’Zonder extra geld loopt vernieuwing mbo gevaar’

De vernieuwing van het middelbaar beroepsonderwijs loopt vast als er niet meer overheidsgeld in gestoken wordt. Voorzitter Margo Vliegenthart van de MBO Raad vraagt een half miljard.

Het middelbaar beroepsonderwijs is al een paar jaar bezig met een vernieuwingsslag. Al het onderwijs moet ’competentiegericht’ worden. Dat betekent dat mbo-scholieren kennis en vaardigheden bijgebracht krijgen die rechtstreeks afgeleid zijn van wat de beroepspraktijk vraagt.

Die vernieuwing loopt niet soepel. Staatssecretaris Van Bijsterveldt (onderwijs) besloot daarom vorige maand om het mbo twee jaar extra te geven, tot 2010, om de vernieuwing gestalte te geven. Verstandig, zegt voorzitter Margo Vliegenthart van de MBO Raad, maar er moet meer gebeuren.

Vliegenthart vindt competentiegericht onderwijs nog steeds een noodzaak. „Het oude mbo kende per opleiding dikke boekwerken met wat er precies geleerd moest worden. Onderwijs kon niet anders dan volgens het boekje gegeven worden. Dat was veel te rigide. Inspelen op de veranderde arbeidsmarkt of behoeften van leerlingen kon bijna niet.”

Want de arbeidsmarkt ís veranderd, zegt Vliegenthart. Die vraagt niet langer werknemers die uitsluitend over vaardigheden beschikken die horen bij een nauw omschreven vak. „Bedrijven hebben behoefte aan mensen die niet alleen de spreekwoordelijke hamer kunnen vasthouden, maar ook zelfstandig zijn, creatief, klantgericht.”

Daarnaast heeft het mbo meer dan vroeger te maken met scholieren die van elkaar verschillen. De ene scholier leert sneller dan de ander en er zijn er ook die graag wat andere vakken volgen. Maar standaardopleidingen met standaardroosters bieden daar geen ruimte voor. Vliegenthart: „Ook daarvoor is competentiegericht onderwijs bedoeld: scholieren maatwerk leveren.”

Maar zo’n individuele benadering vergt veel begeleiding en is lastig te organiseren. „Dat hebben we onderschat”, erkent Vliegenthart. Een stortvloed aan klachten van scholieren is het gevolg: ze worden aan hun lot overgelaten, krijgen nauwelijks docenten te zien en de roosters zijn een puinhoop. „Uit onderzoek blijkt dat de meeste scholieren voor geen goud terug willen naar het oude onderwijs. Maar dit mag natuurlijk niet voortduren.”

Ook docenten stuiten op de weerbarstige praktijk van de onderwijsvernieuwing. Er gaat zo veel mis en dat roept zo veel weerstand op dat die hele vernieuwing dreigt te stranden, waarschuwde onderzoeksbureau Berenschot onlangs. Bij veel docenten die ooit enthousiast met competentiegericht onderwijs zijn begonnen, heeft inmiddels een ’het-waait-wel-over-gevoel’ post gevat.

Vliegenthart onderkent dat gevaar. Daarom doet zij nu een beroep op staatssecretaris Van Bijsterveldt. „Het ministerie van onderwijs heeft het aan ons overgelaten om het competentiegericht onderwijs te ontwikkelen. Prima. Maar nu komt het aan op de invoering en daar hebben we steun bij nodig.”

Die steun moet vooral bestaan uit extra geld, met name voor bijscholing en ondersteuning van docenten. „Docenten kunnen niet langer jaar in, jaar uit dezelfde lessen afdraaien. Ze moeten samen met het bedrijfsleven onderwijs ontwikkelen en inspelen op individuele leerlingen. Dat doet een enorm beroep op hun professionaliteit, ze krijgen echt hun vak terug. Maar docenten moeten daartoe wel in staat gesteld worden.”

Het mbo maakt hiervoor zelf geld vrij. Daar bovenop is vier jaar lang 125 miljoen euro extra nodig, zegt Vliegenthart. „Krijgen we geen steun, dan gebeurt er waarvoor Berenschot waarschuwde. Dan verdwijnt het enthousiasme voor competentiegericht onderwijs en dreigt de invoering ervan te mislukken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden