Review

Zondeval met allure

'Paradise Lost' is lang gezien als een gemaskeerde ode aan de duivel. De figuur van de gevallen engel, rusteloos zwervend langs het firmament, sprak vooral lezers in de Romantiek erg aan. Maar John Milton was geen duivelsaanbidder; hij wilde het kwaad in de mens zelf beschrijven - het psychologische. En dat tegen een decor van magnifieke landschappen.

De grootste Engelse dichter na Shakespeare heet traditioneel John Milton te zijn. Maar ja, wat betekent dat, na Shakespeare? Er lijkt immers een gapend gat te bestaan tussen de geniale alleskunner uit Stratford-upon-Avon en wie maar in zijn schaduw staan. In Nederland is de naam van Milton al helemaal niet erg gevestigd geraakt; eigenlijk kennen we hem hoofdzakelijk van zijn epos 'Paradise Lost', waarvan we dan graag zeggen dat het mogelijk door Vondels 'Lucifer' is beïnvloed.

Een bewijs van ons gebrek aan belangstelling is het feit dat het al meer dan een eeuw onvertaald bleef, de laatste vertaling kwam van de bijkans vergeten veeldichter J.J.L.ten Kate die er in 1880 'Paradijs verloren' van maakte. Maar Milton krijgt een herkansing in de onlangs verschenen prachteditie 'Het paradijs verloren' van Peter Verstegen, met de befaamde prenten van Gustave Doré erbij. Doré, die overigens zo'n beetje alle grote werken uit de wereldliteratuur illustreerde, maar die zich in 'Paradise Lost' vooral kon uitleven op de duivel.

Want ook dat is het lot van 'Paradise Lost' geweest, het is een groot deel van de tijd aangezien voor een soort gemaskeerde ode aan Satan. Vooral de Romantiek was gebiologeerd door Miltons versie van de duivel, geen wonder voor een tijd waarin ook Baudelaire's 'Les fleurs du mal' ontstonden en Edgar Allan Poe en Lord Byron hun demonische fantasieën uitleefden. De grote visionaire schrijver/schilder William Blake blies het misverstand leven in door te schrijven dat Milton of the Devil's party without knowing it was. De figuur van de gevallen engel, rusteloos langs het firmament zwervend om slachtoffers voor zijn wraakgevoelens te vinden, sprak de romantische geest bijzonder aan; zo'n gevallen held, zo'n opstandige Prometheus die de hemel tartte kon men wel gebruiken in de omkering van het gehoorzame christendom van vroeger. En het moet gezegd, Miltons beeld van

Satan is majestueus:

'Zijn hoofd boven een golf getild, zijn ogen

Vol laaiend vuur, de rest van zijn gestalte

Groot, breed en languit drijvend op de vloed.'

Van het middeleeuwse beeld van een duivel met klompvoet en horens is bij Milton niets over. Maar ook Satans geest is, bijna menselijk, van een afgrondelijke psychologie bijvoorbeeld als hij over zijn nieuwe positie peinst:

'Wat maakt het uit - als ik mijzelf nog ben -

Wat ik en waar ik ben, haast evenwaardig

Aan wie door donder groter macht verkreeg!

Hier zijn wij vrij; hier bouwde niet

de Almacht

Uit afgunst en hier jaagt Hij ons niet weg;

Veilig is onze macht hier, ik kan vorst zijn,

Zij het ter helle, 't is de eerzucht waard.'

Een groots verliezer, tegenover wie de overwinnaar, God, overwegend een vervelende almachtige tiran lijkt. Hoe het ook zij, de illustratoren van 'Paradise Lost' hebben zich op deze duivel kunnen uitleven.

John Milton (1606-1674) was evenwel in het geheel geen duivelsaanbidder, integendeel. Hij was een overtuigd puritein, behorend tot de partij van Cromwell, en van mening dat de rooms-katholieke geest de anglicaanse kerk te zeer in haar greep had.

Miltons begoochelende schildering van de duivel heeft veel meer te maken met het feit dat hij, als een uitmuntend psycholoog, het kwaad van binnenuit heeft beschreven, in al zijn nuanceringen van zowel twijfels als gewetenloosheden. Allicht dat hij er onbewust een trekje van zichzelf aan heeft geven, als een man die mokte over de mislukking van het Gemenebest, maar dat Satan het geluid van de gefrustreerde dichter zelf zou voortbrengen lijkt me te ver doorgedacht.

Door de aantrekkelijkheid en menselijkheid van de satanische overwegingen beschrijft Milton treffender dan wie ook de verleidingskunst van de duivel. Dat de Romantiek vervolgens met Miltons meesterwerk aan de haal ging, een onbedoelde richting in, is de schuld van de schrijver niet. Niettemin rest het feit van een wat onbegrepen en grotendeels ook ongelezen meesterwerk.

Als reactie op dat sterke Satansbeeld bij Milton hebben andere commentatoren beweerd dat juist Adam, de eerste mens, de held van het verhaal is. Ook die komt ten val maar weet er uiteindelijk toch nog wat van te maken. In zekere zin is hij een optimist, anders dan de desastreuze en rancuneuze Satan. Maar ook het beeld van de heros Adam lijkt me onzin, dit is eigenlijk helemaal geen verhaal van helden maar een panorama van een indrukwekkende boven- en buitenmenselijk, prehistorisch universum.

Het is niet gemakkelijk je voor te stellen hoe onze voorouders over de oertijd dachten maar Milton geeft er een prachtig en overtuigende versie van. Misschien komt dat wel omdat hij zich gedurende het hele verhaal aan de strenge wetten van eenheid van tijd, plaats en handeling probeerde te houden. Twaalf boeken lang, zo'n tienduizend regels over het grootse drama van de schepping der wereld, spelen zich af binnen één dag. En toch krijg je, via kunstgrepen als terug- en vooruitblikken en ingekaderde verhalen, te horen over zowel de val der engelen als de stichting van steden als Moskou en Peking. Dit is anders gezegd in vogelvlucht een hele wereldgeschiedenis samengebald in een punt des tijds.

Satan en Adam mogen dan hun specifieke grandeur van gevallen schepselen Gods hebben, op mij maakte de lezing van 'Het verloren paradijs' vooral indruk vanwege de magnifieke landschapsbeschrijvingen, des te opmerkelijker omdat ik in het algemeen juist nogal allergisch ben voor zulke decorstukken. Ze worden onmiskenbaar geruggesteund door de illustraties van Doré, maar die moet zelf ook geïnspireerd zijn geraakt door zulke regels als die over Satans landing: Dan gaat hij voort en komt tot aan de grens Van Eden, waar het zalig paradijs, Nu dichterbij, met zijn omsloten groen Als met een haag het tafelland bekroont van Een wilde steilte welker ruige flank, Begroeid met schilderachtig, dicht struweel, Geen doorgang bood; daarboven groeide hoog En ongenaakbaar 't lommer van de ceder, Van pijnboom, spar en wijdgekruinde palm: Een bos-toneel waar rij na rij omhoog streeft, Loof boven loof, schijnbaar een boomtheater, Statig voor 't oog.

Op een heel andere wijze voel je in dit 17de-eeuwse meesterwerk dus toch de romantiek al wel aankomen, namelijk in die voorkeur voor zulke lieflijk-ruige landschappen. Het zijn de oerdecors van ons bewustzijn en als je erover leest besef je hoezeer ze eigenlijk op artistieke grondslagen rusten.

Daarnaast is het vooral de psychologische wijsheid van Milton die nog altijd indruk maakt, zijn verhaal gaat over de voorbestemdheid en het noodlot van de mens, een kwestie die toen de theologie beheerste (denk bij ons aan Arminius en Gomarus en de slachtoffers van die strijd, Hugo de Groot en Van Oldenbarneveldt). Milton verschaft, via Adam maar ook via Satan, een magistraal inzicht in de overwegingen van de eerste mens, zijn streven naar geluk maar ook zijn geestelijk souplesse, het gaat over doodsangst en doodsverlangen, over domheid en aanpassingsvermogen. Adam wenst na de verdrijving uit het paradijs dat hij direct wordt gedood, maar fleurt weer op als Michael hem het, weliswaar nogal wisselende, lot van de mensheid na hem toont. Hij is een echt mens tussen hoop en vrees.

Natuurlijk zijn er ook zaken die Miltons epos dateren. Bijvoorbeeld zijn karakteristieke neiging om alles te vergelijken met de klassieke oudheid. Dat is, behalve een literaire gemeenplaats van zijn tijd, natuurlijk vooral een poging om antieke en christelijke oudheid met elkaar te verzoenen, in Adam en Eva als het ware Deucalion en Pyrrha te zien. In andere werken kun je zoiets eventueel nog voor lief nemen, maar in een verhaal dat zich zo nadrukkelijk bezijden en voorafgaand aan de antieke tijd afspeelt, lijkt het haast een cultuurhistorische blooper, als je steeds maar weer hoort over Pan en Proserpina terwijl Adam en Eva het nog niet eens met elkaar gedaan hebben.

En dan Miltons vrouwbeeld, waar de vrouwenbeweging weinig vrolijk van zal worden. Dat hijzelf drie keer trouwde en zijn eerste vrouw bij hem wegliep, kan nauwelijks als excuus dienen. Hij stelt Eva nadrukkelijk voor als het domme gansje dat zich door de slang laat verleiden, waartegenover Adam zelfs nog wat allure kan bewaren omdat hij uit solidariteit dan maar mee-eet en zondigt. Nadrukkelijk stelt Milton haar geestelijke gaven in een kwalijk daglicht; voordeel voor de hedendaagse lezer is wel dat je steeds op het puntje van je stoel zit als hij de vrouw ter sprake brengt. Wat voor aai en schop heeft hij nu weer in petto:

'Ja, ze was sierlijk, lieflijk (om je liefde

Te wekken, niet je knechtschap) en haar

gaven

Leken, mits goed bestierd, uitnemend maar

Voor leiding niet geschikt, want die

was jou

Bestemd, als jij jezelf beter gekend had.'

Als Adam aandachtig naar de Engel

Michaël luistert om te vernemen hoe het de wereld verder zal vergaan en in een notendop de toekomst krijgt voorgeschoteld (van zondvloed tot 17de eeuw zeg maar) ligt Eva te slapen. De enige vrouw in dit verhaal is een dom blondje.

De vertaling van Peter Verstegen is prachtig. Ik kan niet beoordelen in hoeverre hij geprofiteerd heeft van de oudere vertaling van Wim Jonker, wiens nazaten Verstegen beschuldigden van kwade trouw, maar voor de literaire geschiedenis zal dat weinig uitmaken. Verstegen vertaalde het gedragen 17de-eeuwse Engels van Milton (waarbij je steeds aan de King James-versie van de Bijbel moet denken) in een congeniaal Nederlands, plechtstatig en melodieus maar niet onoverkomelijk ouderwets, woorden als 'ten leste' en 'spotprijs' gaan hier samen als lam en leeuw.

Milton schreef, voor zijn tijd redelijk modern, rijmloze regels maar wel in een soepele vijfvoetige cadans en dat geeft de hedendaagse lezer nogal wat rust, je hebt niet echt het gevoel een heel oud, klassiek werk te lezen. En dat is zonder meer het grootste mirakel van dit 17de-eeuwse paradijs in 21ste-eeuwse setting, je proeft er het tijdeloze in.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden