Zonder geld kan sport rol niet goed vervullen

Op de sportpagina van Trouw van 9 november publiceert Johan Woldendorp onder de kop 'Sport bedelt wanhopig om erkenning' een artikel dat impliceert dat het maar slecht gesteld is met de sport en dat de bestuurders in de (christelijke) sportbeweging feitelijk met frustrerende arbeid bezig zijn. De auteur is directeur van de Nederlandse Christelijke Sport Unie.

JOHANNES VAN DER VEEN

Waar gaat het om als de georganiseerde sport onder leiding van het bestuur van NOC*NSF een poging doet om die erkenning te verkrijgen, die zij nog nodig vindt te moeten verkrijgen?

'Nog', want erkenning heeft de sport al lang bij de vier miljoen Nederlanders die wekelijks hun sport beoefenen onder leiding van een geweldig leger van 700 000 deskundige trainers, coaches, begeleiders, bestuurders enz. Erkenning heeft de sport zeker ook op lokaal niveau, getuige de grote bijdrage die de gemeenten jaarlijks leveren aan het accommodatiebeleid en vele soorten ondersteuningsbudget o.a. voor jeugdsport en kadervorming.

Maar de landelijke politici hebben met het budget voor sportzaken van 49 miljoen gulden per jaar op de begroting van WVC nog steeds weinig oog voor de enorme maatschappelijke uitstraling die sport heeft. Dat is niet klagerig maar feitelijk vastgesteld. Een beetje druk op de politiek is dan ook best te begrijpen om eens op een andere manier naar sport te kijken, door bijvoorbeeld een interdepartementale benadering van bepaalde taakgebieden na te streven.

Een voorbeeld: de minister van WVC wil graag samen met de georganiseerde sport de discussie over normen en waarden stimuleren. Eerder had haar collega van justitie, Hirsch Ballin, daartoe al opgeroepen. De sport had het thema al opgepakt. Is het dan niet meer dan logisch dat ook het ministerie van justitie een (financiele) bijdrage levert?

Minister D'Ancona van WVC schrijft in de memorie van toelichting op haar begroting 1994 over de sport (en andere grote vrijwilligersorganisaties) als stabiliserende factoren van onze maatschappij. Welnu, de vraag is dan of er een redelijke verhouding bestaat tussen het sportbudget van WVC en de mogelijkheid van de georganiseerde sport om ook echt als stabilisator te kunnen functioneren.

Het past in dit kader op te merken dat de minister van WVC binnen haar mogelijkheden het sportbudget redelijk uit de (bezuinigings-)wind weet te houden. Dat is prima, maar het is niet voldoende om de georganiseerde sport in staat te stellen optimaal alle bestaande en nieuwe taken op te pakken. Daar is meer voor nodig. En dat kan als de sport meer financiele armslag krijgt door o.a. de Instant-loterij te mogen invoeren.

Gokverslaving

De NCSU (Nederlandse Christelijke Sport Unie) is niet 'om' als het gaat om gokverslaving. Het bestuur van de NCSU was en is tegen gokverslaving. Johan Woldendorp zou kunnen weten dat de aansluiting van de NCSU in 1976 bij de toenmalige NSF niet opgehangen is geweest aan lotto/toto.

Het belangrijkste argument was dat het toenmalige bestuur van de NCSU het van grote betekenis vond dat de gehele bestuurlijke achterban van de NCSU bereid zou zijn de stap mee te willen maken om de 'gedoogpositie' binnen de NSF op te heffen en als volwaardige partner mee te functioneren in de Nederlandse sportsamenleving. Uiteraard mede met het doel de eigen statutaire taken beter tot zijn recht te kunnen laten komen. En waar kan dat beter, dan in het orgaan waar de sport zich in totaliteit heeft gebundeld: NOC*NSF?

Gelijktijdig met de NCSU trad toen ook de grootste landelijke christelijke sport-technische organisatie, het Koninklijk Nederlands Christelijk Gymnastiek Verbond, toe tot de NSF.

Het aanvaarden van gelden van de toto van op zondag gespeelde wedstrijden in het beroepsvoetbal heeft op deze besluitvorming geen rol gehad. Het bestuur van de NCSU was namelijk eerder, en wel door de aanvaarding van de motie-Kaulingfreks e.a. in de Tweede Kamer in 1973, betrokken bij de verdeling van de opbrengst van het toto-kansspel en daar voor een deel als organisatie ook op aangewezen. De NCSU ontving dus reeds middelen uit dit verdeelcentrum.

Het getuigt van realisme om in een veranderende samenleving de geest en de mogelijkheden van de tijd goed te verstaan. Daar past bij dat de Nederlandse Katholieke Sportfederatie (NKS) en de NCSU tenderen naar meer samenwerking. Daar is geen einddoel op voorhand voor geformuleerd. Het gaat hierbij om meer dan efficiency-motieven alleen; een katholieke en een protestants-christelijke sportbeweging hebben dezelfde bron waaruit zij inspiratie putten voor hun visie op mens en maatschappij.

Onderzoek

Het behoeft geen betoog dat verslaving, waaraan dan ook, niet past in die mens- en maatschappijvisie. Daarom is het onze opdracht serieus na te gaan of en in hoeverre er gevaar bestaat op verslaving ten gevolge van kansspelen, ook als die zgn. goede doelen dienen.

Een onderzoek in omringende landen was eerder al reden om aan te nemen, dat er van verslaving geen sprake zou zijn respectievelijk een aanvaardbaar risico genomen zou worden als besloten werd de instant-loterij in te voeren. In het kader van preventie en voorlichting is naar mijn mening zeer wel denkbaar dat een deel van de opbrengsten ook wordt aangewend om goede voorlichting te geven over het spelletje zelf en de kansen op mogelijke negatieve gevolgen ervan.

In het recente onderzoek van de Katholieke Universiteit Brabant is nu daadwerkelijk onderzoek gedaan onder liefst 7840 geinterviewden. De uitkomsten daarvan zijn beschreven in het rapport 'Kansspelen en verslaving in Nederland'. Deze lijken mij zo duidelijk dat er voor het CDA en andere partijen in de Eerste Kamer geen inhoudelijke motieven meer zijn om zich tegen de invoering van de Instant-loterij te keren. Of het zouden nog motieven van geheel andere aard moeten zijn. Welke dat kunnen zijn? De finale bespreking van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer zal het leren.

De moraal van het verhaal is dus dat goede sport meer kansen moet hebben. En dat na te streven is gelukkig niet frustrerend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden