Zonder buitenlanders blijft het werk liggen

De vergrijzing plaatst Nederlanders voor de keus: op tijd met pensioen of onder bepaalde voorwaarden arbeidsmigranten toelaten. Om fouten uit het verleden te voorkomen, moet er nu over nagedacht worden.

VVD-lijsttrekker Zalm heeft gezegd dat Nederland 'vol' is, maar ook dat echte politieke vluchtelingen welkom blijven, waarbij hij in het midden liet hoe hij het onderscheid wil bepalen tussen politieke en economische vluchtelingen. Al eerder had Zalm zich tegen arbeidsmigratie betoond, omdat dit slecht zou zijn voor integratie. Hier richt hij zijn pijlen echter op het verkeerde soort immigranten.

Dat Nederland vol is, is niet meer dan een loze kreet. Ons land heeft weliswaar een van de hoogste aantallen inwoners per vierkante kilometer ter wereld, maar Nederland is overal bewoonbaar. Er zijn hier geen woestijnen, hooggebergtes en door koude onbewoonbare gebieden. En vergeleken met grote steden als Londen of New York leven Nederlanders op een relatief ruim oppervlak. Trouwens, als Nederland echt vol was, zouden we dan maar 15 procent van ons oppervlakte nodig hebben voor wonen en werken, naast 70 procent voor landbouw?

Nederland voelt soms vol, maar is dat dus niet. En arbeidsmigratie, mits goed gereguleerd, zal in de toekomst hard nodig zijn. Hiervoor zijn twee redenen: de komende 'vergrijzing' en structurele tekorten op diverse arbeidsmarkten. Immigratie alleen zal deze problemen niet verhelpen, maar kan er wel een belangrijke bijdrage aan leveren.

Vergrijzing betekent dat mensen gemiddeld ouder worden en minder kinderen krijgen. Dit betekent dat steeds minder werkenden het bruto nationaal product moeten opbrengen voor steeds meer gepensioneerden. President Wellink van de Nederlandsche Bank, heeft al verklaard dat arbeidsmigratie hierbij een rol moet kunnen spelen. Aan de alternatieven kleven immers ook bezwaren. De pensioengerechtigde leeftijd kan worden verhoogd naar, zeg, zeventig jaar. Maar veel mensen willen graag met hun 65e eruit, en liefst nog eerder. Wao-ers kunnen serieuzer dan nu worden gestimuleerd weer aan het werk te gaan. Velen van hen missen echter motivatie, waardoor ze voor werkgevers niet aantrekkelijk zijn, zeker niet als ze te lang aan de kant hebben gestaan.

Hiernaast kampt Nederland met hardnekkige structurele tekorten op de arbeidsmarkt, zowel aan de onderkant als aan de bovenkant. Voor hoogopgeleide arbeidsmigranten is inmiddels een 'spoedloket' geopend. Werkgevers die buitenlandse specialisten als ict-ers, onderzoekers of managers nodig hebben kunnen zich melden bij de IND, die binnen vier weken uitsluitsel moet geven. Aan de onderkant is er echter ook behoefte aan werknemers die laaggeschoold werk doen dat autochtone Nederlanders niet meer willen doen, zoals vakken vullen, schoonmaken of lopende-bandwerk. Misschien kan het fors verlagen van uitkeringen minder goed opgeleide Nederlanders stimuleren dit werk te gaan doen. Maar het is de vraag of de politiek bereid is tot zo'n zware hervorming van de verzorgingsstaat.

De kiezer die vindt dat Nederland vol is, zou een duidelijker keuze voorgespiegeld moeten krijgen. Geen arbeidsimmigratie kan betekenen dat hij later met pensioen kan. Het is ook mogelijk dat hij vaker gedwongen zal worden werk te doen dat niet leuk is, of dat gezien het stijgende onderwijspeil onder zijn niveau ligt. Hiernaast is het duidelijk dat zonder arbeidsmigranten de wachtlijsten in de zorg minder snel weggewerkt kunnen worden. Naar verwachting zullen deze sowieso stijgen, niet alleen omdat het animo van Nederlanders voor het werken in deze sector afneemt, maar vooral omdat door de vergrijzing meer vraag naar zorg zal ontstaan.

Er zitten zeker haken en ogen aan arbeidsmigratie. Ten eerste moeten de immigranten uit ontwikkelingslanden komen, omdat de industrielanden én Oost-Europa zelf ook vergrijzen. De vraag wordt dan hoe we met de belangen van deze landen rekening houden. Voor veel arme landen zijn de inkomsten uit emigratie belangrijker bron dan ontwikkelingshulp of handel. Maar daar staat tegenover dat brain drain vaak een probleem is. Deze landen moeten bijvoorbeeld vijf artsen of ict-ers opleiden om er één te behouden. Gaan we ze hiervoor schadeloos stellen?

Ten tweede moeten we nu al gaan nadenken wat voor soort arbeidsmigranten we willen binnenhalen. Volgens David Pinto (Podium, 12 januari) is elk integratiebeleid met moslims gedoemd te mislukken. Moeten de immigranten een andere culturele achtergrond hebben? Hoe zwaar laten we de bekwaamheid en bereidheid om te integreren meetellen? Willen we arbeidsmigranten permanent binnenhalen of op tijdelijke basis? En hoe zorgen we er dan voor dat ze weer teruggaan?

Ten derde moet er aandacht komen voor Nederlanders die nadelen ondervinden van arbeidsmigratie. Dit zijn vooral lager opgeleiden (die meer concurrentie krijgen op de arbeidsmarkt) en inwoners van de oude wijken in de grote steden (die meer concurrentie krijgen op de huizenmarkt). Moet de verzorgingsstaat worden hervormd? Moeten arbeidsmigranten in het begin uitgesloten worden van bepaalde sociale voorzieningen? Moet er een spreidingsbeleid komen? Geen vragen waar makkelijke antwoorden voor zijn, maar daarom reden te meer om er nu al over na te denken.

Met integratie van minderheden is veel mis gegaan, daarin heeft Zalm wél gelijk. Bij het binnenhalen van de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders zijn (achteraf gezien) veel fouten gemaakt. Er werd gedacht dat ze terug zouden gaan, en toen dat niet gebeurde werden ze in groten getale in de wao gedumpt. Maar van fouten kan men leren. Met werkgevers die arbeidsmigranten nodig hebben moeten dus goede afspraken worden gemaakt over hun bijdrage aan de kosten van inburgering en van eventuele werkloosheid.

Volgens de IND was vorig jaar de immigratie door gezinsvorming (en -hereniging) groter dan die door asielaanvragen. In tegenstelling tot bij arbeidsmigratie, worden veel gezinsvormers uitgekozen op eigenschappen die hen juist ongeschikt maken voor integratie, zoals het nog niet 'verpest' zijn door de westerse waarden en normen. Voor de integratie is het daarom beter om deze vorm van immigratie af te remmen, bijvoorbeeld door de bijdrage aan de inburgeringscursus meer in lijn te brengen met de werkelijke kosten. Of door de minimumleeftijd voor het halen van een partner te verhogen, zoals autochtone Nederlanders ook steeds later trouwen. Het recht van burgers om hun eigen huwelijkspartner te kiezen is een groot goed, maar moet altijd worden afgewogen tegen de maatschappelijke kosten.

We zullen met arbeidsmigratie moeten leren leven, en ons er zo vroeg mogelijk op voorbereiden om geen kostbare tijd te verliezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden