Zonder Jac.P. Thijsse zat het Dwingelderveld nu vol piepers.

Op de Benderse Heide zakt Rob van der Es even door de knieën en plukt voorzichtig een viervleklibel van een struikje. Enthousiast wijst hij op de vlekken waaraan het insect zijn naam dankt en vertelt bevlogen over andere bijzondere verschijnselen in het Dwingelderveld. Dan vlindert er een groentje om hem heen en raakt hij dáár weer verrukt over: dat eriserende groen is zo'n mooie kleur!

Nee, Rob van der Es is geen excentrieke Meester Prikkebeen, maar boswachter bij Natuurmonumenten. En het Dwingelderveld is al jaren het terrein waar hij werkt -en geniet. Hij heeft meer weg van de grote schoolmeester dr. Jac. P. Thijsse die door zijn gloedvolle vertellingen zo veel volksstammen voor de natuur wist te winnen. Net als hij heeft de boswachter bij elke vogel die opschiet uit de heide een verhaal, geeft hij zijn mening over ecologische hoofdstructuur en Habitat-richtlijn en voert hij zijn publiek mee in verwondering over de natuur.

De grote stille heide (met ook een uitgestrekte oppervlakte bos) bestaat tien jaar als Nationaal Park, maar heeft een geschiedenis van duizenden jaren. Zo'n kleine eeuw geleden was Thijsse de eerste echte natuurbeschermer die het voor het Dwingelderveld opnam. Hij constateerde dat heide en veen in Drenthe en andere provincies in rap tempo werden ontgonnen en plaatsmaakten voor fantasieloze landschappen. Thijsse prees de grote variatie van de heide tussen Dwingeloo en Ruinen. Hij kon zijn geluk niet op over dat oneffen terrein, met droge zandruggen en natte slenken, bijna ontelbare (wel zestig!) vennen en oude maar altijd nog zichtbare karresporen. En hij genoot van de vreemde namen die de geschiedenis voor allerlei plaatsen heeft bedacht -zoals het Gat van Tante Willemien, Moordenaarsveen en Spaarbankbos.

In 1929 heeft Thijsse een aantal dagen gewandeld op het Dwingelderveld en rondgekeken 'of het heidelandschap van drenthe ook om bloemenweelde en vogelleven en algemeen landschapsschoon de belangstelling zou kunnen wekken van het grote publiek'. In De Levende Natuur beschreef hij lyrisch wat hij zag. ''Natuurlijk was de hele omgeving rood en stralend van de zonnedauw, de rondbladige, de middelste, en ook de langbladige, de zeldzame, behoeft hier niet te ontbreken. In het water dreven grote vlokken veenmos, spichtige partijtjes vlotbies (Junctus supinus) en in een donker hoekje, zoals het behoort, stonden op ranke steeltjes de helder zwavelgele bloempjes van klein blaasjeskruid, mooi in evenwicht.'

Komende maanden zullen die woorden opnieuw weerklinken in het Dwingelderveld, want vanwege het 100-jarig jubileum van Natuurmonumenten worden vanuit het Bezoekerscentrum bij Ruinen Jac. P. Thijsse-wandelingen georganiseerd. In het spoor van de meester gaan de boswachters op zoek naar herkenbare plekjes, planten en dieren die Thijsse beschreef. Er wordt gesproken hoe hij nog ver vóór het woord 'netwerken' was uitgevonden, daar al een grootmeester in was, maar ook wat er van het Dwingelderveld geworden is en wat de toekomstverwachtingen zijn.

Misschien is er wel weer kleine zonnedauw te zien in het Achterlandse Veen, waar hier en daar kale afgeplagde stukken liggen. En Rob van der Es zal zijn publiek zeker meenemen over de oude karresporen die mensen in de oudheid hebben gemaakt toen ze probeerden de heide over te steken en er nog geen echte wegen waren zoals de Benderseweg. Daar waar de viervleklibel en het groentje rondfladderen en waar je normaal niet mag komen, zal hij nu zeker naartoe lopen. Op de zandverstuiving aan, die toch een paar jeneverbessen in leven houdt. Over de steilranden waarin, als je goed kijkt, al dat kleine kriebelgrut actief is. En de pingo, dat wonderlijke overblijfsel uit de ijstijd dat het hele jaar door water bevat en dus goud waard is voor het Dwingelderveld. Want elke druppel telt, zo blijkt uit de verhalen van de boswachter.

Dit nationale park, een van de zeventien die Nederland rijk is, trok bij de openstelling in 1992 1,2 miljoen bezoekers in een jaar, en dat aantal is alleen maar toegenomen. Zoals Thijsse het publiek warm kreeg voor de 'natuursport'. Zoals hij het noemde, zo trekt de Drentse heide nog altijd heel veel mensen. Boswachter Rob van der Es mag graag in het veld stil blijven staan. Geen verkeer te horen, de horizon is bijna ongeschonden, zegt hij met een gelukkige blik: alleen de rokende schoorsteen van de afvalverwerking in Wijster, de radiotelescoop van Hooghalen en de tv-toren van Smilde steken boven de bosrand uit.

Het is niet alleen feest op de jubileumwandeling. Het park verdroogt, het regenwater stroomt veel te snel het natuurgebied uit, door de neerslag van koolstof (uitlaatgassen, energiecentrales) vermest het gebied. En waar Thijsse nog veel kruipheide waarnam moet je nu zoeken. Maar picknicken in de Oase, zoals Thijsse op zijn lievelingsplekje deed, kan nog steeds -in de schaduw van het huisje waar Anne de Vries 'De man in de jachthut' schreef en waar nu een stagiaire tijdelijk onderdak heeft. Thijsse schreef: 'de oase hindert in het geheel niet in het landschap, integendeel. die kleine hoeven, met hun schaarse boomgroei, verduidelijken de grote ruimte'.

Soms vraagt Rob van der Es zich af hoe het Dwingelderveld er zou uitzien zonder dat Thijsse had aangedrongen om grote stukken natuur te kopen. ,,Dan stonden we nu in een aardappelveld, tussen de piepers.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden