'Zorg aan huis kan stukken beter'

Als ouderen straks langer thuis verzorgd worden, moeten huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde beter samenwerken, vindt Mieke Draijer, medisch directeur van Alliade.

INTERVIEW | SYTSKE VAN AALSUM

Mieke Draijer gooide dit voorjaar bewust de knuppel in het hoenderhok. Op een congres met bestuurders in de zorg betoogde ze dat de ouderenzorg onbetaalbaar wordt als ouderen ook niet zelf een duit in het zakje doen. Waarom financiert de samenleving de werkster voor rijkere ouderen? En waarom draagt iedereen bij aan een rollator voor ouderen, terwijl jonge gezinnen de kinderwagen zelf betalen? Haar toehoorders reageerden instemmend. "Het is goed dat dit eindelijk gezegd wordt", herinnert Draijer zich de reacties. Ondertussen heeft ze haar zin gekregen: de huishoudelijke hulp wordt wegbezuinigd en de rollator betalen ouderen nu zelf.

Draijer sprak op dat congres in haar hoedanigheid als voorzitter van Verenso, de vakorganisatie van specialisten ouderengeneeskunde. De vereniging bestaat deze maand veertig jaar. Daarnaast is Draijer medisch directeur van Alliade, een grote zorgorganisatie in Friesland met bijna 4500 cliënten. Ze kent het klappen van de zweep, want ze werkte ook achttien jaar lang zelf als specialist ouderengeneeskunde in Heerenveen en in Wolvega.

In de afgelopen twintig jaar heeft Draijer de ouderenzorg enorm zien veranderen. "De patiënten zijn verschoven. Vroeger zag je nog weleens een rollator in het verpleeghuis, maar nu zie je enkel nog mensen in een rolstoel of bewoners die er vroeger niet meer geweest zouden zijn. Dat klinkt wat oneerbiedig, maar door de verbeterde zorg blijven deze kwetsbare en chronisch zieke patiënten veel langer leven."

Het is precies de groep die het kabinet Rutte II voor ogen heeft als het gaat om recht op zorg. Zij mogen straks nog wel naar het verpleeghuis, ouderen met lichtere beperkingen moeten thuis blijven wonen, met hulp van de thuiszorg. En de wijkverpleegkundige krijgt daarbij een grotere rol. Prima initiatief, vindt Draijer: "Een goede wijkverpleegkundige kan een prachtige rol spelen in de zorg voor kwetsbare ouderen en chronisch zieken."

Maar ook de specialist ouderengeneeskunde zou veel nauwer betrokken moeten worden bij zorg aan huis, vindt Draijer. "Daar is een wereld te winnen. Het ondersteunen van mantelzorgers. Hen uitleggen wat ze kunnen verwachten bij dementie. En de medische begeleiding natuurlijk, gericht op kwaliteit van leven. Afwegingen maken, bijvoorbeeld als patiënten meer dan één specialist hebben. Er gaat namelijk veel mis in de overdracht van dokter tot dokter."

De specialist ouderengeneeskunde is ook bij uitstek degene die met de omgeving overlegt over nader te nemen stappen, legt Draijer uit. "Wij bespreken met de familie ook de risico's. Bijvoorbeeld dat iemand met beginnende dementie blijft wonen in het huis waar hij geboren en getogen is, hoewel de mogelijkheid bestaat dat hij gaat zwerven. Het is mij wel gebeurd dat een van deze patiënten inderdaad de straat is opgegaan en is overleden. Toch was zijn familie achteraf heel blij dat de man nog zo lang op zichzelf heeft kunnen wonen. En dat we samen dit besluit hadden genomen."

Dat de door Draijer gewenste nauwere samenwerking tussen huisarts en specialist ouderengeneeskunde nog lang niet overal gebruikelijk is, heeft wellicht ook te maken met de financiering. "Huisartsen kunnen ons maar voor vijf consulten inschakelen. Wij worden betaald uit de AWBZ. Wij willen liever gefinancierd worden uit de zorgverzekeringswet. Dan haal je ook de financieringsschotten weg", zegt Draijer.

Zoals ze de ouderenzorg heeft zien veranderen, is er ook binnen haar vak het een en ander verschoven. Vroeger was de verpleeghuisarts bijna altijd een grijze man, nu is het een bonter gezelschap dat steeds meer vrouwen én jongeren trekt. Het vak heeft meer aanzien. "Dat komt ook doordat wij er heel erg op ingezet hebben dat wij dokteren. Wij gaan niet over de jurken en broeken, zei ik altijd, en daar hield ik me ook consequent aan", vertelt Draijer.

Dat het wat softe imago van haar 'prachtige, noodzakelijke' vak veranderd is, merkt ze ook aan de positievere bejegening door collega-specialisten. En in het buitenland is er zeker waardering voor haar specialisme. Vorige week sprak Draijer nog op een congres in het Spaanse Sevilla. "Mondiaal is er heel veel belangstelling voor ons model. Waarom? Omdat wij als enige land ter wereld in ons vak drie voor de complexe zorg belangrijke aandachtsgebieden hebben geïntegreerd: arts, psycho-sociaal en multi-disciplinair."

De aangekondigde bezuinigingen in de ouderenzorg heeft Draijer al van verre zien aankomen. "Kiezen is altijd goed. Het toegangskaartje voor de zorg wordt duurder, je moet meer mankeren om de professionele zorg binnen te komen. We kunnen niet alles betalen. Ik ben niet voor bezuinigen, ik ben voor goede professionele zorg daar waar het echt nodig is. We moeten af van de norm: 'Wij gaan u helpen, laat ù alles maar uit handen vallen'."

"Wat onder medische begeleiding en verpleging valt, hoort wel een verzekerd recht te blijven. Maar al het andere haal je uit de professionele zorg. En dat hevel je over naar (betaalde) mantelzorg. Mensen zouden zich moeten kunnen verzekeren voor hun laatste levensfase, net als dat je je verzekert voor begrafeniskosten. Een verzekering tegen 'krakkemikkigheid', want we weten dat we dood gaan en we weten ook dat we oud worden met een of meer aandoeningen. Dan kun je zorg inkopen als je dat nodig hebt. En als je zelf gespaard hebt en betaalt voor diensten en voorzieningen, dan komt de kritische consument naar boven. Dan word je mondiger en ga je eisen stellen. Dat komt de zorg ten goede", is de stellige overtuiging van Draijer.

Die komt vanaf volgend jaar voor een deel bij de gemeenten te liggen. Want die nemen voorzieningen over die nu nog onder de AWBZ vallen. Zoals de dagbesteding voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. Draijer maakt zich grote zorgen of de gemeenten die taak wel aankunnen. "Dagbesteding is echt een vak apart."

En dan is er nog een aspect dat de komende jaren een belangrijke rol zal gaan spelen: wie gaat de lastige zorg voor het toenemend aantal alleenstaande ouderen organiseren? Draijer: "Eenzaamheid kun je niet professioneel oplossen. Dat moet op buurt- en wijkniveau gebeuren met allerlei sociale activiteiten. En dat is typisch een taak van de gemeente: Hoe ondersteun ik mijn burgers? Die moet op dit gebied veel meer faciliteren, samen met de aanbieders. Geef de aanbieders, de instellingen, maar een opdracht!"

Uiteindelijk moet de kwaliteit van leven centraal staan in de laatste fase van iemands leven, stelt Draijer. "Dat vind ik zo jammer aan de discussie over de behandelbeslissing bij het levenseinde. Die wordt gekoppeld aan kosten. Maar je wilt de kwaliteit van leven staande houden, en dat betekent keuzes maken. Bijvoorbeeld voor iemand die ongeneeslijk ziek is. Hij kan kiezen tussen een chemokuur waarmee nog een jaar goed te leven is, of meerdere chemokuren waarbij hij anderhalf jaar lang ziekenhuis in- en uitgaat. In zo'n geval moet je de patiënt goed informeren, en dat gebeurt lang niet altijd."

Vooral bij kwetsbare ouderen? "Kwetsbare ouderen, dat is zo'n begrip waar ik niet zoveel mee kan. Het geldt dan voor een hele groep en het lijkt dan alsof ze niets meer kunnen. Maar kwetsbaarheid is individueel bepaald. Ik geloof er heilig in dat we veel meer kunnen vragen van patiënten. Als je je heup hebt gebroken, kun je wel voorlezen aan een slechtziende bewoner van het verpleeghuis. Denk dus ook aan de ouderen zelf als het gaat om meehelpen. Zie ouderen als de goede kracht in onze samenleving."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden