Zorg goed voor jezelf

Toen Sophie Calle door haar geliefde G. per e-mail werd gedumpt, stortte haar wereld in. Haar liefdesverdriet wist zij om te zetten in een kunstproject, met G.’s mailtje als insteek.

De e-mail komt op 24 april 2004 om 19.13 uur binnen op de computer van de nietsvermoedende Sophie Calle. Niet zomaar een kort berichtje, maar als ware het een brief, in zorgvuldig gekozen bewoordingen geschreven. Ja dat kon hij wel, haar zo geliefde G....

Sophie Calle, kunstenares te Parijs, leest de mail aandachtig en legt hem weg: verdriet, woede, alles speelde door haar hoofd. Die schoft had het uitgemaakt. ’...Hoe dan ook, weet, dat ik altijd van je zal blijven houden, op mijn manier, zoals toen ik je voor het eerst ontmoette: dat gevoel blijf ik altijd bij me dragen en zal, zo weet ik, nooit verdwijnen...’ schrijft ie. Hij had graag gewild dat het anders zou lopen, voegt ie er nog aan toe. Met als slotzin: ’Zorg goed voor jezelf’ (prenez soin de vous).

Sophie Calle is verbijsterd, met stomheid geslagen, weet niet wat ze met deze onverwachte mail van de door haar zo geliefde G... aan moet. Twee dagen later laat ze de print van de brief aan een vriendin lezen die haar reactie geeft. Het brengt Calle op een idee, het zoveelste kunstproject is geboren. Het wordt uiteindelijk een van de topwerken op de Biënnale in Venetië van 2007 en vormt nu de hoofdmoot van de tentoonstelling ’Sophie Calle, Talking to Strangers’ in Museum De Pont in Tilburg. Het gaat om de Engelstalige versie van het kunstwerk dat vorig jaar een groot publiek trok in de Londense Whitechapel Gallery.

Sophie Calle (geboren 1953) weet aanvankelijk niet hoe te reageren op deze e-mail. „Het was alsof het niet voor mij bestemd was. Het eindigde met ’Zorg goed voor jezelf’. En dat heb ik gedaan. Ik vroeg 107 vrouwen, gekozen om hun beroep of vaardigheiden de e-mail te interpreteren, hem te analyseren, te becommentariëren, te dansen, te zingen. Uitputtend te behandelen. Hem voor mij te begrijpen. Voor mij te beantwoorden. Het was een manier om de tijd te nemen, te breken. Een manier om voor mezelf te zorgen.”

En zo zie je in De Pont 106 verschillende vrouwen, plus een papegaai op hun eigen manier bezig met de e-mail. De papegaai verfrommelt het epistel, scheurt het stuk en geeft in zijn eigen lorreteksten commentaar, de andere lezers – vooral bekende persoonlijkheden in Frankrijk, zoals filmdiva Jeanne Moreau – lezen het voor en gaan er mee aan de slag. Zittend op een bankje, dansend, zingend, acterend, in tranen voorlezend. De 107 zijn gefilmd, gefotografeerd, het resultaat van hun interpretatie van de e-mail is uitvergroot te zien. De brief wordt gebruikt als schietschijf, psychologisch geduid, door een seksuoloog bemeten, door een advocaat juridisch beoordeeld, door een taalkundige woord voor woord bekeken, door een VN-specialiste vrouwenrechten aan een analyse onderworpen, door een helderziende betast, door een geheim agente in geheimschrift vertaald enzovoort, enzovoort.

Sophie Calle wist haar liefdesverdriet om te zetten in een kunstproject. „Na een maand voelde ik me beter. Het werkte, het lijden was voorbij, het project had de plaats ingenomen van de man”, vertelt Calle aan de Britse krant The Guardian. De terugkeer van G... in haar leven zou het hele project zelfs hebben getorpedeerd.

’Take care of yourself’ (Zorg goed voor jezelf) vormt de hoofdmoot op de tentoonstelling over het werk van Sophie Calle en is over enkele grote zalen opgezet. Het komt goed tot zijn recht in het Tilburgse museum voor hedendaagse kunst. Het zet tot nadenken en leidt tot discussie. Het publiek praat er uitgebreid over, duikt als het ware in het leven van Sophie Calle, betrekt het wellicht op zichzelf. Het leeft met haar mee, maar ook met dader G..., wiens brief zo zorgvuldig wordt gefileerd. Zelf blijft Sophie Calle op de achtergrond, laat haar eigen emoties niet toe tot het kunstproject, die emoties laat ze aan anderen over die de -mail voorlezen en interpreteren en die soms reageren of zij hoogstpersoonlijk worden afgewezen.

Sophie Calle heeft het ombuigen van haar eigen ongeluk tot haar levenswerk gemaakt. In de meeste werken sinds 1979 die in De Pont worden getoond is dat terug te zien. Als jonge vrouw zwierf ze in de jaren zeventig de wereld rond, wist eigenlijk niet wat ze met haar leven aanmoest. In Parijs was ze een linksige activiste die maar wat met haar ziel onder de arm rondliep. Totdat ze besloot, louter uit verveling, om onbekenden te gaan volgen in de stad. Een man zelfs tot in Venetië aan toe. Een raar en origineel mens die Sophie Calle, dat was ze zeker, en dat is ze ook altijd gebleven.

Op een gegeven ogenblik vraagt ze onbekenden om in haar bed te slapen onder voorwaarde dat ze naar hen kan kijken, foto’s kan nemen. Het zou een estafette moeten worden van mensen die het bed besliepen. Het matras moest als het ware warm blijven. Aan 45 mensen deed ze het verzoek, 29 gingen akkoord. Het project ’Les Dormeurs’ was niet zozeer als kunstwerk bedoeld, maar een Parijse kunstcriticus vroeg Calle het werk te tonen op de Biënnale van Parijs in 1980. „Uiteindelijk was hij het die besloot dat ik een kunstenaar was”, zegt Calle achteraf. Vanaf dat moment staat het leven van Calle in het teken van de kunst. Levenskunst welteverstaan.

In Los Angeles (What is in the name?) vraagt ze aan wisselende personen waar die engelen nou in hemelsnaam zijn. In de Transsiberië Express beschrijft ze tot op het woord nauwkeurig haar contacten in de trein met een Russische kolchoze-voorzitter uit Vladivostok. Ze spreken geen woord van elkaars taal, maar met kreten als communisti, fascisti, Marchais, Mitterrand en met liederen komen ze een heel end.

Kunst en leven (of dood) hebben in het werk van Calle een verbintenis aangegaan. Calle: „Gelukkige gebeurtenissen, die beleef ik, de ongelukkige buit ik uit. In de eerste plaats vanuit een artistieke interesse, maar ook om ze te veranderen, er iets van te maken, er mijn voordeel mee te doen – wraak te nemen op de situatie.”

In een van de zijkamertjes in Museum de Pont klinkt muziek van Mozart. Daar is een van de laatste werken van Sophie Calle te zien uit 2007: ’Pas pu saisir la mort’ (niet de dood kunnen vatten).

Monique Sindler (Calle’s moeder) had als grote wens om bij de presentatie van het werk van haar dochter op de Biënnale van Venetië aanwezig te zijn. Maar Monique was ernstig ziek, zou spoedig sterven. Sophie was ten einde raad. En weer besloot zij de ellende zoveel mogelijk ten goede te keren. In samenspraak met haar moeder besloot zij diens dood op video vast te leggen en het in Venetië te tonen. Ze had beloofd om op het moment van sterven het Adagio uit het Klarinetconcert van Mozart te spelen.

De video over de laatste twintig minuten van Monique, vanaf een statief in beeld gebracht, is een van de ontroerendste werken in Tilburg. Verplegers en aanwezigen om het doodsbed proberen het moment van haar verscheiden te vangen, de laatste adem te voelen, maar de dood laat zich niet vangen, ligt op een niet nader te bepalen moment, ergens tussen 3.03 uur en 3.13 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden