Zonder stem geen vader

In de sympathieke Erasmusbeursfilm 'L'auberge espagnole' krijgt de Zweede student Lars de schrik van zijn leven. Plots staat een vroeger vriendinnetje voor de deur van zijn Barcelonese studentenflat. Met een baby. 'Die is ook van jou,' zegt zij. 'Waarom heb je me dat niet eerder gezegd?' vraagt hij. 'Je was niet te bereiken,' antwoordt zij. 'En ik wilde hem houden zonder wat te zeggen.'

Hoe het verder afloopt tussen Lars en zijn baby blijft in de film onduidelijk. De scène is niet meer dan een kort intermezzo zonder consequenties. Maar in het Nederland van vandaag was Lars voor een tweede verrassing komen te staan. Steeds meer gemeenten slaan biologische vaders aan voor de kosten van het kind dat zij verwekten maar, uit onwil of onwetendheid, nooit hebben erkend.

Daar schuilt een zekere morele rechtvaardigheid in. Wij zijn verantwoordelijk voor de gevolgen van onze daden, ook al waren wij daar liever van verlost. Die verantwoordelijkheid is er niet alleen jegens de moeder. Ook de verwekker die zijn plichten afschuift op de gemeenschap schiet moreel tekort.

Toch wringt er iets in de plotse strengheid van de gemeentelijk overheden. De verantwoordelijkheid van de vaders is reëel maar tegelijk ook beperkt. Voor de verwekking van het kind zijn vader èn moeder verantwoordelijk, voor de beslissing het ook geboren te laten worden alleen de laatste - maar ze heeft voor de eerste wel verregaande gevolgen.

Wat hier wringt is niet de moraal maar het recht. Dat laatste zegt dat wie geen stem in het kapittel heeft, daaraan ook niet kan worden verplicht. Noem het de familievariant van het politieke beginsel 'No taxation without representation'.

Cynisch klinkt dat wel. Alsof abortus net zo'n normale optie zou zijn als het baren van een kind. Natuurlijk bestaat er daartussen een moreel verschil. Alleen laat de wetgever zich daaraan niets gelegen liggen. Hij stelt aan abortus geen andere eis dan de wil van de moeder. Geen vrouw hoeft zich daarvoor nog moreel te verantwoorden.

Je kunt dat betreuren of niet, maar het was de pragmatische uitkomst van het verhitte baas-in-eigen-buik-debat van de jaren zeventig. Een uitgewogen filosofie kwam daaraan niet te pas - of het moest de radicale gedachte zijn dat een vrucht niets méér is dan een onderdeel van het lichaam van de moeder. Dat het zo simpel niet ligt, bewijst het nieuwe beleid van de gemeenten. Met een afgezet been krijg je dit soort problemen niet.

Hoe begrijpelijk het ook is, dat beleid morrelt ongewild aan het wankele evenwicht van de abortuswet. Voor dat compromis moesten morele problemen wijken die nu weer dreigen terug te komen. Want nee, het is niet alleen een kwestie van baas in eigen buik. En ja, ook na de bevruchting hebben vaders nog iets met het verwekte kind van doen. De wet dekte al die problemen af met de juridische fictie van de zelfbeschikking van de vrouw.

Dat compromis heeft in de afgelopen decennia heel behoorlijk gefunctioneerd. Een betere oplossing was, en is, er waarschijnlijk niet te vinden. Maar fragiel blijft ze wel, en bij de minste verandering duiken opnieuw de morele spoken uit het verleden op. Daarvoor hoef je niet eens te wijzen op de precaire positie van spermadonoren, die volgens de Leidse hoogleraar familierecht André Nuytinck onder de nieuwe richtlijnen eveneens alimentatieplichtig zouden worden.

Moraal, recht en billijkheid zitten elkaar hier dus danig in de weg. Dat viel te verwachten, met een wet die de gordiaanse knoop moest doorhakken van een uitzichtloze ethische discussie. Wie die liever niet ziet terugkomen, laat Lars maar beter met rust.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden