Zonder kennis geen overdracht normen en waarden

De auteur is vakdidacticus en leraar maatschappijleer.

Toen de ministers Hirsch Ballin en Ritzen vorig jaar de discussie aanzwengelden viel de goegemeente over hen heen. De minister van justitie werd ervan verdacht dat hij op een goedkope manier nog iets aan criminaliteitspreventie wilde doen, de minister van onderwijs werd een moralistische CDA-houding verweten. De discussie raakte in het slop.

Lea Dasberg maakte weer eens duidelijk dat in het onderwijs onvermijdelijk impliciet waarden en normen worden overgedragen. Ik had tijdens haar rede de indruk dat velen in de zaal een zucht van verlichting slaakten, het probleem werd weer helder.

Ik kan mij voor een belangrijk gedeelte goed in haar betoog vinden. In mijn vele rollen, maar vooral die van openbaar-vervoergebruiker, stoor ik mij vaker aan een oppervlakkig-hedonistische mentaliteit van jongeren, die bijvoorbeeld vinden dat andere reizigers eerst netjes horen te vragen of ze mogen zitten en of die bagage, c.q. die schoenen van een andere zitplaats weggehaald mogen worden. Dit voorbeeld is er maar een, Hofland kan er talloze anderen noemen.

In mijn rol van leraar weet ik dat het nog wel meevalt, althans op mijn school. Die leerlingen van vijftien tot negentien die ik bijna dagelijks ontmoet, blijken - misschien wat dieper verborgen dan bij eerdere generaties - wel degeljk aanspreekbaar te zijn op in onze democratie verankerde waarden als 'solidariteit', 'altrusme', 'rechtvaardigheid', 'niet-discriminatie' en op wat plechtstatiger waarden en normen als 'beleefdheid' en 'eerbied'. Maar die moeten dan wel ter sprake worden gebracht in de klas. Er is na de zestiger jaren een te grote schroom gegroeid om dat te doen.

Vakken

Lea Dasberg bracht anderzijds ook een aantal punten naar voren waarover ik met haar van mening verschil. Ik zal hier enkele aan de orde stellen:

a. Geschiedenis en Nederlands zijn volgens haar bij uitstek de vakken die het voortouw kunnen nemen in de discussie over waarden en normen. Mogelijk kent mevrouw Dasberg niet, door haar verblijf in Israel, de ontwikkelingen die in het vak maatschappijleer op gang zijn gekomen. Dit vak heeft zich, althans op die scholen waar het gesaneerd is en waar goede (goed opgeleide en ernstige) leraren in dienst genomen werden, geprofileerd als de voorgeschoven post van de sociale wetenschappen. Als er in een vak in de maatschappij levende waarden en normen aan de orde worden gesteld, is het daar. Het is zelfs een van de bestaansgronden van het vak.

Maatschappijleer kan dat nog met meer effect doen, als het daarbij geflankeerd wordt door prominente vakken als Nederlands en geschiedenis: de programma's moeten zo goed mogelijk op elkaar worden afgestemd.

b. Dat brengt mij op het tweede punt. Lea Dasberg vindt de opdeling van het onderwijs in vakken overleefd. Deze stelling hoor ik vaker, ik vind haar gevaarlijk. Nu spreek ik als leraar en als vakdidacticus. Leerlingen zullen eerst vakkennis moeten opdoen, ze zullen de begrippenarchitectuur en de methoden van de verschillende vakken onder de knie moeten krijgen. Die zijn immers uit verschillende historische wetenschapsbronnen ontstaan en ze hebben hun eigen aanpak ontwikkeld.

De tendens om dat prijs te geven, zien we ook op universitaire lerarenopleidingen. Daar krijgen zo langzaamaan de technocraten de overhand. De vakdidactici worden door managers en onderwijskundigen zonder onderwijservaring aan de kant geschoven: er vond op grote schaal cultuurvernietiging plaats doordat de mensen met vakkennis in uren worden gekort en er minimale formatie resteert.

c. In de lijn van bovenstaand pleit mevrouw Dasberg voor projectonderwijs en voor discussie. Ook hier wil ik kanttekeningen bij zetten. Deze werkvormen zijn pas mogelijk nadat de leerlingen de nodige basiskennis hebben opgedaan. Projectonderwijs vereist vervolgens een totaal andere organisatie van het onderwijs. Discussie is alleen zinvol als goed opgeleide (!) leraren stap voor stap, op een niveau dat hun leerlingen aan kunnen, standpunten analyseren naar achterliggende waarden. Daarvoor moeten zij het probleem beheersen.

d. En dat sluit dan weer aan bij mijn laatste. Leerlingen moeten op school gemotiveerd worden om de publieke discussies in de maatschappij te volgen. Daar is een cognitieve basis voor nodig. Maar de leerlingen moeten niet overspoeld worden met een veelheid aan feitjes en weetjes. Via de school, in vakken als maatschappijleer, geschiedenis en economie, moet een intelligente kennisarchitectuur worden ontwikkeld waarmee de werkelijkheid snel en zorgvuldig geinterpreteerd kan worden. Dan zouden alle leerlingen verplicht moeten worden de krant te lezen (tv-informatie is voor beginnende begrijpers te snel en te vluchtig). Als dat begripsvermogen efficient wordt aangeleerd, blijft tijd over voor discussie en samenwerkingsprojecten. Pas dan is behandeling van waarden en normen in de school mogelijk.

Alleen onder die voorwaarden komen we uit bij het ideaal dat mevrouw Dasberg en zovelen in het onderwijs voor ogen hebben: een affectieve en cognitieve doorleving van onze geerfde waarden en normen waarbij we de leerlingen wapenen tegen de onmenselijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden