Review

Zonder muze naar hel en hemel

Ik ken ze nog van vroeger. Als ik een tentamen moest doen waarvan de stof me niks zei. Slaapaanvallen. Verschrikkelijk. Al om halfelf 's morgens knikkebollend over het opengeslagen boek. Even een slaapje. Helaas niet afdoende. Een paar uur later opnieuw. Slaap, slaap. Aan het eind van de dag een wezenloos gevoel. Ben ik op aarde om dit soort boeken te lezen? Existentiële vragen, die pas verdwenen in het café.

Bij de voorbereiding van deze rubriek gaat dat soms net zo. Het kan niet altijd zomer zijn. Sommige boeken vallen tegen. Ik weet het. Maar die vreselijke, niet te pareren slaap en die twijfel aan het eind van de dag. Waarom zijn wij op aarde?

Het leek veelbelovend. Een handboek voor het hiernamaals. Reisgidsen zijn er in overvloed, maar van de ene reis die iedereen ooit zal maken is nog geen actuele gids, meldt de uitgever. Vijfduizend jaar denken over hemel en hel, een actuele beschrijving van de hemel met praktische tips. Goed idee, denk je als dat leest, originele invalshoek, wat zou je meer wensen?

Een ander boek, verzucht je als de eerste honderd pagina's erop zitten. Waarom boeide het me niet? De schrijvers, Guido Derksen en Martin van Mousch, hebben hun huiswerk ijverig gedaan. Ze bestudeerden het hiernamaals van de oude Egyptenaren tot en met de Inca's en de Maya's. Mesopotamië, India, China en natuurlijk Jeruzalem, Athene en Mekka. Middeleeuwen, moderne tijd, geen beschrijving van hemel en hel ontsnapte. Ze weten er veel van en beschikken over een schat aan informatie.

En toch. De formule die zo veelbelovend leek, zit ze in de weg. Door de gang naar hemel en hel als een reis van A naar B te beschrijven, halen ze de kern eruit. Ze nemen de beschrijvingen letterlijk, terwijl het om metaforen, om overdrachtelijke verhalen gaat. Door dat letterlijk nemen worden hemel en hel afstandelijk beschreven. Daar kunnen ze niet tegen. Ze verdorren, zonder emotionele betrokkenheid. Ze horen in de bibliotheek, niet in het laboratorium.

Voor reisgidsen is die afstandelijkheid niet erg. Sterker, het moet. Een goede gids laat de inkleuring aan de reiziger over. Maar religieuze verhalen gaan eraan kapot. Als alle literatuur. Je kunt ook geen boeiende reisgids maken aan de hand van de reizen van heer Bommel. De herbergen en hotels die hij bezocht, wat er op het menu stond, hoe de ontvangst was (gastvrij of wantrouwend) en of de rekening mee-of tegenviel. Wie zo'n reisgids schrijft mist de essentie van de Bommelverhalen. Zoals iemand die opvattingenover hemel en hel reduceert tot Lonely Planet-beschrijvingen de essentie mist van religieuze verhalen.

Hun ongevoeligheid voor religie blijkt ook uit de wijze waarop Derksen en Van Mousch religieuze hoofdmomenten beschrijven. ,,De joodse tempel in Jeruzalem werd weer eens verwoest” – schrijven ze over de tempelverwoesting in het jaar 70. Of : ,,Rond het jaar nul werd ergens in Galilea ene Jezus van Nazareth geboren”. Het zijn geen zinnen die wijzen op fijnzinnigheid.

Het is eenzelfde gebrek aan fijnzinnigheid dat je tegen komt bij fundamentalisten. In hun aanpak hebben de schrijvers, al staan ze helemaal aan de andere kant van het spectrum, nogal wat van deze supergelovigen. Ook fundamentalisten moeten niks van metaforen hebben. Alles moet letterlijk zijn gebeurd. Ook bij hen verdwijnt de diepe zin van religieuze verhalen in gesteggel over feiten. Ook zij zien niet dat verhalen over hemel en hel interpretaties zijn van het menselijk bestaan, die laten zien wat de zin van het leven ondermijnt of juist bevestigt.

Als de culturele en historische afstand tot het hemelverhaal groot genoeg is, kun je daar zo nuchter over schrijven dat het raakt aan het badinerende. Zoals over de Germaanse hemel waar de gesneuvelde helden elkaar iedere dag opnieuw, een eeuwigheid lang, in zware krijg de hersens inslaan om zich tegen de avond, in dubbele betekenis opgewekt, te laten verzorgen door de Walküre. Ze drinken bekers vol mede, dat eeuwig leven schenkt, en ze zien toe hoe het zwijn Sürimner wordt geslacht en geroosterd. Dat tafereel kun je tongue in cheek beschrijven.

Maar de hemel van de moslims die zichzelf opblazen en als martelaar in de hemel een stoet van maagden ter beschikking krijgen? Wat ze in hun afscheidsbrieven schrijven over wat hun in de hemel te wachten staat, is tragisch en afschrikwekkend, het spiegelbeeld van hun machteloosheid het aards bestaan betekenis te geven. Leent zich hun beschrijving van de hemel tot transformatie in een reisbeschrijving?Als het om de hemel gaat, gaat het niet om geringe zaken en niet alleen om religie. Sommige hemelbeschrijvingen weerspiegelen de geschiedenis van een volk of een cultuur, andere de maatschappelijke en sociale orde. Weer andere dienen om de raadselachtigheden van het bestaan te overkomen en zich te verzoenen met de slagen van het lot. Derksen van Van Mousch hebben er oog voor dat al die aspecten een rol spelen in het denken over hemel en hel. Maar ze integreren die bevindingen niet in hun beschrijvingen.

Zo komt het dat je nieuwsgierig en vol goede moed begint en toch, als de ene hemelbeschrijving de ander volgt, om je heen begint te kijken. En een beetje chagrijnig wordt, of slaperig. Zo veel materiaal, zo veel studie en inzet, zo weinig gevoel.

Het is niet eens door onwil of onvermogen om te zien waar het in de religie om gaat – al valt ook dat schrijnend op – het is vooral het gebrek aan iedere vorm van muzisch gevoel, dat ook fundamentalisten ontbreekt. Het is ditzelfde hooghartige gebrek aan respect dat me bij die lieden zo tegenstaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden