'Zonder dievenwerende tralies is het hier veiliger'

Zeventien doden bij grote brand in illegale kledingfabriek in arme, overvolle wijk van Peking

Het kamertje van kleermaker Zhang Hu is opgetrokken uit gipsblokken. In geval van brand storten zijn muren - en die van de verdiepingen boven hem - zo in.

Nu draagt het gebrek aan dievenwerende tralies voor het raam weer bij aan de overlevingskansen, constateert de dertiger onverschillig. "De hemel beslist of we leven of sterven."

En die hemel besloot dat zeventien arbeiders stierven, zondagnacht in een pand op vijf minuten lopen in dezelfde straat waar Zhang woont, Nanxiaojie. Peking zag toen de dodelijkste brand in negen jaar: een illegale kledingfabriek met een naastgelegen woonkazerne ging in vlammen op.

Nanxiaojie en omgeving liggen op de tekentafel. Er moet een hoogwaardig industriepark komen. Dus bouwen de huiseigenaren als gekken verdiepingen en uitbouwtjes op hun woningen, zodat ze straks een zo hoog mogelijke sloopvergoeding vangen.

Tot de sloop strijken ze twintig euro per maand per huurkamer van twee bij drie meter op. Nog nooit was geld verdienen zo simpel: zet zoveel mogelijk verdiepingen van zo goedkoop mogelijk bouwmateriaal op het dak, en verdeel die in zoveel mogelijk hokjes.

Verhuur die 'eenkamerwoningen' vervolgens en laat de hele verdere rest - elektrisch koken of op gas? Nooduitgangen? Brandblussers? - aan de straatarme huurders van de hokjes over.

Het resultaat: Zhang deelt een gang met zeventien families. Het ruikt naar armenkost, kool, en de witte tegels zijn brandschoon. Voor elke deur staan schoenen, netjes opgelijnd in een rek. Dat scheelt zweetvoetengeur in de benauwde kamers.

Geen brandblusser, geen nooduitgang. 's Nachts gaan de deuren naar het trappenhuis op slot - slechte buurten wemelen van de inbrekers.

Deze illegale bebouwing maakt de straatjes zo nauw dat ze ontoegankelijk zijn voor brandweerauto's. Zondagnacht reikten de slangen van de brandweermannen niet ver genoeg.

Nog eens twintig mensen raakten zwaargewond, want ze zaten in de val. Hun ramen waren afgegrendeld met dievenwerend hekwerk, ze konden niet weg, nooduitgangen ontbraken.

Zo'n rampscenario stond Daxing, het district aan de rand van Zuid-Peking dat worstelt om uit de armoede te komen, al jaren te wachten. Daxing is de afgelopen tien jaar sterk verstedelijkt. Niet alle akkers zijn getransformeerd tot frisse nieuwbouwwijken; veel dorpen zijn verworden tot rommelige industriële klonteringen.

De fabrieken zijn magneten voor de allergoedkoopste werkkrachten: migrantenwerkers uit heel China, en niemand weet hoeveel het er zijn. Zhang zegt dat alleen uit zijn geboorteprovincie Hubei al zo'n 2000 arbeiders in Nanxiaojie werken.

Vorig jaar zomer begonnen Daxing en andere rafelranden rond Peking met het ommuren van deze overbevolkte, menselijke chaos. De toegangspoorten tussen de muren gaan 's nachts op slot, en openen slechts voor pasjeshouders.

De officiele reden was de arbeidsmigranten tegen de steeds grover wordende criminaliteit te beschermen. Bijkomend voordeel: bevolkingsregistratie - nodig voor een pasje - zou enig zicht geven op de bevolkingsaanwas.

Tegen de gevaren binnen de muren, zoals ondeugdelijke bedrading, veel te veel stekkers van kookplaatjes in een overvloed van stekkerblokken, textiel in een opslag zonder brandwerende maatregelen, haalt die maatregel echter helemaal niets uit.

De textielindustrie van Nanxiaojie drijft op anonieme leveranciers van merknamen, die op winstmarges jagen door stikwerk uit te besteden aan 'zwarte' ateliers waar niemand vragen stelt.

Zhang: "Het werkt simpel: zoveel jassen je stikt, zoveel geld je krijgt. Nu zijn er overal inspecties, dus de bazen hebben de benen genomen." Zodra de inspecties voorbij zijn, gaan de werkplaatsen weer open, weet hij.

Ondergronds Peking
Peking heeft 5500 schuilkelders, die vanaf het einde van de jaren negentig werden verhuurd aan huisjesmelkers. Elk flatcomplex heeft wel een dixiashe. De goedkoopste optie is huur per bed: een brits in een kamer met zes bedden op elkaar gepropt 'doet' een euro per dag.

Gezinnen die een kamer huren, weten er met een paar verlengsnoeren en afscheidingen van zeil verrassend knusse behuizingen op microformaat van te maken, inclusief een geïmproviseerde keuken met gammele elektrische kookplaat.

Fietskoeriers, kantoorklerken of serveersters: de Pekingse dixiashe huisvesten circa een miljoen mensen, die de gemiddelde huur van 430 euro voor een nog kleinere kamer bovengronds niet kunnen opbrengen.

Zo diep onder het maaiveld is de lucht vochtig en oudbakken bij gebrek aan ventilatie. Tussen de gangen zijn deuren die hermetisch in het slot vallen, want dat past bij het oorspronkelijke doel van de schuilkelders - onderdak bieden tijdens een luchtaanval. De gemeente overweegt de dixiashe nu wegens brandgevaar te sluiten.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden