Zorg gaat met computers medische missers te lijf

Dagelijks overlijden in Nederland mensen doordat er bij de gegevensoverdracht tussen hun artsen iets misgaat.

Bijna achthonderdduizend Nederlanders van 18 jaar en ouder hebben ooit wel eens te maken gehad met een overdrachtsfout in de zorg. Vijftigduizend mensen zijn erdoor in de WAO terechtgekomen. Dat kost in totaal naar schatting 1,4 miljard euro per jaar.

Indrukwekkende cijfers, afkomstig uit het vorig jaar verschenen TNS Nipo-rapport Fouten worden duur betaald. Dat onderzoek is gedaan in opdracht van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) en het Nationaal ICT Instituut in de Zorg (Nictiz), het orgaan dat in opdracht van de regering de invoering van het Elektronisch Patiënten Dossier voorbereidt.

Er gaat veel mis in de gegevensoverdracht tussen artsen. Veel artsen werken nog met papieren dossiers waar andere zorgverleners niet in kunnen kijken

In beginsel zijn huisartsen en medisch specialisten kleine, zelfstandige ondernemers die zeer gesteld zijn op hun autonomie. Er zijn alleen al 7000 huisartsen en 4500 huisartsenpraktijken, en die zullen het nooit eens worden over één systeem.

Het Nictiz gaat uit van de realiteit dat de zorg regionaal is georganiseerd en dat artsen sterk hechten aan hun autonomie. Van Boven: We gaan dus niet één informatiesysteem voor het hele land invoeren, zoals ze dat wel in Engeland hebben gedaan. Er zijn zeven concurrerende systemen op de markt en de artsen mogen zelf bepalen welk systeem ze nemen. Al die systemen moeten wel aan bepaalde standaarden voldoen, zodat ze met elkaar kunnen communiceren. Die standaarden zijn inmiddels vastgesteld. De producenten weten nu waar ze aan toe zijn.

Afgezien van technische problemen - hoe regel je bijvoorbeeld de privacy van de patiënten? - is de versnippering van de medische wereld één van de redenen dat er al tien jaar wordt gepraat over een landelijk patiëntendossier zonder dat het er ook daadwerkelijk van komt. Enkele maanden geleden maakte de Tweede Kamer zich er nog vreselijk kwaad over. De Kamer vond dat de minister vanaf 1 januari onwillige artsen moet dwingen om mee te werken aan de invoering van een landelijke patiëntendossier. Dat ging de minister te ver.

Toch zit er schot in. Er zijn regionale initiatieven om tot elektronische gegevensuitwisseling te komen. Vanaf 1 januari zal eindelijk, zij het zeer geleidelijk, het landelijk patiëntendossier worden ingevoerd. Dat is ondanks de nobele regionale initiatieven een absolute noodzaak, zegt Gert-Jan van Boven, de gedreven directeur van het Nictiz: De zorg is in Nederland regionaal georganiseerd. Maar patiënten blijven met hun zorgconsumptie niet binnen de eigen regio. Het moet mogelijk worden om ook landelijk met elkaar te communiceren.

Om druk op de ketel te zetten prikte het Nictiz 1 januari 2006 als invoeringsdatum. Dat wil zeggen: vanaf die datum wordt begonnen met de geleidelijke invoering van een landelijk elektronisch medicatiedossier en het elektronisch waarneemdossier voor waarnemers op huisartsenposten. Juist bij het voorschrijven van medicijnen worden veel vermijdbare fouten gemaakt. Het wetenschappelijk instituut van de Nederlandse apothekers schat het aantal ziekenhuisopnames door vermijdbare medicatiefouten op 90000 per jaar.

Het Nictiz heeft nog een derde speerpunt: de invoering van een volledig elektronisch declaratiesysteem. In het nieuwe zorgstelsel dat per 1 januari wordt ingevoerd, moeten huisartsen immers elk consult registreren en declareren bij de verzekeraar. In het oude stelsel was dat niet nodig voor ziekenfondspatiënten, omdat huisartsen per patiënt een vast bedrag per jaar ontvingen.

De patiëntgegevens zullen niet in één centrale computer worden opgeslagen. De gegevens blijven verspreid zitten in de computers van de diverse zorgverleners. Vergelijkingen met een centraal opgeslagen dikke map papier gaan dus niet op. Artsen zullen bij elkaar in de computer moeten kijken om gegevens te raadplegen. Dat zal niet rechtstreeks gaan maar via een Landelijke Schakelpunt, de google van de zorg, zoals Van Boven het noemt. Immers het schakelpunt zoekt de computer en de gegevens op waarnaar de arts op zoek is.

Maar waarom zo moeilijk? Waarom niet simpel via internet? Dat heeft te maken met de privacy van de patiënten en het medisch beroepsgeheim. Die privacy is verre van gegarandeerd op het normale, voor iedereen toegankelijke web. Vandaar een eigen, apart systeem voor de zorg met identificatiepassen voor de zorgverleners en identificatienummers voor de patiënten. Per 1 januari krijgt elke patiënt een Burger Service Nummer (BSN), het huidige sofi-nummer. Daarmee moet hij zich identificeren zowel in contacten met de overheid als in de zorg. Elke zorgverlener krijgt een UZI-pas. UZI staat voor: Unieke Zorgverlener Identificatie.

Een patiënt die voor het eerst bij een arts komt geeft Z'n BSN-nummer, naam en adres op. Via het schakelpunt controleert de arts in het gemeentelijk bevolkingsregister of de combinatie van gegevens klopt. Zo wordt vastgesteld of de patiënt is voor wie hij zich uitgeeft. Via het Schakelpunt wordt eveneens de identiteit van de zorgverlener gecontroleerd: is hij wie hij zegt dat hij is? Dat gebeurt bij het register waar alle toegelaten Nederlandse zorgverleners zijn geregistreerd. Vervolgens bekijkt het schakelpunt tot welke informatie de zorgverlener toegang heeft. Want een zorgverlener heeft alleen toegang tot die gegevens die van belang zijn voor de behandeling.

Het Schakelpunt, onlangs Europees aanbesteed, is dus cruciaal, omdat het de verbinding vormt tussen de computers van de zorgverleners, omdat daar vastligt wie tot wat toegang heeft (de autorisatie) en omdat daar de identificatie (en authenticatie: is de persoon werkelijk wie hij zegt dat hij is?) van zorgverleners en patiënten plaatsvindt.

Door deze combinatie van veiligheidsmaatregelen is de privacy van de patiënt voldoende gegarandeerd. Daarvan is Van Boven overtuigd. Om een misverstand te voorkomen: niemand hoeft bang te zijn dat zonder BSN-nummer geen medische hulp meer wordt verstrekt. Het recht op medische zorg is wettelijk geregeld. Alleen zal een arts zonder BSN-nummer geen medische dossiers bij collegas kunnen raadplegen.

Kritici houden ondanks alle voorzorgsmaatregelen ter bescherming van de privacy hun hart vast. Zijn die gegevens wel veilig? Het antwoord wordt meestal gegoten in de vorm van een tegenvraag: zijn de dossiermappen van nu dan zo veilig? Nee, natuurlijk. Toch blijven de twijfels. Het moet absoluut zeker zijn dat bijvoorbeeld verzekeraars of justitie niet stiekem kunnen meegluren. Van Boven bezweert dat niets stiekem kan: Het is wettelijk verboden om zonder toestemming van de patiënt het dossier te raadplegen. Een instantie of zorgverlener die tegen de zin van de patiënt dat toch doet, loopt tegen de lamp. Het Schakelpunt registreert namelijk wie welke informatie heeft ingezien en de patiënt heeft het recht dat te controleren.

Inmiddels zijn onlangs 12 regios aangewezen als koplopers voor de invoering van het elektronisch medicatiedossier (Nijmegen, Amsterdam, Noord-Holland Noord, Harderwijk, Kennemerland en Rotterdam) en het elektronisch waarneemdossier (Nijmegen, Twente, Friesland, Drenthe, Leiden en Utrecht). Zij zullen extra ondersteuning krijgen van het Nictiz. De regionale dossiers zullen als eerste via het landelijk schakelpunt aan elkaar worden gekoppeld. Over twee jaar moeten alle regios zijn aangesloten. Van Boven hoopt op een olievlekwerking: De artsen hebben het meest aan goede voorbeelden. Ze moeten elkaar enthousiast maken.

De Nictiz-directeur verwacht overigens geen applaus voor zijn werk: De tragiek is dat iedereen ervan uitgaat dat we in de zorg al veel verder zijn. Zo denkt 86 procent van de bezoekers van huisartsenposten dat het elektronisch patiëntendossier er al is. Ze zijn verbaasd als ze horen dat dat niet zo is. Heus, straks staat echt niemand te juichen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden