Zonder subsidie krijgt Nederland getto's

Pas op met het liberaliseren van de woningmarkt, waarschuwt Barend Wind. Ervaringen uit Londen en Parijs laten zien dat de samenleving een hoge prijs betaalt.

Nederland heeft behoefte aan een toename van het aantal betaalbare woningen. Starters, vluchtelingen en Oost-Europese seizoenarbeiders met beperkte inkomens kunnen nauwelijks huisvesting vinden in ons land. Hoogleraar Friso de Zeeuw en oud- corporatiedirecteur Jos Feijtel beschreven dat dit probleem gemakkelijk is op te lossen, zonder dat de overheid een euro aan subsidie hoeft uit te geven (Opinie, 3 november). Ze streven naar het uitbreiden van de vrije huursector, het verkopen van sociale huurwoningen en het bouwen van veredelde containerwoningen voor lage inkomensgroepen door marktpartijen.

Een ieder die denkt dat een grotere vrije huursector en minder overheidsbemoeienis leidt tot een beter woningaanbod en lagere huurprijzen, maakt een grote denkfout. Terwijl corporaties woningen onder de marktprijs kunnen verhuren, is het verdienmodel van private investeerders gericht op het uitponden van woningen voor een zo hoog mogelijke prijs. Het doorschuiven van corporatiewoningen naar de vrije sector, resulteert in hogere huurprijzen voor dezelfde woning. Helaas stuurt ook minister Blok (VVD) door middel van de verhuurdersheffing aan op de verkoop van corporatiewoningen. Het doel is niet om het wonen betaalbaarder te maken, maar om woningen in de grote steden beschikbaar te maken voor de middenklasse.

In Amsterdam zijn de sociale gevolgen van de verkoop van corporatiewoningen al pijnlijk duidelijk geworden. Sinds 1998 zijn in de hoofdstad 20.000 sociale huurwoningen verkocht. Stadsgeograaf Cody Hochstenbach heeft becijferd dat hierdoor 35 procent minder woningen vrijkomen voor de doelgroep. De Zeeuw en Feijtel lijken zich te realiseren dat de liberalisatie van de woningmarkt niet automatisch leidt tot een grotere beschikbaarheid van betaalbare woningen voor mensen met een beperkt inkomen. Ze maskeren dit probleem in hun pleidooi door gemeenten op te roepen om kleine, flexibele en tijdelijke huurwoningen te laten bouwen door marktpartijen. Zo lang dit gebeurt op locaties met lage grondprijzen, zijn subsidies zelfs niet nodig.

'Hippe hotspots'

Wanneer de sociale huursector krimpt en de private huursector groeit, ligt gettovorming op de loer. Ga maar na: de verkoop van corporatiewoningen leidt ertoe dat zich nóg meer jonge creatievelingen met hoge inkomens kunnen vestigen in de 'hippe hotspots'. In bijna alle buurten binnen de Amsterdamse ring is te zien dat sociale huurders verdrongen worden door hogere inkomensgroepen. Waar moeten zij heen? Volgens De Zeeuw en Feijtel is er voor hen plaats in de kleine, container-achtige woningen die gemeenten voor een zachte prijs door marktpartijen laten bouwen. Dit zorgt ervoor dat huishoudens met een kleine beurs niet alleen in slechtere woningen terechtkomen, maar ook geconcentreerd worden in zwakke buurten. De samenleving betaalt hiervoor een hoge prijs. Ervaringen uit Parijs en Londen bewijzen dat jongeren in dergelijke buurten weinig kansen krijgen, en geweld op de loer ligt.

Kwaliteit

Een geliberaliseerde markt, met een kleine voorraad sociale huurwoningen en een grote vrije sector, zal de huren voor de middenklasse opstuwen, zonder dat er meer kwaliteit tegenover staat. Huishoudens met een kleine beurs zullen hetzelfde betalen voor minder kwaliteit. Natuurlijk is het toe te juichen als private partijen het aanbod betaalbare huurwoningen vergroten, maar het ontstaan van gepolariseerde steden valt niet te accepteren. Een grote sociale huursector en een opgerekt woningwaarderingsstelsel zijn daarom essentieel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden