Zonder magistraten is Zutphen zichzelf niet meer

De Lange Hofstraat in het historische centrum van Zutphen. De stad is een bolwerk van de antroposofie en dat is te zien aan de vele biologische winkeltjes. Foto: Herman Engbers Beeld
De Lange Hofstraat in het historische centrum van Zutphen. De stad is een bolwerk van de antroposofie en dat is te zien aan de vele biologische winkeltjes. Foto: Herman Engbers

Zutphen waakt als een leeuw over haar arrondissementsrechtbank, nationale rechtersopleiding en talrijke justitiële instellingen. Een millennium rechtspraakhistorie laat het stadsbestuur zich niet zomaar afnemen. Portret van een eigenzinnige stad.


In Zutphen lijkt het weer 1933. Een economische crisis leidt tot bezuinigingen op de rechtspraak. Opnieuw staat Zutphen ter discussie als een nationale vestigingsplaats voor de magistratuur. Is deze Gelderse stad met haar arrondissement wel groot genoeg om een eigen rechtsgebied te rechtvaardigen? In februari 1933 vroeg antirevolutionair justitieminister Jan Donner zich dat al af in een parlementair discours. Het was een Tweede Kamerdebat met een voor Zutphen historische uitkomst: het kabinet viel en de rechtbank bleef bestaan.

Zonder magistraten voelen de inwoners van Zutphen zichzelf niet meer. Al sinds de negende eeuw - en mogelijk al de vierde - is rechtspraak verbonden aan de plaats waar de Berkel in de IJssel stroomt. Een millennium magistratuur laat de gemeente zich niet afnemen. Zutphen ziet zichzelf als de stad van rechters, officieren van justitie, advocaten, politieagenten en gevangenissen. Ook bevindt Nederlands rechters- en officierenopleiding zich er. "Zutphen heeft naam", stelt burgemeester Arnold Gerritsen (D66).

Vanuit zijn werkkamer overziet Gerritsen het statige 's Gravenhof, het plein met het stadhuis, de magistratenschool SSR, de Burgerzaal, de Sint Walburgiskerk, een sterrenrestaurant en een historisch stadshotel. Toeristen wandelen eroverheen gewapend met plattegrond en camera's. Zutphen is mooi. Maar Gerritsen wil voorkomen dat de binnenstad een openluchtmuseum wordt. "Justitie betekent hoogwaardige werkgelegenheid. Die trekt een avant-gardistisch soort mensen dat actief is in het culturele leven."

De opvallende, maar verloren rechtszaak tegen de staat begin dit jaar, toont hoe verknocht het stadsbestuur is aan zijn justitiële instellingen. Het heeft Gerritsen persoonlijk geraakt, zegt hij, dat het Openbaar Ministerie vorig jaar ineens de geplande nieuwbouw afblies en de officieren van justitie naar Arnhem verhuisde. Er was jaren samen aan de plannen gewerkt. Alles wat nu resteert, is het wettelijk verplichte arrondissementskantoor van de hoofdofficier. Toch strijdt de stad verder om Justitie te behouden. Waarom?

Het antwoord op de vraag zou natuurlijk prestigebehoud kunnen zijn. Zutphen en omgeving zijn van oudsher bekend als pleisterplaats voor adellijke en rijke families die in rust willen wonen in villa's en kastelen. Hier woonde premier Ruijs de Beerenbrouck in 1933 toen zijn derde kabinet om de rechtbankkwestie viel. De streek is een Gelderse evenknie van Het Gooi met chique dorpen als Laren, Gorssel en Vorden. Hier leven rijke en bekende Nederlanders nog relatief anoniem.

De relatieve rust van Zutphen en omliggende dorpen, waarvan Warnsveld in 2005 bij de stad werd gevoegd, staat in schril contrast met de drukke stadsregio Arnhem-Nijmegen. Een snelweg zul je in Zutphen niet aantreffen. De laatste poging, de A348 vanaf Arnhem, eindigt abrupt bij Dieren. De komst van de spoorwegen in de negentiende eeuw verontrustte het stadsbestuur al, vertelt stadsarcheoloog en -historicus Michel Groothedde. Hij stelt dat Zutphen in haar lange bestaan altijd een residentiële stad is geweest.

Notabelen in de negentiende eeuw vreesden dat de trein die sfeer aantastte. "Het spoor zou leiden tot industrialisatie", zegt Groothedde. "Maar het was tegelijk een snelle verbinding met Den Haag, waar zij vaak heengingen. Besloten werd achter het station een park aan te leggen en geen industrie. Dat gaf extra glans. Fabrikanten moesten maar naar Deventer." Juist in die tijd werd voor het eerst gesproken over opheffing van de rechtbank. In een concurrentieslag met de arrondissementsrechtbank Deventer trok Zutphen aan het langste eind: Deventer sloot in 1877.

Toch is Zutphen als justitiestad sindsdien niet meer vanzelfsprekend. Langzaam verdampte de historische rol als juridische Gelderse hoofdstad (zie kader). Terwijl elders fabrieken steden lieten groeien, bleef Zutphen kleinschalig. In een stad vol bedachtzame, vaak adellijke juristen en bestuurders vond men industrialisatie niet passend. Ook was Zutphen onhandig gesitueerd op een dekzandrug met aan weerskanten nattigheid: ten westen de IJssel, ten oosten de Baakse Overlaat: tot zestig jaar geleden bij hoog water een noodrivier. Daar kon je niet bouwen.

De kleinschaligheid van Zutphen was de aanleiding voor Donner om in 1933 deze rechtbank met die van Winschoten en Tiel op te heffen, 'steden met minder dan 20.000 inwoners'. Hij zei: "Er zijn reeksen plaatsen te noemen, veel grooter, die reeds thans voor haar rechtbank op een andere plaats zijn aangewezen." Hij noemde Deventer. Jaren later zou zelfs het Veluwse dorp Apeldoorn Zutphen nog overvleugelen en zelfs even op haar rechtbank azen.

In Zutphen is voor zakelijke grootschaligheid weinig begrip. De eigenzinnige stadssfeer laat zich nog het beste omschrijven door het Engelstalige uitgangspunt small is beautiful. Een stad voor keiharde ondernemers is Zutphen niet, zegt Groothedde. De inwoners willen meepraten; ze willen cultuurhistorie. "Wat je wilt doen, moet je kunnen legitimeren", vertelt hij. Al in 1889 ging dat op voor de nieuwbouw van de rechtbank op een vrijgekomen vestingbolwerk. Toen de vestingwerken in 1874 hun wettelijke functie verloren, situeerde Zutphen fraaie panden en parken op de hare. Geen fabrieken.

In die zelfbewuste sfeer groeide de stad uit tot een magneet voor randstedelijke rustzoekers, cultuurminnaars, spirituele mensen en creatieve ondernemers. Prestigezucht van de adel werd verruild voor een dominante rol van linkse, vrijzinnige partijen. In Zutphen interesseert men zich voor elkaar, in zingeving en in cultuurhistorie. De samenleving staat centraal, zegt Gerritsen (62), die als burgemeester zijn derde ambtstermijn ingaat.

Gerritsen - geboren in Brummen aan de overkant - heeft een eindeloos repertoire om de stad te omschrijven, blijkt uit zijn laatste nieuwjaarstoespraak. Hij kent de stad na twaalf jaar goed: als justitiestad natuurlijk, maar ook als 'bron voor spiritualiteit'. Zutphen is na Zeist bolwerk van de antroposofie met drie vrije basisscholen en twee vrije middelbare scholen. Dat velen leven volgens de principes van stichter Rudolf Steiner zie je op straat aan de vele biologische supermarkten. "En je merkt het aan het culturele klimaat. Het geeft een speciale sfeer."

Toch heeft Gerritsen zorgen om Zutphen. Het wegvallen van het OM zal het sociaal-culturele stadsleven verschralen. Daarom onderhandelt de gemeente over compensatie en het behoud van justitiële werkgelegenheid. Zo wil de gemeente zich ervan verzekeren dat de SSR blijft. Binnenkort moet blijken wat de gesprekken opleveren. Met de rechters komt wel het goed. De Zutphense rechters blijven in de stad werkzaam, ook binnen de toekomstige Rechtbank Oost-Nederland (Zwolle, Arnhem, Zutphen, Almelo).

Een andere zorg is de dreigende tweedeling van Zutphen. Bevolkingskrimp mag op de loer liggen in de Achterhoek, Zutphen verwacht zelf stabiel te blijven. De toestroom van beter verdienende randstedelingen blijft. Tegelijk is er een groot aantal uitkeringsgerechtigden en volksbuurten. Zo rijk als de middeleeuwers Zutphen nog noemden, zo arm lijkt de stad met zijn vele uitkeringsgerechtigden nu. Op 50 miljoen euro vrije beleidsruimte bezuinigt de gemeente een kwart.

De bezuinigingen op rechtspraak en gemeentekas komen juist op het moment dat er schot zit in stadsprojecten. Onlangs zijn een nieuw ziekenhuis en regionaal opleidingencentrum geopend. De provinciale toegangwegen die nu nog dwars door dorpjes lopen, worden aangepakt. Zelfs het brisante politieke onderwerp 'de IJsselsprong' is net grotendeels opgelost.

Veel inwoners keerden zich tegen dit woningbouw- en rivierproject om aan de westoever van de IJssel extra waterberging te creëren en tegelijk drieduizend nieuwe huizen te bouwen. In de gemeenteraad werd Hans la Rose (Stadspartij Zutphen-Warnsveld) boegbeeld van het protest hiertegen. Nu hij wethouder is, is grootschalige woningbouw er van de baan - met dank ook aan de economische malaise.

La Rose (64) belichaamt de nieuwe Zutphenaar. Sinds 1999 woont hij er met zijn vrouw. "We wilden weg uit het steen en beton van de Randstad", vertelt hij. "We kwamen uit op Zutphen. Ik werkte in Groenlo, mijn vrouw in Velp." Ze dompelden zich meteen onder in het culturele stadsleven en introduceerden er het fenomeen stadsdichter. La Rose werd een klokkenluider van de Walburgiskerk en meldde zich bij de stadspartij 'voor invloed op je leefomgeving'.

In de levendige stadspolitiek ontpopte La Rose zich als bekendheid. Welbespraakt gaf hij de tegenstanders van de IJsselsprong een stem. Het leidde tot een verkiezingszege in 2010 en tot zijn verrassing tot het wethouderschap. Geen grootschalige bouw aan de westelijke oever, wel ruimte voor de rivier, luidt het nieuwe coalitiebeleid. De IJsselsprong is geen hot item meer, getuige de dozen met 14.500 handtekeningen op zijn werkkamer tegen bezuinigingen op de bibliotheek. Hoewel hij kop-van-jut is geworden, blijft hij verknocht aan Zutphen. "Hier gaan we niet weg."

Haar kleinschaligheid is waardevol voor Zutphen. Mede dankzij de vele justitiële instellingen kunnen restaurants, boetiekjes, culturele instellingen en ideële winkeltjes voortbestaan. Maar de tijd dat het Rijk zijn rijksdiensten bewust verspreidde over de provincies, de decentralisatie uit de jaren zeventig, lijkt vergeten. "Is centralisatie dan alleen maar goed", vraagt Gerritsen retorisch. "Kijk, als je instellingen concentreert vanwege efficiency, zorg je voor extra files in de grote steden. Maar merken ze verder iets van een extra instelling? Niets. In provinciesteden kan het juist helpen de gevolgen van de krimp te bestrijden."

Zutphen koestert geen megalomane economische verwachtingen van Justitie. De stad met haar 47.000 inwoners (inclusief Warnsveld) wil overzichtelijk blijven. Laat de twee partnersteden Apeldoorn en Deventer maar expanderen. "De kwaliteit van de leefomgeving staat voor ons voorop", zegt Gerritsen. Zutphen is bewust kleinschalig. Maar haar bedachtzame magistraten horen daarbij. Wikken en wegen hoort bij de stadsidentiteit, net zoals - al dan niet spiritueel - idealisme waaruit ideële winkeltjes en culturele clubs voortvloeien.

De erfenis van de Middeleeuwen, adellijke regenten, antroposofie en linkse politiek maakt dat in de stadspolitiek alternatieve standpunten goed kunnen doorbreken. Ook b. en w. moeten openstaan voor andere manieren van denken, zegt Gerritsen. Toch weergalmt de negentiende eeuw in zijn bijpassende voorbeeld over de toekomstige stadseconomie. "Niet meer denken: haal werkgelegenheid naar de stad, maar: mensen willen wonen op maximaal een half uur reizen van hun werk. Grootschalige bedrijfsvestiging aan de A1 bij Apeldoorn of Deventer vinden we dus prima."

Spoorstad Zutphen blijft 'weg van de snelweg'. Geen punt, vindt Groothedde. "Zutphen kent het Siena-effect", zegt hij. "Daar kom je alleen via kleine weggetjes. Velen vinden de stad het juweel van Italië en reizen erheen." Wel een probleem zou hij het vertrek van de magistraten vinden om hun waarde voor Zutphen. "Een historische trendbreuk. De justitiële traditie is veel ouder dan die van Den Haag met zijn Binnenhof."

Stokoud Zutphen

Zutphen was al eeuwenoud toen tussen 1191 en 1196 stadsrechten werden verleend door de graven van Gelre. De woonplaats ontstond al in de late Romeinse tijd (vierde eeuw) op een rivierduin aan de monding van de Berkel in de IJssel. De nederzetting moet welvarend zijn geweest: Vikingen vonden Zutphen tegen 900 de moeite van een inval waard.

Na het ontvangen van de stadsrechten groeide Zutphen uit tot moederstad, van waaruit veel Gelderse steden hun stadsrechten kregen. Nadien was Zutphen jarenlang bij toerbeurt met Arnhem, Roermond en Nijmegen hoofdstad van Gelre. De strategische ligging aan de IJssel maakte dat Zutphen zich als handelsstad aansloot bij het Hanzeverbond.

Na de Middeleeuwen vervulde Zutphen een provinciale rol. Tot einde achttiende eeuw was het de juridische hoofdstad die de lokale rechtspraak oversteeg. Jaarlijks vond het openbare Landgericht plaats met zittingen over complexe Gelderse kwesties.

Nadat Zutphen in de negentiende eeuw de Industriële Revolutie aan zich voorbij had laten glijden, verloor de stad zijn centrale functies, op de rechtspraak na. De komst van een antroposofische huisarts naar Zutphen zestig jaar geleden leidde tot de opbloei van een grote gemeenschap van antroposofen. Sinds een herindeling in 2005 met Warnsveld telt de gemeente Zutphen 47.000 inwoners. De bekendste trekpleisters zijn de monumentale binnenstad en de meubelboulevard Eijerkamp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden