'Zonder de oorzaak te kennen, kunnen we het boek nog niet dichtslaan'

Een zonnige kerstreis, die eindigde in een ramp. Op die vroege maandagochtend van de 21ste december, dinsdag een jaar geleden, werd in hevig noodweer de DC-10 Anthony Ruys van Martinair als een veertje tegen de landingsbaan geslagen. Er vielen 56 doden en 85 gewonden. Een jaar na dato beleven nabestaanden en overlevenden de hel van Faro nog bijna dagelijks. Fysiek en psychisch. Faro is nog lang niet verwerkt.

DICK RINGLEVER

“Je vertrouwen in de goede afloop is beschadigd”, zegt hij. “Dingen die vroeger heel normaal waren, zijn dat niet meer. Vroeger wist je dat er aan een tunnel een eind kwam, maar daar vertrouw je niet meer op. Nuchter denken kan niet meer. 't Is net alsof er van binnen voortdurend iemand staat te brullen dat het niet goed met je is.”

Een jaar na de ramp is de 52-jarige rubbertechnicus Joop Janbroers uit Nieuwe Tonge wel zo goed als hersteld van zijn afgescheurde spieren in arm en been en een gat in hand en voet. Maar psychisch voelt hij zich nog een wrak. “Ik was vroeger nogal zuinig met tranen, maar als ik nu voor de tv een ontroerende scene zie, is het al mis met me. En je mag best weten dat ik straks met knikkende knieen naar de herdenking ga.”

Ze waren met hun negenen. Het had een feestreisje voor de hele familie moeten worden, aangeboden door 'opa' Van der Sluijs, Joops schoonvader, omdat hij 65 was geworden. Behalve Joop, zijn vrouw Tanny, zoon Mark, 'opa en oma', stapten op die vroege ochtend ook Tanny's zusje Geja, haar man Anton en de kleintjes Rik en Maike in de DC 10. Met z'n allen vulden ze de rijen 17 en 18.

“Meteen bij het binnenkomen had ik al iets van: dit is een afgeragde kist. Ik heb veel gevlogen, over de hele wereld, in grote en kleine kisten, en kan dus vergelijken. En toen in de lucht dat vreemde geluid. We zaten precies tussen de twee motoren in en konden het verschil dus goed horen. Die linker zat tegen een vastlopertje aan.”

Toen, na die klap, het lawaai en het gegil, het toestel tot stilstand kwam, hingen ze ondersteboven in de riemen, vlak voor een gapend gat. Aan de rechterzijkant van rij 18 was iedereen dood. “Hoe we eruit zijn gekomen, weet ik niet meer. Het leek een eeuw te duren. Buiten vielen we elkaar in de armen. Daarna pas merkten we dat opa en oma ontbraken.”

Zijn vrouw Tanny probeerde hem nog tegen te houden, maar Joop moest terug, klom weer in het vliegtuig. “Die moeten er ook uit, wist ik. De pijn voelde ik niet. Ik heb dat ooit geleerd bij de opleiding EHIO (eerste hulp in oorlogstijd): eerst werken, dan pas de pijn en de emoties. Dat gaat er nooit meer uit. Ook: koel en afstandelijk blijven, slachtoffers selecteren. Die met de meeste kans het eerst. Toen ik in de cabine was, zaten ze allebei nog in de riemen. Opa bewoog nog, oma leek dood. Het vliegtuig brandde toen nog niet. Je hoorde alleen hier en daar wat gesis. Overal lagen verminkte lichamen. Dood. Ik heb opa eruit gehaald, door het gat gesleept. Centimeter voor centimeter, want hij was in shock en kon niets meer. Overal lag water. Ik dacht nog: dat water heeft onze val gebroken. Zulke droge notities maak je dan. Op dat moment zag ik dat oma een arm bewoog en ben weer teruggegaan. Oma was zwaar gewond, maar ik kreeg haar eruit. Ik had haar een meter of tien van het toestel gekregen, toen die enorme klap kwam. Erg vreemd, maar je hoorde hem aankomen, aanzuigen. Ik heb dat nooit in die oorlogsfilms geloofd, dat mensen meters door de lucht worden weggeslingerd bij een een explosie. Maar het kan echt. Als een pluisje ging ik de lucht in en klapte meters verder in het moeras.”

Oma werd naar een ziekenhuis in Lissabon gebracht, omdat ze er het ernstigst aan toe leek. Joop kwam in het lokale ziekenhuis terecht, om de wonden te laten hechten. “Eerst wilden ze dat zonder verdoving doen. Aan een Engels sprekende verpleegster kon ik uitleggen dat ik dat niet wilde, zodat ik toch nog een injectie kreeg. Tanny die ernstige nekklachten had moest helemaal in het verband. Om vier uur 's middags was ik in hotel Faro. Nog steeds in die vreemde, afstandelijke, stemming. Ik zakte pas in elkaar om half tien 's avonds. Maar dat was toen ook volledig. Het gebeurde op het moment dat er op de deur werd geklopt en een Nederlands sprekende vrouw binnenkwam. Wat u nodig hebt, is een heerlijk kopje Hollandse koffie, zei ze. Toen had ik het niet meer. Later bleek de vrouw daar te wonen, zoals meer Nederlanders. Die mensen hebben fantastisch werk gedaan. Voor kleren gezorgd, als tolk opgetreden, kortom ons opgevangen. Fantastisch, niet met een pen te beschrijven!” De volgende dag zijn ze met z'n zevenen naar huis gevlogen, opa en oma de dag erop, stijf in het verband.

Joop en Tanny zeggen emotioneel heel andere mensen te zijn geworden. “Om het minste geringste huilen. Je leeft van de dag in de dag. Sparen doen we niet meer, want je denkt: morgen kan het over zijn. De andere slachtoffers hebben vaak precies hetzelfde. Er zijn erbij die zo veranderd zijn, dat ze elkaar niet meer herkennen en om die reden zijn gescheiden.”

Al een jaar zitten Joop en Tanny thuis. “In het begin werden we enorm door het dorp opgevangen. Iedereen kwam langs, was attent. Maar dat houdt natuurlijk op; je kunt je verhaal niet eindeloos blijven vertellen. Dan val je terug op jezelf.”

Vorige maand heeft Joop het voor het eerst geprobeerd. “Ik dacht: beginnen met een halve dag werken in de week, dan twee halve dagen. In januari zou ik dan misschien weer full-time aan de slag kunnen. Dacht ik. Maar na drieeneenhalve dag was het al mis. Ik kon me niet meer concentreren. Hoe het verder moet, weet ik niet. Bij de Riagg kunnen ze me ook niet verder helpen. En van Martinair horen we ook weinig. Van die hand van Schroder op de schouder hebben we weinig gemerkt. Soms raak je razend in paniek. Met opa gaat het ook niet goed. Als 55 zag hij eruit toen we weggingen, nu lijkt hij 75. Hij ging gebukt onder een schuldcomplex. Ik heb jullie een reis naar de dood aangeboden, zegt hij steeds. Dat valt hem haast niet uit het hoofd te praten.”

Het verwerkingsproces moet eigenlijk nog beginnen, denkt Joop. “Maar dat kan pas als ik weet waarom dat vliegtuig verongelukt is. Je moet het zien als een boek over wat ons is overkomen. Pas als je de ontknoping kent, sla je het dicht. Daarom was het zo'n enorme klap toen we hoorden dat het nog wel tot zomer volgend jaar zal duren voordat het rapport klaar is. We hadden altijd gehoopt dat het er al in september zou zijn. Dat is ons grote probleem: we kunnen het boek nog niet dichtslaan, we missen het afgeronde beeld.” Joop staat er daarom op dat hij het rapport mag inzien. “Onze advocaat heeft ons dat toegezegd, maar je weet maar nooit. Maar ik moet het weten, al duurt het tien jaar.”

Vandaag komen ze in Soesterberg bij elkaar, een reunie, waar niemand van buiten bij mag. “Alleen de slachtoffers en de nabestaanden en de relaties zonder wie de mensen niet kunnen bestaan. We willen het onder ons houden om emoties kwijt te kunnen en elkaar te ondersteunen. Daar moet je geen buitenstaanders bij hebben. Dinsdag de 21ste is er de officiele herdenking in de St. Jans Basiliek in Laren. Daar mag tussen 12 en 5 uur iedereen komen. Er zullen 56 kaarsen branden. Dat is alles; gesproken wordt er niet. Wie wat te zeggen heeft, doet dat maar in het cafe.”

Het heeft Joop nog moeite gekost die bijeenkomst voor de Anthony Ruysstichting te organiseren, omdat er geen geld was. “Martinair wilde niet bijdragen, omdat die andere ideeen voor een herdenking had. Uiteindelijk hebben touroperators toen betaald. Maar pas toen dat hardnekkig misverstand uit de wereld was geholpen. Een van de eerste reacties van een reisorganisator was: Je hebt toch net een kwart miljoen van ome Martin gehad? Onzin natuurlijk, we hebben nog geen cent gezien. Maar het wordt wel gedacht. Ik ben blij dat we ons huis in Nieuwe Tonge nog voor Faro hebben gekocht, anders hadden ze ons misschien nog voor miljonairs aangezien.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden