Zonder Nederlandse boeken slagen scholieren op Sint Eustatius wél

Onderwijs op Sint-Eustatius gaat een stuk beter sinds ze dat in het Engels doen. Beeld Sinaya Wolfert

Middelbare scholieren op Sint Eustatius raakten verdwaald in de Nederlandse lesstof. Maar nu er onder de palmbomen in het Engels wordt gedoceerd, kan iederéén slagen.

De lucht is blauw, de ochtendzon trekt nog lange schaduwen en ­gelukkig staat er een koele bries. In de ochtendpauze kan er nog basketbal ­gespeeld worden op de Gwendoline van Puttenschool in Oranjestad. Daarvoor is het later op de middag te heet. Jongens en meiden in rode of blauwe schoolshirts dribbelen richting basket. Een eerste poging wordt geblokt, maar in de rebound is het raak. Een korte kreet, een boks, een lach, en dan gaat de bel. De lessen ­beginnen weer.

Dit vrolijke tafereel was nog maar tien jaar geleden ondenkbaar op de grootste middelbare school van Sint-Eustatius, een bijzondere gemeente van Nederland. Er werd toen gehangen, ­gedold en gevochten. Vijftien procent van de scholieren verliet dit complex toen zonder diploma, sommigen werden door de directie actief verwijderd. Meisjes bijvoorbeeld die op steeds jongere leeftijd zwanger werden, soms ­waren ze nog geen veertien. Die mochten niet langer aan de lessen deelnemen, omdat ze met hun opzwellende buik ‘een slecht voorbeeld’ waren. Dat zij nog onder de leerplicht vielen, deed er niet toe.

Tienerzwangerschappen

Hoe anders is dat nu. Her en der op het schoolplein staan docenten die direct ­ingrijpen als een ruzietje uit de hand dreigt te lopen. Hun surveillances hebben weer tot een ‘veilig’ schoolplein ­geleid. En die tienerzwangerschappen komen door betere voorlichting en ­begeleiding niet meer voor. Schooluitval is er nauwelijks en verschillende ­afdelingen van de Van Puttenschool hebben een slagingspercentage van 100 procent.

Binnen aan een lange houten tafel zitten de vrouwen die deze verandering in gang hebben gezet, en hoewel directeur Rosalie Edelstein Lopes haar opleiding in Nederland heeft gevolgd, spreekt ze uitsluitend Engels. Hetzelfde geldt voor haar rechterhand: Jacinta Lopes Albertoe. Pas als dezelfde vraag drie keer moet worden gesteld, is ze ­bereid tot een kort verduidelijkend zinnetje in het Nederlands. Onder het mom: vooruit dan maar.

Die zelfbewustheid in de Engelse taal is ook een van de kernpunten van haar nieuwe beleid. “Toen ik hier acht jaar geleden op mijn eiland arriveerde, trof een Caribische schoolbevolking van 250 leerlingen die les kreeg in een compleet Nederlands schoolsysteem, met vooral Nederlandse docenten”, zegt Edelstein. “Alle lessen van havo en vmbo werden in het Nederlands gedoceerd, zelfs de instructies bij de praktijkvakken. Terwijl de kinderen buiten school in een wereld opgroeien waar Engels en Spaans wordt gesproken.”

Lage zelfdunk

De Statiaanse kinderen die op hun eigen eiland naar school gaan, hadden het in die jaren moeilijker dan allochtone scholieren in Nederland. Die vangen in de wereld buiten school nog het ­nodige Nederlands op. Op Sint-Eustatius gebruikten de kinderen alleen op school de Nederlandse taal, bij het nuttigen van lesstof die geheel uit Nederlandse context bestond. Onder de palmen van ‘Statia’ dreunden ze bij wijze van spreken de gemeenten op van de Elfstedentocht.

Opgeteld bij hun zwakke sociale positie (armoede en 80 procent van de kinderen groeit op in een éénouder­gezin), wekte het destijds geen verwondering dat een groot deel van de kandidaten zakte voor het Nederlandse examen. “Onze kinderen dachten dat ze dom waren”, zegt Edelstein. “Er heerste een lage zelfdunk. Ze ­konden zich niet identificeren met de ­lesstof en struikelden in het examen dat in een voor hen ­vreemde taal werd afgenomen.”

Deze laatste alinea is gelukkig in de verleden tijd gesteld. De situatie is ­inmiddels ingrijpend veranderd, vooral dankzij Glen Schmidt, toenmalig ­bestuurder van Sint-Eustatius die een onderzoek liet instellen naar de rol van de Nederlandse taal bij de slechte ­onderwijsresultaten op het eiland. Een onderwijsdelegatie onder leiding van toenmalig directeur André IJzerman toog naar het zeshonderd kilometer verderop gelegen Barbados, waar wordt gewerkt met het Caribische én Engelstalige CXC-onderwijssysteem. “En ­iedereen wist direct”, zegt Edelstein, “dit is iets ook iets voor ons.” Waarna zij en haar collega Lopes de opdracht kregen dit onderwijssysteem ook op Sint-Eustatius in te voeren.

Elfstedentocht verdwenen

Grofweg komt het erop neer dat het nieuwe middelbaar onderwijs bestaat uit een driejarig onderbouwdeel waarin alle jongeren op hetzelfde niveau, maar met de nodige differentiatie, zowel ‘academische’ stof als onderdelen uit het beroepsonderwijs voorgeschoteld krijgen. Na die drie algemene jaren kunnen scholieren kiezen voor een academisch vervolg (CSEC) dat vergelijkbaar is met het Nederlandse havo/vmbo-tl-programma. Of voor een beroepsonderwijsdeel (VCQ) dat lijkt op het Nederlandse mbo-programma. “Vanaf 2015 is deze Caribische onderwijsvorm in de eerste jaarlaag van de Van Puttenschool geïntroduceerd”, vertelt Jacintha Lopes Albertoe. “Langzaam maar zeker verovert die de school. In 2020 hebben we hier geen havo of vmbo meer.”

Niet alleen de Engelse taal zorgt ervoor dat de scholieren beter hun weg weten in het onderwijs. De inhoud van de lessen is ook totaal anders. Die worden gegeven vanuit de Caribische cultuur, dus de Elfstedentocht is voorgoed verdwenen. Maar de aanpak gaat verder en is emanciperend. “Leerlingen moeten leren dat ze weliswaar op een klein eiland wonen, maar met een grote ­wereld om zich heen”, zegt Edelstein. “Ze worden omringd door vreemde ­talen, óók Nederlands, die ze moeten leren om echte wereldburgers te kunnen worden. Maar dat is wel een andere benadering dan het gedwongen Nederlands als instructietaal.”

“Ons uitgangspunt is”, vult Lopes aan, “dat kinderen eerst moeten ­weten wie ze zelf zijn en waar ze vandaan komen, voordat ze kunnen leren over anderen. In ieder project hanteren we de stelregel dat we eerst over onszelf praten, dan over ons eiland, dan over de regio – met ook een plek voor Holland – en pas dan over de ­wereld. Zo leren de scholieren de verbanden te zien.”

Een compliment

Dat vraagt creativiteit van de docenten, erkent ze, en diversiteit in het docententeam. Was in 2015 nog 60 procent van de docenten Nederlands, nu is dat nog maar 25 procent.

Wat doet die nieuwe aanpak met de schoolresultaten? Eerst maar eens het laatste rapport van de onderwijsinspectie, die zich jaar na jaar zorgen maakte over het lage niveau van onderwijs op de Van Puttenschool. In 2013 constateerde zij nog een achteruitgang en was de situatie ‘zeer zorgelijk’. Sinds de introductie van de nieuwe onderwijsaanpak zit de school in de lift. Het vmbo en havo hebben in het schooljaar 2016-2017 een uitstekend slagingspercentage behaald, schrijf de inspectie lyrisch. ‘Van 100 procent en dat verdient een compliment.’ In 2015 lag dat nog op respectievelijk 90 en 80 procent.

‘De leerlingen ervaren de school als veilig en er heerst rust in en buiten de lessen’. Conclusie: ‘De ingezette koers en positieve houding van leraren en schoolleiding geven het vertrouwen dat zij in staat zijn om de laatste stappen te zetten naar een school met basiskwaliteit.’ Dat is een mooi rapport voor Edelstein en Lopes, maar tevreden zijn ze nog niet. “We kúnnen de beste school van de Cariben worden”, zegt Edelstein. Lopes: “En dat willen we ook.”

Na school maakt Mega D het verschil

Dion Humphries, alias Mega D, doet veel voor de jeugd op Sint-Eustatius. Met zijn naschoolse opvang verzorgt hij veel activiteiten. Muziek maken is een favoriet onderdeel. Beeld Sinaya Wolfert

Zanger Mega D keerde in 2009 vanuit Nederland terug naar zijn Sint Eustatius voor een open luchtconcert, en dacht: ik ben hier veel harder nodig. Hij is nooit meer weggegaan.

Dion Humphreys, zoals hij in werkelijkheid heet, richtte de Mega D Youth Foundation (MYF) op, huurde een huisje in het centrum van Oranjestad, en dat staat sindsdien altijd open: voor kinderen en jongeren die na school op straat rondzwerven. Waar het werk van Edelstein en Lopes van de Van Putten-school ophoudt, begint dat van MYF.

“Kinderen hier op het eiland hebben wel een huis, maar dat moeten ze delen met andere gezinnen uit hun familie, met soms nog een opa en een oma erbij”, zegt Humphreys. Ze leven in armoede, vaak in samengestelde éénoudergezinnen, krijgen te weinig (gezonde) voeding, en worden blootgesteld aan huiselijk en seksueel geweld. Een klap om je oren is hier heel normaal, en daar blijft het vaak niet bij. “Door op straat te hangen, ontvluchten ze wel de problemen, maar een oplossing ontstaat er zo niet. Hun ellende verdiept zich eerder. Ze zeggen school gedag en lopen de kans in de criminaliteit verstrikt te raken.”

Zonder handen

Het huis van Mega D moet op de eerste plaats structuur bieden. Na school komen ze naar hem toe, in eerste instantie voor een warme maaltijd. Rond de honderd kinderen tussen de 6 en 18 jaar worden daarna opgedeeld in aparte clubjes die afhankelijk van hun leeftijd spelletjes gaan doen, sporten of krijgen muziekonderwijs of huiswerkbegeleiding. Tegen de avond gaan ze weer naar huis.

De gedachte achter de opvang lijkt eenvoudig, zegt Mega D, maar kán het verschil maken. “We halen ze uit hun eigen omgeving van armoede en geweld, en laten zien dat er ook een andere is. De begeleiders ‘leven voor’. Ze zijn blij als de jongere na school langskomt, geven aandacht en tonen interesse, en laten bij conflicten zien hoe je die oplost zonder de handen te gebruiken.” Het is hier een soort jeugdland waarin alles anders is, zegt hij.

Hij probeert ook iconen te zoeken die de jongeren inspireren. Zelf is hij er een, maar hij heeft ook Ki-Mani Marley (de zoon van wijlen Bob Marley) zo ver gekregen dat hij het eiland in februari bezocht, speciaal voor hén. En koningin Maxima stond als ‘voorbeeld’ in de speciale schoolagenda die Humphreys jaarlijks verzorgt. In plaats van de westerse popsterren, presenteert hij daarin de Statiaanse succesverhalen. “Gewoon, om te laten zien hoe het ook kan, door naar school te gaan, een beetje aardig en enthousiast te zijn, en vooral dóór te zetten.”

Lees ook: 

Een jaar na de ingreep heeft de laatste boer van Sint-Eustatius een idee voor een nieuw begin

Nederland zette een jaar geleden het bestuur van Sint-Eustatius aan de kant vanwege ‘grove taakverwaarlozing’. Maar is het geïsoleerde en zeer arme eiland, met het formaat van Schiermonnikoog en iets meer dan 3000 inwoners, daarmee gered? ‘Nederland heeft een zorgplicht.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden