Zonnen is gezond luidt het nieuwste inzicht

Strandgasten genieten van de voorjaarszon bij Zandvoort. ( FOTO ANP) Beeld
Strandgasten genieten van de voorjaarszon bij Zandvoort. ( FOTO ANP)

Zonnen is gezond, we vrezen de weldadige stralen vaak voor niets. Huidarts Han van der Rhee draagt de welkome boodschap enthousiast uit. Maar niet alle collega’s zijn het met hem eens.

Hij wordt wel eens weggezet als de huidarts die het ongelimiteerde zonnen promoot, maar dat is nou ook weer niet de bedoeling. Han van der Rhee, auteur van het boek ’Zonnen mag’, pleit voor verantwoord zonnen. Dat wil zeggen: niet verbranden en niet overdrijven, maar wel van de zon genieten.

Want anders dan alle waarschuwingen voor huidkanker ons doen geloven, zitten er aan zonnen ook positieve kanten. En dan gaat het niet alleen om de weldadige warmte of de ontspanning. De laatste jaren wijst een toenemende stroom wetenschappelijke onderzoeken op flinke gezondheidsvoordelen die we uit de zon kunnen halen, schetst Van der Rhee.

Zoals al langer gedacht blijkt zonlicht inderdaad te helpen tegen huidaandoeningen als eczeem, puistjes en psoriasis. Zonnestralen activeren ook de vitamine-D-productie in de huid, wat weer zorgt voor stevige botten en spieren. En het licht vermindert depressieve gevoelens, doordat het de aanmaak van de hormonen melatonine en serotonine stimuleert.

Daarnaast, en dat is nieuw, blijkt de mens dankzij regelmatig zonnen minder kans te lopen op diverse soorten kanker. Zonaanbidders zouden hun kans op kanker aan borst, prostaat of dikke darm met zo’n 20 procent verlagen.

Dit lijkt te danken aan vitamine D. Meer zon op de huid betekent meer vitamine D, en die stof remt kankercellen. Vitamine D zou ook preventief werken bij multiple sclerose (MS).

Van der Rhee legt het haarfijn uit. Hij vermeldt ook dat definitief wetenschappelijk bewijs voor het heilzame effect bij kanker en MS nog ontbreekt: voorlopig gaat het alleen om sterke aanwijzingen. „Ik blijf voorzichtig”, licht hij telefonisch toe. „Maar het wordt steeds aannemelijker dat de zon helpt bij de preventie van typen kanker die vaak vóórkomen en die een stuk dodelijker zijn dan huidkanker.”

Aan borst-, dikke darm- en prostaatkanker samen sterven jaarlijks meer dan 10.000 Nederlanders; aan huidkanker maar 600. Als je van die eerste groep 20 procent af kunt halen door mensen meer te laten zonnen, is dat winst. Er zouden dan wel meer mensen huidkanker krijgen, maar dan gaat het volgens Van der Rhee alleen om milde vormen die goed te behandelen zijn. „Van de 40.000 Nederlanders per jaar die huidkanker krijgen, heeft 80 procent het zogeheten basaalcelcarcinoom. Dat is heel onschuldig. Er gaat vrijwel niemand aan dood. Als je het plekje weghaalt, blijft er meestal maar een klein litteken over. Moet je mensen daar nou zo’n vrees voor aanjagen?”

Ook van een tweede type huidkanker, het plaveiselcelcarcinoom, genezen de meeste patiënten. Mensen gaan vooral dood aan het derde type, het melanoom: de kwaadaardige moedervlek. Dit type ontstaat vooral door verkeerd zonnen. Herhaaldelijk verbranden verhoogt het risico, terwijl regelmatige blootstelling aan de zon juist lijkt te beschermen. Van der Rhee concludeert daarom dat je gerust kunt zonnebaden, zolang je het maar niet overdrijft en niet verbrandt. Dat komt aardig overeen met het advies van KWF-Kankerbestrijding, waar hij zelf aan heeft meegewerkt.

Collega-huidarts Wietze van der Veen, verbonden aan uit het Nederlands Kankerinstituut-Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis en het AMC in Amsterdam, is een stuk strenger in de leer. Bakken op het strand raadt hij af, ook met een goede zonnebrandcrème. „Dat is roken met een filtersigaret.”

Want heel veel extra zon, los van het verbranden, vergroot volgens hem wel degelijk de kans op álle vormen van huidkanker, ook de dodelijkste. En echt onschuldig zou hij de milde varianten niet willen noemen. „Ook het niet levensgevaarlijke basaalcelcarcinoom kan de kwaliteit van leven sterk negatief beïnvloeden, omdat het vaak terugkomt, meestal in het gelaat. De behandelingen zijn soms verminkend. Mensen worden er een chronische patiënt van en hebben op latere leeftijd dan ook vaak spijt van hun ’jeugdzonden’.” ’We wisten toen niet beter’ is een zinnetje dat hij in zijn praktijk vaak hoort. Van der Veen maakt een vergelijking met alcohol. „Een enkel glas is lekker en gezond, maar geen dokter die beweert dat een fles ook prima is zolang je maar niet dronken wordt.”

Overdreven, reageert Van der Rhee. Eind jaren tachtig waarschuwde hij als een van de eersten in Nederland voor de gevaren van de zon, maar nu acht hij de tijd rijp voor een tegengeluid. In zijn spreekkamer ziet hij aardig wat mensen die zó bang zijn geworden voor de zon dat ze zichzelf te veel ontzeggen. In zijn boek beschrijft hij een gepensioneerde patiënt die al jaren niet naar zijn dochter in Peru is gereisd, uit angst voor de zon. De man mist zijn kleinkinderen zo. Als de arts hem geruststelt, is de reis daarna gelukkig snel geboekt. „Met een streng advies creëer je dit soort onnodige angst”, zegt Van der Rhee. „Dat kan toch niet de bedoeling zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden