Zonnegeloof was taaie concurrent van kerstmis

Het kerstfeest is historisch niet los te zien van de vele heidense zonnecultussen, die lang een grote aantrekkingskracht zouden houden. Nog in de vijfde eeuw groetten gelovigen in Rome op kerstnacht in de kerk eerst de oosterse zonnegod Mithras.

Is Christus op 25 december geboren? ,,Geen idee'', zeggen de experts, en ze bedoelen 'vrijwel zeker niet'. Toch heeft de 25ste, als datum waarop kerst wordt gevierd, oude papieren. Al dateert het feest niet van het jaar 98, zoals een overlevering ons wil doen geloven.

Misschien gaat 25 december al wel terug tot Telesphorus, tussen 125 en 136 bisschop van Rome. Hij zou in zijn bisdom het kerstfeest op de ons bekende datum hebben laten vieren. Als tegenhanger van het Romeins-heidense Brumalia-festival, opvolgster van de eeuwenoude Saturnaliafeesten. Dat sloot de periode tussen 24 november en 25 december af waarop de inwoners van oudsher toeleefden naar het herrijzen van de zon, na de kortste dag van hun jaar: 25 december.

In de loop van de volgende eeuw zou deze zonnecultus alle andere 'heidense' cultussen van het Romeinse rijk in zich opnemen en grote aantrekkingskracht uitoefenen. Ook op christenen. Nog in de vijfde eeuw beklaagde Paus Leo de Grote zich erover dat in Rome gelovigen op kerstnacht, bij het betreden van de kerk, eerst de oosterse god Mithras groetten. Zo'n taaie concurrent was het oude zonnegeloof.

Geen wonder. Het vieren van de overwinning van de lente op de winter, van licht op duisternis, kende een traditie van duizenden jaren. Ze lag ten grondslag aan grote religieuze festivals als die van Zagmuk in Mesopotamië (ter ere van de god Marduk), de Sacaea in Babylonië en Perzië (idem) en chanoeka in Palestina. En niet te vergeten de vieringen rond Osiris-Isis in het oude Egypte en rond de god Kronos in het klassieke Griekenland. In deze lange traditie staan ook de Romeinse zonnecultus en het christelijke kerstfeest.

Of de kerstoverlevering omtrent paus-martelaar Telesphorus nu klopt of niet, zeker is dat in de twee eeuwen daarna de viering van Christus' geboorte op 25 december bepaald geen gemeengoed was in de christelijke wereld. Er circuleerden ook andere data: 6 januari, 25 en 28 maart, 20 mei. Gevolg van speculatieve tradities en verschillen in tijdrekening.

Zo werd in de jaren dat Clemens van Alexandrië in die stad het geloof uitdroeg (rond 200) de geboortedatum van Jezus vastgesteld volgens de Egyptische kalender. Dit leidde tot drie verschillende kerstdata, waarvan 25 december er één was. Men baseerde die laatste datum op het idee dat de 'blijde boodschap' aan Maria (voorspelling van haar heilig moederschap) op 25 maart had plaatsgevonden. Tel er negen maanden bij op en je komt precies op 25 december uit.

Daarnaast verwees men naar de Bijbel, waar de komende Messias 'Zon der gerechtigheid' (Malachia 3: 20) en 'Licht van de wereld' (Johannes 8: 12) wordt genoemd. Dit lijkt te verwijzen naar de zonnewende, in de Romeinse tijd, als gezegd, op 25 december gevierd. Niet voor niets speelt het lichtmotief een belangrijke rol bij het kerstgebeuren.

Nadat keizer Aurelianus (270-275) de zonnegod Mithras tot Sol Invictus, onoverwinnelijke zon, had uitgeroepen en het feest van zijn magische geboorte voor het hele Romeinse rijk verplicht had vastgesteld op de 25ste van de negende maand -toen 25 december- ging de christelijke gemeente in Rome ertoe over dit heidense feest te kerstenen.

Men was bang anders veel aanhang te verliezen aan de populaire zonnecultus, met zijn mix van religieuze en carnavaleske elementen. Zo liepen op 25 december in de hoofdstad groepjes heidense vrouwen rond, luid zingend: ,,Er is ons een kind geboren!'' Er waren lichtjes, men wisselde geschenken uit en slaven hadden die dag vrij.

De christenen namen veel feestelijke elementen en symbolen van hun heidense stadgenoten over. Maar in plaats van de geboorte van Helios, de zonnegod, te vieren, herdacht men op de 25ste de geboortedag van de Xristos Helios, zoals die op een oud mozaïek in een mausoleum onder de Sint Pieter wordt genoemd en uitgebeeld. Die kerstening van het feest begon pas na de laatste grote christenvervolging (303-307). Men bracht bestaande kersttradities over naar de 25ste en voegde er een aantal nieuwe, heidense gebruiken aan toe.

De eerste vermelding van kerst op 25 december duikt op in de 'chronograaf' (kalender) van Dionysius Philokalus, de latere schoonschrijver van paus Damasus I (366-384). Zijn notitie dateert van 354, maar hij baseert zich op een eerder stuk uit het jaar 336. Hierdoor weten we dat de christenen van de Heilige Stad toen al het kerstfeest op 25 december vierden. En mogelijk reeds eerder. Na 336 verspreidde het gebruik zich al snel over heel West-Europa.

Het tempo waarin de datum overal werd ingevoerd had ten dele te maken met de verbeten strijd die de christelijke kerk, sinds 312 dankzij Constantijn de Grote rijkskerk geworden, in het Westen voerde tegen het arianisme, een stroming die de godheid van Christus ontkende, en tegen de manicheeërs die zich aan hetzelfde bezondigden. Door het feest van de geboorte middels een vaste datum hecht te verankeren in het kerkelijk jaar, wilde Rome het feit van de godmenselijkheid van Christus nog eens extra onderstrepen.

Want vanaf het begin heeft men het kerstfeest niet louter gevierd als historisch feit maar, breder, als herinnering aan de openbaring van God in de persoon van Christus. Of, om de Oost-Duitse theoloog Karl-Heinrich Bieritz, auteur van 'Das Kirchenjahr' (1987), te citeren: ,,Zoals de antieke vorst in z'n epiphaneia (openbaring) zijn macht ontplooide, toonde en bevestigde, zo bewijst en openbaart God in de epiphaneia van Zijn Zoon Zijn scheppende, reddende macht''.

Ten tijde van keizer Honorius (395-423) was in het Westen 25 december een van de drie erkende christelijk feesten en een verplichte rustdag. Theaters en badhuizen gingen dicht.

In het Oosten duurde het veel langer voordat men kerst op de 25ste ging vieren. Al gaf paus Julius I de Oosterse kerk al in 350 opdracht van datum te wisselen, toch hield men daar nog lang vast aan 6 januari, dag van de epifanie.

Het verzet was fel. Predikers in onder meer Mesopotamië, Syrië en Armenië verweten hun geloofsbroeders en -zusters in het Westen dat ze een heidens feest hadden geadopteerd. Ze noemden hen 'zonaanbidders', die zich schuldig maakten aan afgoderij. Niet helemaal onlogische verwijten als men ziet hoe een groot kerkleraar als Ambrosius van Milaan (339-397) van de figuur van Christus bijna een zonnegod maakt.

Pas tegen het eind van de vierde eeuw ging men in Klein-Azië overstag. Egypte, Syrië en Palestina volgden niet eerder dan kort na het jaar 400. In Armenië bleef men bij de oude datum, zodat kerst er nog steeds op 6 januari wordt gevierd, net zoals later onder meer de Russisch-orthodoxe kerk ook zou doen. Want, liet een bisschop onlangs weten, ,,25 december is een ketterse uitvinding''. Een verwijzing naar de oeroude beschuldiging aan het adres van de gnosticus Cerinthus, waar de apostel Johannes zich tegen afzette. Zo blijft de strijd over de datum van kerst opvallend actueel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden