Zonder het vrije woord is dialoog onmogelijk

’Vrijheid’ is veelomvattender dan het begrip godsdienstvrijheid. De ene vrijheid kan de andere natuurlijk nooit knechten.

In 1574, toen het Spaanse leger Leiden belegerde, liet het stadsbestuur noodgeld drukken met in het Latijn de tekst: ’Dit is voor de vrijheid’. Een aantal predikanten protesteerde. Het opschrift diende te zijn ’Dit is voor de godsdienst’. Vanaf de kansel werd een felle donderpreek gehouden tegen het stadsbestuur, waarop de ambtenaar Jan van Hout zijn pistool trok en aan burgemeester Pieter van der Werff de onvergetelijke vraag stelde: „Wil ik hem van de preekstoel lichten?” Gelukkig wist de burgemeester zijn boze ambtenaar van die onbezonnen actie te weerhouden.

De remonstrantse kroniekschrijver Gerard Brandt gaf als commentaar: „Alsof de vrijheid van de religie niet mede onder het woord vrijheid zou zijn begrepen, en alsof ook niet anderen, niet zijnde van de gereformeerde religie, zich trouw voor het vaderland hebben ingezet, uit haat voor de inquisitie en de Spaanse regering”. Het is goed ons dit voorval in gedachten te houden als wij spreken over de vrijheid van meningsuiting en de reikwijdte van de grondwettelijke vrijheid van godsdienst (art. 6 GW).

Het is ongerijmd dat de vrijheid van meningsuiting aan banden kan worden gelegd met een beroep op de vrijheid van godsdienst. Zoals Gerard Brandt ruim vierhonderd jaar geleden al constateerde, is het begrip ’vrijheid’ veelomvattender dan het beperkte begrip godsdienstvrijheid. De ene vrijheid kan natuurlijk nooit de andere knechten, dan is er geen sprake meer van vrijheid. Naar mijn mening wordt de botsing van grondrechten onnodig veroorzaakt door een te ruime interpretatie van het begrip godsdienstvrijheid. Het alledaagse taalgebruik draagt hieraan bij: godsdienstvrijheid is niet hetzelfde als vrijheid van godsdienst. In het eerste geval wordt de godsdienst zelf beschermd, in het tweede geval het recht van de burger. De historische betekenis is de burger toe te staan zijn geweten te volgen en de godsdienst van zijn keuze ’vrij te belijden’, zoals art. 6 GW zegt. Dat vrij belijden betekende niet dat hij zijn godsdienst aan anderen mocht opdringen, of zelfs maar in het openbaar mocht verkondigen. Zo moesten katholieken bijeenkomen in schuilkerken. De vrijheid van godsdienst is dus veel beperkter van aard dan de vrijheid van meningsuiting, die een burger het recht geeft godsdienstige en politieke gedachten niet alleen te hebben, maar ook te verkondigen.

Het is derhalve een gevaarlijk misverstand te denken dat het beperken van de vrijheid van meningsuiting het begrip en respect voor godsdiensten zou bevorderen. Alleen de vrijheid van meningsuiting schept ruimte in het publieke en wetenschappelijke debat. Zonder deze vrijheid moeten christenen, moslims en andere gelovigen zich weer terugtrekken in schuilkerken en schuilmoskeeën, omdat de mening van de een kwetsend zou kunnen zijn voor de ander. Een heilloze ontwikkeling. Zonder de vrijheid van meningsuiting is een dialoog met andersdenkenden niet mogelijk!

Nadenken over andere godsdiensten kan leiden tot kritiek, maar het is het onvervreemdbare grondrecht van de burger zich een eigen levensovertuiging te vormen. Dat individuele grondrecht moet worden beschermd, niet de godsdienst zelf of een politieke ideologie. Het christendom, de islam, het socialisme of liberalisme zijn niet boven kritiek verheven. Geestelijke stromingen kunnen botsen. Toch hoeft iemand die leeft in een democratische rechtstaat zich daar geen zorgen over te maken, want iedereen mag op zijn eigen manier zalig worden, zeg ik Frederik de Grote na.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden