Zonder salafisten geen democratie

Salafistenleider Yasser Borhamy (rechts) spreekt met Bassam al-Zarqa, adviseur van de Egyptische president Morsi, over de nieuwe grondwet.Beeld Reuters

De Arabische Lente heeft voorstanders van de politieke islam de wind in de rug gegeven. Niet alleen moslimbroeders doen mee aan verkiezingen, hetzelfde geldt - verrassend - ook voor hun nog orthodoxere collega's, de salafisten. Dat is goed, vindt islamkenner Olivier Roy. 'Je kan geen democratie hebben zonder hen.'

'Het Westen is geen voorstander van democratie." Islamkenner Olivier Roy zegt het ergens halverwege het gesprek. "Als je vindt dat je alleen een democratie kan hebben als je degene die haar af wil schaffen buitensluit, dan heb je een seculiere dictatuur. De Europese positie is altijd geweest: eerst secularisering, en daarna, insjallah, democratisering. Daarom steunden wij dictators als Moebarak (president van Egypte) en Ben Ali (president van Tunesië)."

Maar die tijd is voorbij. In de Arabische wereld is met de Arabische opstand een einde gekomen aan het bewind van vrijwel alle 'seculiere dictators'. "De dictators zijn weg. Het idee dat je een Frans- of Engelssprekende leider met een mooie vrouw met een academische titel hebt, is weg. Nu hebben we de islamisten, en daar moeten we het mee doen." Roy, onlangs in Nederland op uitnodiging van de Universiteit Leiden, zegt het schouderophalend. De Franse politicoloog, tegenwoordig verbonden aan het European University Institute in Florence, is van de laconieke soort.

Opkomst islamisten
De opkomst van de islamisten is razendsnel gegaan. In Egypte werd een lid van de Moslimbroederschap (slogan: 'Islam is de oplossing') president en wonnen de nog orthodoxere salafisten (de mannen met de vlassige baarden die willen leven als in de tijd van profeet Mohammed) een kwart van de zetels bij de parlementsverkiezingen. In Tunesië is de aan de moslimbroeders gelieerde Ennahda-partij veruit de grootste. En in Libië, en straks misschien in Syrië, is meer ruimte voor gelovigen om zich politiek te laten gelden.

Dat de salafisten zich in Egypte zo enthousiast op de politiek hebben gestort, was voor Roy toch wel de grootste verrassing. "Tot de Arabische Lente gaven ze niet om politiek, ze weigerden zich te organiseren. Het oprichten van politieke partijen gold als fitna (verleiding) voor hen, omdat het de scheidslijnen binnen de islamitische gemeenschap zou institutionaliseren. Bij de salafisten draait alles om religie, een systeem van normen - van halal (toegestaan) en haram (verboden). Politiek was haram. Een salafistische partij was een contradictio in terminis."

Lenig van geest
Salafisten mogen dan bekend staan om hun rechtlijnigheid en orthodoxie, na de Arabische Lente bleken ze in Egypte leniger van geest dan verwacht. Binnen twee weken was er een salafistische partij. Roy verklaart die snelle omwenteling uit de radicaal veranderde omstandigheden. "De belangrijkste consequentie van de Arabische Lente is wat mij betreft het ontstaan van een open politieke ruimte. Je kan zeggen wat je wil, je kan partijen oprichten, demonstreren, ideeën uitwisselen. Dat is onomkeerbaar, een coup is niet mogelijk. Het is een open systeem, en je bent binnen of buiten. Als je als groep wil bestaan, dan moet je binnen zijn."

Dat hebben de Egyptische salafisten begrepen, meent Roy. "Ze dachten: als we niet meedoen, dan staan we buiten. Er zal in het parlement discussie zijn over de rol van de sharia, en wij zullen er niet bij zijn." En dus kwam er een partij, en nog één, en nog één. Salafisten bleken in de praktijk net zo geneigd tot haarkloverij als gereformeerden. "Er zijn heel veel soorten salafisten. Je hebt zelfs Costa-salafisten, die elkaar ontmoeten in de gelijknamige koffieketen. Die hebben zelfs humor, wat vrij zeldzaam is onder salafisten."

Onenigheid
Al die groepen zijn het over van alles met elkaar oneens. Over de status van christenen, over boerka en hoofddoek, over de positie van vrouwen in de publieke ruimte. Dat gaat altijd over de vraag 'moeten we het compromis zoeken of strikt zijn?', zoals Roy het stelt. "Natuurlijk is dat een positieve ontwikkeling. Je kan geen democratie hebben zonder hen." Door hun deelname aan de politiek, blijkt dat ook salafisten bereid zijn water bij de wijn te doen als de omstandigheden hen daartoe dwingen. Zo ging de Noer Partij, de belangrijkste salafistische partij, akkoord met de grote IMF-lening die Egypte onlangs kreeg. Terwijl daar toch rente (haram!) over betaald moet worden.

Enthousiast over de democratie zijn de salafisten zeker niet, benadrukt Roy. "Maar ze moeten wel." Waar ze vooral bang voor zijn, is dat de Moslimbroederschap voor hen en de rest van de samenleving gaat bepalen wat de islam betekent. "De moslimbroeders hebben decennia de boodschap verkondigd dat zíj de politieke islam vertegenwoordigen. Zij waren de enigen die zeiden 'stem op ons dan zal je een islamitische samenleving krijgen, met sociale rechtvaardigheid'. Maar de andere islamisten willen niet dat de moslimbroeders dat monopolie hebben."

Die huiver heeft deels met ideologie te maken. Onder Moebarak werden de salafisten met rust gelaten, zolang ze zich afzijdig hielden. "Ze konden in hun eigen wijken wonen, waar alle vrouwen een boerka dragen, ze betaalden een salafistische school waar hun kinderen naartoe gingen", legt Roy uit. "Maar straks, als de Moslimbroederschap met een religieuze agenda komt en een religieus curriculum gaat maken voor scholen, dan zeggen de salafisten: 'Ja, maar dat is jullie islam, niet de onze'. Eigenlijk kan je zeggen dat de christenen beter af zijn met de moslimbroeders dan de salafisten: christenen mogen van de moslimbroeders gewoon christelijke dingen doen. Maar alle moslims moeten moslimbroeder-dingen doen!"

Geld
Aan de andere kant gaat het ook gewoon om geld, denkt Roy. "Wij zijn geneigd om het salafisme te zien als de godsdienst van de verworpenen der aarde, voor de ontevredenen, de achterblijvers. Dat geldt misschien voor Parijs, maar zeker niet voor Caïro. Salafisme in Egypte is een middenklassefenomeen. Het zijn vaak mensen die als gastarbeider, als arts of leraar in de Golfstaten hebben gewerkt. Als ze terugkomen zijn hun vrouwen bedekt en hebben ze genoeg geld om in een salafistische wijk te wonen en hun salafistische lifestyle te betalen."

"Want je moet je wel bedenken: het is niet goedkoop om salafist te zijn: je vrouw werkt niet, maar je wil wel dat je kinderen gaan studeren." Het verklaart volgens Roy waarom de salafisten de politiek in zijn gegaan: "Het gaat om macht. Want als de minister van gezondheid een moslimbroeder is, dan hebben de salafistische dokters een probleem."

Olivier Roy, die in de jaren negentig faam verwierf met zijn boek 'The Failure of political islam', maakt zich niet zo druk om de verborgen agenda's die islamisten - moslimbroeders of salafisten - zouden hebben. "Er zijn gewoon verschillende stromingen, ook binnen die groepen, en die hebben geen verborgen agenda. Ze debatteren, er komen soms hele rare ideeën voorbij - maar dat zie je ook in het Franse parlement of het Amerikaanse Congres. Dat is democratie."

Vrouwenrechten
De kans is wel groot, beaamt hij, dat de eventuele profileringsdrang van moslims ten koste van vrouwen zal gaan. "Dat is een groot onderwerp. Over alle andere belangrijke kwesties hebben de Egyptische islamisten duidelijk gemaakt waar ze staan: tegen djihad, voor vrede met Israël, geen steun aan Iran. Net als in Amerika en Europa is dé vraag: wat is een familie? Er is veel debat, bijvoorbeeld over de bepaling dat er een natuurlijke complementariteit tussen man en vrouw is, die de Ennahdapartij in de Tunesische grondwet wil zetten. Maar als je naar de paus luistert, hoor je hetzelfde. En als je Beierse christendemocraten ernaar vraagt, zullen ze zeggen: prima dat vrouwen studeren, maar als ze kinderen krijgen moeten ze thuisblijven, wij betalen niet voor de crèche."

Roy wil maar zeggen: het Westen moet niet zo hysterisch doen als het over de islamisten in de Arabische wereld gaat. "Wij zien de overeenkomsten niet, terwijl sommige debatten hetzelfde zijn. Elke keer als we in Europa iets controversieels doen, noemen we dat vooruitgang en iets voor altijd. Neem nou homorechten. Wie had het daar zeventig jaar geleden over? Dat onderwerp kwam pas eind jaren zestig op en is nu in wetten vastgelegd. Wij willen dat islamitische landen dat ook doen. Het homohuwelijk is in Frankrijk nu nog heel controversieel. Maar op enig moment zal het er zijn, en dan zullen we tegen de Moslimbroederschap zeggen: als je het homohuwelijk niet invoert, dan erkennen we je niet als democratisch land."

Tegelijkertijd veranderen ook de Arabische landen - hoe conservatief ze nu ook zijn. "Er is een trend naar steeds meer individuele vrijheid - een individu mag doen wat hij of zij wil." Bij de homo's zijn de Egyptenaren en Tunesiërs nog niet aangekomen, maar de trend geldt zeker voor vrouwen. "Traditionele families verdwijnen, patriarchale patronen verdwijnen. We hebben harde sociologische data die daarop wijzen, bijvoorbeeld de stijgende huwelijksleeftijd."

Jaren zestig
Sterker nog: de Arabische Lente kan je wat Roy betreft vergelijken met de opstand van de jaren zestig in de westerse wereld. "De Arabische moslimmaatschappijen zijn in een staat van sociale transformatie sinds eind jaren tachtig, wijzen de data uit. De generatie die toen geboren is, is nu rond de twintig. Zoals 1968 het jaar was dat veel babyboomers achttien werden." Het is logisch, meent hij, dat een generatie die opgroeit tegen de achtergrond van die veranderende normen uiteindelijk ook een politieke verandering eist. "Het is een mechanisme: je hebt een verschuiving van sociologische en culturele paradigma's en uiteindelijk: politieke verandering."

Zelfs de salafisten zullen aan die ontwikkeling niet ontsnappen, denkt Roy. "Traditionele salafisten zullen zich aan moeten passen, want anders hebben ze een probleem. In Egypte heb je een salafistische feministische beweging, in Alexandrië. Die vrouwen zeiden: 'Wij zijn salafisten, we hebben een boerka maar we willen wel op de kieslijst'. De oude garde zei 'nee', maar de jongere generatie zei 'waarom niet?'. Dus kwamen die vrouwen op onverkiesbare plaatsen te staan, als compromis."

En, met een grinnik: "Net als in Frankrijk eigenlijk."

De ene salafist is de andere niet
Salafisten, zeer orthodoxe soennitische moslims, zijn er in soorten en maten. Er zijn er die de politiek afwijzen en in hun eigen leven proberen de profeet Mohammed zo goed mogelijk na te leven - de quiëtisten. Er zijn er die de weg van de democratie kiezen om hun utopische idealen na te streven - de politieke salafisten. En er zijn er die hun ideale wereld gewapenderhand proberen te bereiken - de djihadisten.

Door de Arabische Lente voelden sommige salafisten - in Egypte - de ruimte en noodzaak om politiek actief te worden. Maar de revoluties gaven door het (tijdelijk) verdwijnen van politie en veiligheidsdiensten ook de gewelddadiger types - in Egypte, Tunesië en Libië - de kans zich te laten gelden. Bijvoorbeeld door heiligdommen van gematigde soefi's of van andere geloven te vernielen, of door westerse doelen aan te vallen. In de Libische stad Benghazi kwam de Amerikaanse ambassadeur om het leven bij zo'n aanval.

De plaatselijke overheden en de bevolking hebben nu al hun buik vol van de djihadisten, weet islam-kenner Olivier Roy. "In Tunesië heeft Ennahda (de regerende partij van moslimbroeders) eerst geprobeerd om radicale salafisten in het politieke systeem te incorporeren, maar dat is mislukt. Inmiddels wil de overheid ze daarom aanpakken. Hetzelfde geldt voor Libië. Na de aanval op het Amerikaans consulaat is daar een enorme anti-salafistische tegenbeweging op gang gekomen."

Mede daarom verwacht Roy dat veel djihadisten uit Noord-Afrika naar Syrië zullen trekken. "Het zijn nomaden. Ze trekken van het ene naar het andere slagveld, altijd op zoek naar die ene ultieme djihad. In de jaren tachtig was het Afghanistan, in de jaren negentig Bosnië en Tsjetsjenië. Daarna Irak en Somalië. En nu is het Syrië. Wat in Syrië gebeurt, is geen onderdeel van de Arabische Lente, het is een burgeroorlog en een conflict tussen soennieten en sjiieten."

Vooral dat laatste maakt Syrië zo'n geschikt strijdtoneel voor de militante salafisten. Het geeft hen de kans te vechten tegen ongelovigen - want sjiieten zijn voor hen verderfelijke afvalligen. En mocht er een internationale interventie komen in Syrië, des te beter. Dan kunnen de djihadisten vechten tegen hun andere favoriete vijand: het Westen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden