Zonder duurzame veranderingen zal deze crisis voortduren

De Dutch Green Building Council groeit als kool. Toch hoopt directeur Stefan van Uffelen dat de stichting zichzelf opheft. 'Dan is onze missie - een duurzame bebouwde omgeving - volbracht.'

Vandaag, op de Dag van de Duurzaamheid, spreekt Stefan van Uffelen, directeur van de Dutch Green Building Council, op een congres in Zwolle over energie in bestaande gebouwen. Zijn boodschap daar is simpel: "Een lamp en een printer die uit staan, zijn het zuinigst. Vijftig procent van de energiebesparing is te halen uit ander gedrag."

Nederland verduurzamen is zijn passie, maar Van Uffelen (38) durft zichzelf niet echt 'groen' te noemen. "Mijn oma van 85 is veel groener dan ik. Ze doet alles op de fiets, heeft een eigen groentetuin en is nog nooit op vakantie geweest naar het buitenland. Dat doe ik haar niet na. Ik heb al heel wat CO2 verbruikt in mijn leven."

Van Uffelen dankt zijn notering in de Duurzame 100 van Trouw (nieuw op plaats 43) aan zijn voortrekkerswerk in de bouwwereld, maar privé is hij, ondanks zijn zelfkritiek, ook aardig bezig. Zijn vorige huis heeft hij energieneutraal gemaakt en met zijn nieuwe huis, dat nu nog een energie B-label heeft, gaat hij hetzelfde doen. "Ook bouw ik een kas tegen mijn huis aan, die kan dienen als wintertuin voor de planten en als groentetuin. Bovendien geeft die kas extra isolatie, omdat hij tegen de gevel wordt aangebouwd."

Als hij niet in de trein zit, rijdt hij een Smart diesel, 'superzuinig' maar wel op fossiele brandstof. "Ik wil heel graag elektrisch rijden, maar pas als ik de elektriciteit zelf kan opwekken. Want met stroom uit kolengestookte centrales rijd je nóg niet duurzaam. Maar om zelf je auto te kunnen opladen, heb je wel veertig vierkante meter aan zonnepanelen nodig."

Na zijn studie bedrijfskunde aan de Universiteit Twente werkte Van Uffelen als kennismanager, tot 1999 bij de KLM, daarna als directeur van adviesbureau Resense. Zijn voorliefde voor duurzaamheid dook bij Resense op in het ontwikkelen van een 'spel van winst en waarde'. "Met dat spel maakten onder meer de Rabobank en snoepfabrikant Van Melle hun personeel bekend met het thema duurzaamheid."

Kennismanagement is een mooi vak, vindt hij. "Je haalt meer uit mensen, stimuleert het delen van kennis en haalt verborgen talenten in een bedrijf naar boven. Maar na verloop van tijd merkte ik dat mijn hart toch meer bij duurzaamheid lag. Ik verkocht mijn aandeel in het adviesbureau in 2007, om terug te kunnen keren naar mijn passie."

Juist toen Van Uffelen zijn handen vrij had, ontstond er een initiatief in de bouwwereld. SBR (kenniscentrum voor de bouw), ABN Amro, aannemersbedrijf Dura Vermeer, architectencollectief Inbo en Redevco, de vastgoedclub van de familie Brenninkmeijer (C&A), wilden een onafhankelijke stichting oprichten die duurzaamheid meetbaar gaat maken en verduurzaming van bouwprojecten stimuleert. "Die vijf zochten een 'werkpaard'. Ik wilde graag en twee weken later, in maart 2008, zat ik achter mijn bureau, hier in het Groothandelsgebouw in Rotterdam. Ik kon nog net een week op vakantie, naar Euro Disney met de kinderen."

Behalve directeur en stuwende kracht van de Dutch Green Building Council (DGBC) is Van Uffelen mede-eigenaar van Cooll, een spin-off bedrijfje van de Universiteit Twente waarvoor hij één dag per week aan het werk is. "Een vriend van mij heeft aan de UT een nieuw koelprincipe ontwikkeld voor koeling van hoogwaardige elektronica in satellieten. Dat basisprincipe zijn we nu aan het doorontwikkelen voor duurzame, door zonnecollectoren aangedreven airco's en, samen met cv-ketelproducent Remeha, voor duurzamere cv-ketels.

Als het allemaal gaat lukken, zou dat laatste een enorme stap kunnen betekenen op weg naar energiebesparing. Onze ketel moet een rendement gaan halen van 160 procent; dat betekent een besparing van 40 procent op je gasrekening. Maar de ontwikkeling ervan gaat nog vier, vijf jaar duren en zeker tien miljoen euro kosten."

Volgens Van Uffelen is de financieel-economische crisis waarin we zitten het ideale moment voor een overgang naar anders werken, produceren en consumeren. Hij is het eens met oud-Rabobank-topman en duurzaamheidsgoeroe Herman Wijffels, dat werken aan een duurzamer samenleving zelfs de enige manier is om uit de crisis te komen. In de bouwwereld is de markt er volgens hem klaar voor.

"Milieu- en sociale factoren en de commercie komen nu bij elkaar. Dat is een teken dat de transitie is begonnen. Dat de commercie meedoet, is nodig voor een maatschappelijke verandering: duurzaamheid moet ook handel worden." Nú moet de versnelling worden ingezet, meent hij. "Als de crisis voorbij is, moet duurzaamheid volledig zijn geïntegreerd in de bouw. Misschien is het zelfs wel zo, dat de crisis niet overgaat als we geen duurzame verbeteringen doorvoeren. Dan dreigt er een energie- en materialencrisis en zitten we, nog buiten de gevolgen voor het milieu om, met een enorm politiek en macro-economisch probleem."

Maar zover is het niet en de directeur is een optimistisch jongmens, die zijn DGBC met de dag ziet groeien. "Steeds meer bedrijven en organisaties doen mee. Begin november waren er al 367 organisaties bij ons aangesloten, waaronder grote marktpartijen en - vooral lokale - overheden. Zo'n breed draagvlak is best uniek: baksteenproducenten, tapijtfabrikanten, aannemers, architecten, beleggers, pensioenverzekeraars en eindgebruikers, zoals Heineken, TNT, ABN Amro en Holland Casino zitten met elkaar om tafel."

Al die deelnemers willen aan de slag met duurzaamheid of met de Breeam-kwaliteit die de DGBC ontwikkelt. Breeam is een uit Engeland afkomstige beoordelingsmethode om de duurzaamheidsprestatie van gebouwen en gebieden te bepalen. Het is het belangrijkste en meest gebruikte duurzaamheidskeurmerk voor gebouwen ter wereld. Breeam-NL is de Nederlandse versie ervan.

Breaam stelt een standaard voor een duurzaam gebouw en geeft vervolgens aan welk prestatieniveau het onderzochte gebouw heeft. De bedoeling is de gebouwen te analyseren en te verbeteren. Breaam-NL kent drie keurmerken: voor nieuwbouw, bestaande bouw en voor gebiedsontwikkeling. De Nederlandse versies zijn ontwikkeld in onderling overleg tussen de deelnemers. "We hebben de labels met elkaar, op wikipagina's, geschreven. Ook hebben we al meer dan duizend mensen uit de organisatie - adviseurs, bankiers, makelaars, taxateurs, projectmanagers - opgeleid tot expert in het meetsysteem.

Duurzaamheid op gang brengen doe je volgens Van Uffelen door het verhandelbaar en meetbaar te maken. In Nederland is tot nu toe vooral de zakenmarkt met de keurmerken aan de slag gegaan, zegt hij. "Het gaat nog voornamelijk om commercieel vastgoed, zoals kantoren, winkels, bedrijfspanden, datacentra, scholen en ziekenhuizen. Op de woningmarkt willen we volgend jaar onze focus richten. De roep vanuit de consument klinkt nog niet erg luid, maar dat moet veranderen. Duurzaamheid moet een lifestyle worden. Daar gaan we ook heen. Winkels bereiden zich al voor, niet alleen met de producten die ze verkopen maar ook met hun inrichting."

Meer dan vijftig procent van de nieuwbouw van commercieel vastgoed is bezig een Breeam-label te halen, zegt Van Uffelen. "Die ontwikkeling gaat zo snel dat we dat een transformatie kunnen noemen. De markt vindt zelf al dat je eigenlijk alleen nog maar duurzaam kunt bouwen. Doe je dat niet, dan dreigen er drie dingen: je krijgt geen lening, geen koper of huurder en de waarde van je gebouw wordt laag getaxeerd. Daar zitten we al heel dichtbij."

Niet alleen de Breeam-meetmethode is internationaal; ook de Green Building Council is een wereldwijd initiatief. In Europa zijn er dertig van die councils, waarvan die in Nederland het snelst groeit. "Ik heb nog nooit zó veel zó gemakkelijk kunnen bereiken," zegt Van Uffelen. Toch hoopt hij dat de DGBC over een jaar of vijf kan worden opgeheven. "Dat zou betekenen dat onze missie, een duurzame bebouwde omgeving, is volbracht. Dat zou een droom zijn!"

Hoe meet je een 'duurzaam' gebouw?
Bij het 'meten' van de duurzaamheid van een bestaand of nieuw gebouw wordt in de methode Breeam op negen categorieën gelet, ingedeeld in 'credits' die worden gewogen en tot een eindscore leiden van 1 tot 5 sterren:

Management: het bouwproces, afvalscheiding op de bouwplaats, veiligheid, milieu-impact

Gezondheid en comfort: licht, lucht, uitzicht, geluid, verwarming

Energie: CO2-uitstoot, energiezuinige verlichting, roltrappen, liften)

Transport: aanbod openbaar vervoer, fietsenstalling, toelevering

Water: waterverbruik en overstromingsrisico

Materialen: hergebruik van gebouwgevel en -structuur, onderbouwde herkomst van materialen

Afval: afvalmanagement op de bouwplaats, opslag voor herbruikbaar afval

Landgebruik en ecologie: planten en dieren als medegebruiker van het plangebied

Vervuiling: voorkoming van lekkages van airco's, geluidsoverlast.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden