'Zonder mest groeit er geen pest, roep ik dan'

Er is geen afvalstof, roept woordvoerder Godee van de Veghelse veevoederfabriek CHV bijna bezwerend uit, om de drommel niet. "Zonder mest groeit er geen pest, roep ik wel eens."

Hij redeneert verder. 'Mest is in de grond gezond', het is voeding voor de bodem, alleen Nederland heeft een beetje veel, meer als dat we zelf kunnen gebruiken. Vandaar dat de Weertse verwerkingsfabriek van pluimveemest Vefinex het spul 'dat hardstikke goed is voor de bodem', dat je onder van alles en nog wat kunt doen, 'bij de wijnranken, in de tuinbouw, in Turkije, Spanje, Portugal, overal', exporteert.

Of daarmee niet het probleem wordt geexporteerd? "Omdat het een voedingsstof is voor de bodem en wij toch met z'n allen met steeds meer mensen komen, eten we ook steeds meer en drinken we meer wijn, want dit is erg goeie mest voor wijnstreken. Ja, dan verschuif je het probleem niet naar andere landen want die mensen hebben ook voedingsstoffen nodig. He, je importeert mineralen vanuit derde wereldlanden, mengvoer maak je ervan, geef je aan dieren, komt mest uit en dan heb je geen kunstmest meer nodig. Minder tenminste."

De Bredase filmmaker Joost Seelen laat Godee aan het woord in 'Bloeiend Brabant', die de NCRV vrijdagavond (Ned. 1, 23.26 uur) uitzendt in het kader van de reeks Document. 'Bloeiend Brabant wil een beeld geven van hoe milieu en ontwikkeling zich verdragen in een provincie die door zijn strategische ligging tussen Rijnmond en Roergebied de laatste jaren niet alleen de grootste economische groei van Nederland heeft gekend, maar ook de meest vervuilde provincie van het land is geworden.

Vanwege die herkenbare spanning tussen natuur en eonomische ontwikkeling heeft de Nederlandse delegatie naar de internationale Unced-conferentie in Rio de film daar in het informatiecircuit gebracht. Want, stelt de delegatie, dit regionale probleem kan zo op het hele land wordt geprojecteerd.

Seelen heeft met 'Bloeiend Brabant' geen 'pamflet' willen maken. Vandaar dat in de film vertegenwoordigers van de verscheidene 'disciplines' aan het woord komen. Over hun eigen opvattingen, ideeen en dilemma's en niet die van de andere kant. Zo staat de milieuactivist naast de boer, de heilig in de techniek gelovende ondernemer naast de milieu-gedeputeerde die alleen heil ziet in een 'culturele revolutie. De veevoederfabrikant naast de milieu-econoom en de natuurontwikkelaar.

De enige die niet aan de film heeft willen meewerken is de leiding van een zinkfabriek in Budel-Dorplein. Sinds 1973 komt daar het chemische afvalprodukt jarosiet vrij, een produkt dat de zware metalen cadmium, zink en lood bevat. Het jarosiet is de afgelopen twintig jaar opgeslagen in drie enorme bekkens. Jaarlijks komt er 120.000 ton jarosiet bij en daarmee wordt tien procent van al het Nederlandse chemisch afval in Budel voortgebracht. De fabriek is met de autoriteiten aan het onderhandelen over de aanleg van een vierde bekken en voert dat proces als belangrijkste reden aan om niet mee te werken aan 'Bloeiend Brabant'.

Pieter van Asdonk heeft een boerderij op de grens van het natuurgebied de Peel. Zijn vader heeft er in dertig jaar een bloeiend bedrijf opgebouwd. Van Asdonk jr. ziet niet hoe hij zijn bedrijf zou kunnen vergroten. "De natuur is eigenlijk te zeer heilig geworden, er wordt helemaal geen rekening meer gehouden met de mensen die hier hun inkomen van moeten hebben." Hij voelt, als hij op het bedrijf aan het werk is de druk van de milieumensen. "Dat wij het milieu hier echt kapot aan het maken zijn, dat vind ik best wel jammer."

Frans Swinkels van de Werkgroep Behoud de Peel is een van die milieumensen. Staande op de grens van natuur en landbouwterrein stelt hij: "Vroeger was er een overgangszone van een kilometer of nog meer. Dat is verworden tot een diepe sloot. Aan die overgangszones waren een hele hoop organismen gebonden. Planten, dieren, de hele reutemeteut. Dat was gekoppeld aan die bufferzones en die zijn weg. En die moet je eigenlijk weer terugkrijgen wil je de natuur een fatsoenlijke kans geven."

Het bedrijf Lumenex presenteert zich als een milieuvriendelijke installatie voor de verwerking van gasontladingslampen. Manager Van Hoof is er trots op dat 92 procent van het vrijkomende materiaal geschikt is voor hergebruik. In het overblijvende chemisch afval zit kwik, wat hij probeert er op betaalbare manier uit te halen. Van Hoof is er van overtuigd dat als je de techniek aan elkaar koppelt er voor de milieubelasting betaalbare technische oplossingen zijn te vinden.

Milieugedeputeerde Rein Welschen ziet ook wel in dat er op korte termijn via de techniek verbeteringen zijn te bereiken. Maar het milieuprobleem is volgens hem uiteindelijk een cultuurprobleem. Mensen zullen niet zozeer hun heil moeten zoeken bij management maar bij creativiteit. "Ze zullen met veel soberder materialen moeten omgaan en dat is zo tegenstrijdig met wat we nu doen dat er een hele cultuuromslag nodig is. Een revolutie als het ware."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden