Zonder zijn gezin in Opmeer

UNHCR Nederland maakt van 2013 het jaar van de gezinshereniging. De overheid werpt, volgens de VN-vluchtelingenorganisatie, te veel juridische en praktische obstakels op, met schrijnende situaties tot gevolg. Trouw portretteert enkele vluchtelingen die op hun gezin wachten.

'We stelden niks voor, als Somaliërs in Jemen. De Arabieren behandelden ons als hun zwarte slaafjes", zegt Salah Yislam Abdalla. "Soms als ik na een lange dag werken, met autowassen of andere klusjes wat geld had verdiend om eten te kopen, werd ik beroofd. Mijn moeder reageerde dan met: 'maak alsjeblieft geen stampij, anders word je gearresteerd en moet ik losgeld betalen. Dan hebben we helemaal niets te eten'. We waren rechteloos, het was uitzichtloos. Ik moest weg."

Op 16 september 2007 kreeg hij telefoon. Hij dacht dat het felicitaties voor zijn op die dag geboren zoon Yislam zouden zijn, maar het was de reisagent die hem naar Europa zou brengen. Vijf dagen later vertrok hij. "Natuurlijk is dat geen fijn moment van huis weg te gaan. Natuurlijk wil je je zoontje elke dag vasthouden, hem in slaap zingen, je vrouw ondersteunen. Zo hoort het. Maar er was geen keuze. Er was betaald en we moesten vertrekken."

En hij dacht dat het afscheid niet voor lang zou zijn. Maar zijn zoontje is vijf jaar nu, woont nog steeds met zijn moeder Yasmin en de familie dicht bij de Jemenitische havenstad Aden. Abdalla woont in Opmeer. Alleen.

De eerste keer dat hij op de vlucht sloeg was in 1992. Een jaar eerder was de Somalische president Siad Barre afgezet. In de chaos die toen volgde, waren vooral minderheden de pineut. Abdalla's vader werd vermoord, moeder en vijf zonen namen de boot naar Jemen. "De andere optie was via land naar Kenia. Dat leek ons beter. Maar we hoorde dat in het grensgebied Somalische clans zeer actief waren met berovingen en moorden."

De eerste jaren verbleef het gezin in tentenkampen in de bergen, later kregen ze een huisje in de stad. "Jemen werd steeds onrustiger, onveiliger. We werden gediscrimineerd, konden ons alleen in leven houden met de rottigste baantjes. School? Als je nauwelijks geld hebt om te eten, hoe kun je dan pennen of boeken kopen?"

Abdalla trouwde in 2006 met Yasmin, die in 1992 gelijk met hem, met haar ouders naar Jemen was gevlucht. "Ze is de liefde van mijn leven", zegt hij met glimmende ogen in zijn doffe, appartementje. "Ik denk dat mijn vrouw het niet eens was met mijn vlucht. Ze heeft het nooit gezegd. Maar ik voelde het."

"Mijn moeder werkte voor een Arabier. Ik zag hoe zij werd behandeld. Dat wil ik niet. Daar was ik te trots voor." Zijn reis liep van Aden naar hoofdstad Sana'a, via Italië en Duitsland naar Amsterdam. "Daar stuurden ze me naar het aanmeldcentrum Ter Apel. Ik was bang voor een tentenkamp. Maar wow..."Hij grijnst: "Ik werd er met open armen ontvangen, en overal was eten."

Binnen twee maanden had hij een verblijfsvergunning. Pas daarna begon het gehannes. "Ik moest op inburgeringscursus, kreeg twee jaar om mijn diploma te halen. Ik heb op de koranschool wel iets geleerd, maar echt goed schrijven kan ik niet. Die paar uurtjes per week waren veel te weinig. Ik zakte. Nu moet ik het vervolg zelf betalen." Dat doet hij niet. Een groot deel van zijn uitkering stuurt hij naar Jemen, waar met zijn gezin en familie vele monden te voeden zijn.

Hetzelfde (geld)probleem doet zich voor als hij straks noodgedwongen via een reguliere, langere procedure zijn gezin moet proberen laten overkomen. Dat betekent hoge leges en een inkomenseis. "Ik wil graag werken. Maar overal hoor ik: spreek je de taal? Heb je ervaring?"

Dat is precies waar UNHCR Nederland zoveel kritiek op het Nederlandse beleid heeft. "Van vluchtelingen wordt gevraagd hier snel te integreren. Maar pas als hij zijn gezin weer bij zich heeft, kan hij het leven echt hervatten", stelt René Bruin.

Abdalla's vrouw heeft het zwaar. Ook in Jemen is het crisis, stijgen werkloosheid en prijzen. "Yasmin zegt vaak: 'Je moet nú terugkomen.' Maar een ticket kost 1000 euro. Waar moet ik hen dan van onderhouden?"

Hopeloos wordt hij ervan, soms. "Dan wil ik naar de IND gaan en vragen: stuur me maar vrijwillig terug. Maar in Jemen was ik jarenlang bang en ontevreden. Ik wachtte geduldig op de kans te vluchten. Dat geduld moet ik nu ook hebben. Ik blijf vertrouwen op God, op de advocaat. En als ik mijn zoontje door de telefoon 'papa' hoor zeggen, weet ik waarvoor ik het allemaal doe. Dat houdt me overeind."

Dit is de tweede aflevering van een serie. De eerste verscheen op 3 januari.

DE CASUS
De Somaliër Salah Yislam Abdalla (31) probeert sinds februari 2008 via de nareisregeling voor vluchtelingen de gezinshereniging met zijn vrouw en zoontje Yislam (5) vanuit Jemen te regelen.

Na afwijzingen door de Immigratie- en Naturalisatiedienst IND, werd in november het hoger beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard. Nu is een klacht bij de Europese Commissie en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens ingediend.

Na een vlucht uit Somalië (in 1992) trouwde Abdalla in Jemen. Daar kreeg hij ook een zoon. De nareisregeling geldt alleen voor gezinnen gevormd in het land van herkomst. Dat Abdalla bij vertrek uit Somalië pas 11 jaar was en dus niet getrouwd kon zijn, doet niet ter zake.

Advocaat Mirjam van Riel: 'Dit is absurd. De rechtbank legt een regeltje uit een handboek van de UNHCR helemaal verkeerd uit. De UNHCR wijst Nederland daarop, maar dat wordt vervolgens totaal genegeerd.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden