Naschrift

Zonder sport geen leven, vond George Schweigmann (1924-2017)

GeorgeSchweigmann Beeld Marijke Talsma

Hij finishte als laatste bij de Elfstedentocht van 1963: 'de Hel van '63'. Het maakte hem beroemd. Eigenlijk paste dat wel bij hem: van iets negatiefs iets positiefs maken.

George Schweigmann stapte tot voor kort nog iedere ochtend op de fiets om zijn vaste rondje van twintig kilometer te maken door het buitengebied van Leeuwarden. Onderweg een praatje makend met lokale boeren, maar meestal in gesprek met zichzelf. Die fietstocht was zijn dagelijkse kerkgang. Hij bad, overdacht zijn leven en was dankbaar. "Ik heb een mooi leven gehad", zei hij. Ook verdrietige momenten gingen door zijn hoofd, zoals het verlies van zijn drie dochters. Daarover praten kon hij niet.

Eenmaal thuis dronk hij koffie en deed daarna zijn tien rek- en strekoefeningen. Vaste prik. Zonder sport geen leven. Die sportieve inslag had hij als kind al. In het gezin van negen kinderen was sport vertier. George deed allerlei sporten, maar hield het meeste van schaatsen. Zijn eerste Elfstedentocht reed hij in 1942, hij was toen 17 jaar. Later volgden de tochten van '47, '54, '56, '63, '85, '86 en '97. Vlot starten deed hij nooit, hij begon kalm en liet de eerste honderd kilometers vele rijders voorgaan. Die haalde hij wel weer in als bij Workum de tegenwind kwam, dan had hij nog genoeg energie over. Zo draaide hij dat dooie punt om tot uitdaging. Hij reed ze allemaal uit, in de latere jaren vaak samen met zijn eigen kinderen. Met zijn acht kruisjes was hij met de Eagumer boer Klaas de Groot recordhouder.

Georgus Hermanus Josephus Schweigmann werd op 7 november 1924 geboren in Sneek. Zijn jeugd was onbezorgd, het grote gezin had weinig centen, maar er was altijd wel een tante of oom die te hulp schoot. Hij sprak veel over zijn tantes en schoolvriendjes vroegen weleens: "Heb jij geen vader of moeder?"

Hij was de telg uit een textielgeslacht. Zijn voorouders waren 'Lapkepoepen', stofverkopers uit het Duitse Westfalen die rond 1850 naar Friesland kwamen. Zijn grootmoeder startte in 1886 een eigen zaak in Leeuwarden: 'Schweigmann baby- en kinderkleding'. De winkel bestaat nog steeds en wordt nu gerund door zijn oudste zoon en naamgenoot.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

George en zijn vrouw Mia in 2010. Beeld Marijke Talsma

George wilde zelf ook die kant op en volgde de Hogere Textielschool, maar werd in de oorlog als dwangarbeider naar Noodrijn-Westfalen gestuurd. Het harde werken daar vond hij geen probleem en hij ontdekte voor het eerst zijn Duitse roots: dat vond hij geweldig. Hij durfde alles, zag geen gevaar en fietste geregeld 's nachts naar Leeuwarden om eten te brengen. Die jaren waren bepalend. Na de bevrijding ergerde hij zich flink aan al het gefeest. In Duitsland had hij geleerd hard te werken. Hij vond dan ook dat er niet gefeest maar gewerkt moest worden, het land moest opgebouwd. Hij zette zich in als vrijwilliger bij het verdelen van de Marshall-goederen.

George was 25 toen hij Mia Vergnes zag schaatsen, hij kende haar nog van school en de vonk sprong over. Een stabiel en liefdevol huwelijksleven volgde, bijna 65 jaar lang. Ze kregen acht kinderen: George, Guus, Max, Chris, Frank, Yvonne, Marian en Marga. De eerste jaren werkte George in de wolzaak van zijn schoonfamilie, maar in 1954 nam hij de kinderkledingzaak Schweigmann over. Mia dacht vaak mee over de zakelijke koers. Als zij ergens niet achter stond, gebeurde het niet. Tot stemverheffingen kwam het niet, als ze iets te bespreken hadden, gingen ze wandelen.

Ondanks zijn drukke baan reed George twee keer per week naar Amsterdam om te schaatsen in de Jaap Edenbaan. En op zondag nam hij de kinderen mee naar het buitengebied, daar deden ze aan droogschaatsen en atletiek: altijd wedstrijdjes. Als winkelier was hij een vernieuwer. Hij hing als eerste een uithangbord op met de tekst: 'Och kijk hier eens moeder!' En hij zorgde voor een parkeergarage in de stad, want tijdens een zakenreis naar Amerika leerde hij: 'no parking, no business'.

Een keerpunt in zijn leven was het jaar 1963. Hij begon samen met tienduizend schaatsers aan de Tocht der Tochten. In gedachten was hij bij Mia, die in het ziekenhuis lag na de bevalling van hun jongste dochter Marga. Hij stuurde haar bij elke stempelpost een telegram: 'Stavoren, 9.55, heerlijk heus.' En: 'Workum. 11.10 mooi maar zwaar.' De wind trok aan tot stormachtig, het vroor 18 graden. George finishte om vijf voor twaalf, als laatste rijder.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Het telegram dat hij tijdens de Elfstedentocht van 1963 uit Workum naar Mia stuurde. Beeld Dana Ploeger

Hij werd een held, hij was een van de 69 doorzetters. Zelf wilde hij graag weten wat die andere schaatsers typeerden, dus stuurde hij een enquête rond. George had net een zakelijk fiasco achter de rug en de tocht had hem hernieuwde levenskracht gegeven. Binnen een week ontving hij alle handgeschreven antwoorden. Later fungeerde dit document als bron voor het boek 'De mannen van '63' van Wim Hartung en nog weer later voor de speelfilm 'De Hel van '63'. 

Toen George zijn enquête aan het bestuur van de Friesche Elfsteden schonk, mocht hij zelf bestuurslid worden - dat deed hij 25 jaar met hart en ziel. Hij had wel een voorwaarde: hij wilde het recht houden om de tocht te kunnen rijden. Dat werd zo afgesproken. Ook was het George die in 1986 regelde dat toenmalig kroonprins Willem Alexander de tocht kon rijden, zonder dat de leden Sipkema en Kroes ervan wisten. Woest waren ze, maar hij wimpelde ze op zijn eigen hartelijke manier af.

Het jaar 1963 werd voor George een persoonlijke hel. Tijdens de meivakantie in Eernewoude logeerde het gezin in een woonark langs het kanaal. Aan de overkant bloeiden boterbloemen, die de kinderen gingen plukken. Na een tijdje miste George zijn vierjarige dochter Marian. Hij wist gelijk dat het mis was. Met zijn zoons Chris en Guus voeren ze eindeloos over het kanaal. Hij was het die Marian vond en haar uit het water haalde. Net toen de klokken luidden voor de 4 mei herdenking. Die avond hoorden de kinderen voor het eerst de harde stemmen van hun ouders. Vol onmacht en verdriet.

Van Marian waren maar weinig foto's, waarop George besloot bij elke Olympische Spelen zijn eigen 'Olympische team' op de foto te zetten. Dat bleef hij doen tot de kinderen uit huis waren en ieder zijn eigen kant op ging. Over Marians dood werd nooit gesproken. Tot dochter Yvonne jaren later het initiatief nam om als gezin ieder jaar op 4 mei bij elkaar te komen. Op het kerkhof kwam het weggestopte verdriet naar boven. Op die dag kwam alles ter sprake, over toen en nu. Ze voelden zich weer verbonden en George sprak openhartig. Hij was trots op ieder kind. Verdrietig genoeg maakten hij en Mia ook nog het overlijden mee van hun twee andere dochters Marga en Yvonne en van twee schoondochters.

De laatste dertig jaar woonden Mia en George in hun huis aan het Van Harinxmakanaal. Zodra het vroor was George op het ijs te vinden. Hij bleef tot zijn 88ste schaatsen. Toen het in Nederland niet meer hard genoeg vroor, ging hij naar Zweden om natuurtochten te schaatsen. Maar zodra het kwik in Friesland enigszins daalde, rinkelde de telefoon aan een stuk door: journalisten, maar ook collega-schaatsers wilden tips en advies van de Elfstedentochtkenner. Het werd Mia soms te veel.

Tot drie jaar geleden waren ze samen. Toen Mia's reuma en artrose te veel zorg vroegen, ging ze naar een verzorgingshuis. Iedere avond stapte George op de fiets om samen met haar warm te eten. Op de dag dat ze stierf was hij net met zijn goede vriend Reinier Paping onderweg naar de 50-jarige reünie van de Elfstedentocht van '63. Na haar dood zette hij een grote foto van haar op de eettafel. Daar las hij elke dag de Duitse Stern en praatte geregeld tegen haar.

Tijdens een laatste rondje op de kunstijsbaan in Heerenveen brak George zijn heup. Zijn vitaliteit ging achteruit. Hij raakte in de put. Tot zijn oudste zoon zei: "Pa, je bent nog niet bij Bartlehiem." Wonderwel knapte hij weer op. Hij stopte wel met schaatsen, maar bleef fietsen, elke dag hetzelfde rondje van twintig kilometer. Op 19 oktober werd George gevonden door zijn zoon Guus, hij was getroffen door een hersenbloeding. Nadat hij die ochtend als altijd zijn rek- en strekoefeningen had gedaan. Tijdens de uitvaart werd hij de kerk binnengedragen door zijn schaatsvrienden. Op de kist lagen zijn noren.

George Schweigmann werd geboren op 7 november 1924 in Sneek en overleed op 19 oktober 2017 in Leeuwarden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden