, en niet op vrijwilligerswerk of de hulp aan een zieke buurman. Werkloosheid is negatief, concludeert Putters, ongeacht wat mensen daarnaast nog vrijwillig of in de zorg doen.

Als we daadwerkelijk de zorg moeten intensiveren, lijken hem die opvattingen over werken en niet-werken 'maatschappelijk onhoudbaar.' Hij vraagt zich zelfs af of er 'altijd betaalde arbeid voor iedereen moet en kan zijn'.

Bezorgd is hij ook over een nieuwe vorm van maatschappelijke ongelijkheid die zichtbaar wordt in de mantelzorg. Hogeropgeleiden doen dat vaker dan lageropgeleiden. Dat komt doordat werknemers hun zorgverlof lang niet altijd doorbetaald krijgen; mensen met lagere inkomens kunnen zich dat minder veroorloven. Bovendien kunnen hooggeschoolden hun werktijden vaak makkelijker aanpassen en hun werk zelf inrichten, waardoor de combinatie met zorg makkelijker wordt. Participeren is dus ook afhankelijk van de plaats op de maatschappelijke ladder.

De afgelopen tien jaar is het aantal werkende mantelzorgers gegroeid van 13 naar 23 procent. Dat komt volgens de onderzoekers Edith Josten en Alice Boer doordat er meer vrouwen en ouderen werken; die groepen doen traditioneel veel aan mantelzorg. Maar Josten en Boer vermoeden ook dat de mentaliteit verandert: er is, naast de toenemende nadruk van de overheid op de eigen verantwoordelijkheid van burgers om voor hun naasten te zorgen, ook een 'grotere bewustwording van het belang van onderlinge hulpverlening.'

Qua opvattingen over zorg wijkt Nederland nog wel behoorlijk af van de rest van Europa. Er is geen sterke 'familienorm' die voorschrijft dat kinderen hun ouders moeten helpen. Alleen in Scandinavië is die norm nog losser dan hier.

De onderzoekers wijzen in dat verband wel op een paradox. Nederlanders vinden dat ouders zelf voor hun kinderen moeten zorgen, twee tot drie dagen naar de crèche is maximaal aanvaardbaar. Maar de zorg voor ouders, dat vindt een meerderheid meer een taak van de overheid dan van de familie.

Het overheidsbeleid is juist andersom: kinderopvang wordt toegejuicht, voor de ontwikkeling van kinderen maar ook om met name moeders meer aan het werk te krijgen. Aan de andere kant legt het kabinet de zorg voor ouderen in toenemende mate bij kinderen, buren en vrienden neer.

"De discrepantie tussen de uitgangspunten van het beleid en de opvattingen van burgers staat de uitvoering van beleid mogelijk in de weg", schrijven de experts, die ook waarschuwen dat de gevolgen van de combinatiedruk niet moeten worden onderschat.

undefined

Hoeveel zorgverlof kan een werknemer jaarlijks opnemen?

De mogelijkheden om zorgverlof op te nemen, zijn met ingang van vorig jaar uitgebreid. Hulp bieden kan niet alleen voor kinderen of ouders, maar ook voor een opa of oma, kleinkinderen, een partner of andere huisgenoot of een buur of vriend.

Tijdens kort verlof krijgt een werknemer 70 procent van het salaris doorbetaald of minimaal het minimumloon. Kort verlof geldt voor maximaal twee keer het aantal uren dat iemand per week werkt. Dus iemand die 24 uur per week werkt, mag per jaar 48 uur zorgverlof nemen.

Als een werknemer langdurig verlof opneemt, hoeft de werkgever geen loon te betalen. Dit type verlof mag zes weken duren per jaar. De opbouw van vakantiedagen en pensioen lopen in die periode door, net als bij het kortdurend verlof.

Een werkgever mag zorgverlof alleen weigeren als het bedrijf of de organisatie erdoor in ernstige problemen komt. Soms kan de werkgever vragen om een bewijs, bijvoorbeeld een doktersverklaring.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden