Zonder boeren is het allemaal bos

Miljoenen Europese boeren kunnen hun hoofd slechts boven water houden dankzij steun uit Brussel. De subsidies staan door de beoogde uitbreiding van de Europese Unie onder druk: er is gewoonweg te weinig geld om op dezelfde voet door te gaan. Trouw inventariseert het belang van de Brusselse geldpotten voor de (veelal kleine) boeren.

Big Brother in Frankrijk: 'BOEREN! Voor het opstellen van uw verklaringen van begin, verandering of beëindiging van bedrijf: HET CENTRUM VOOR ONDERNEMINGSFACILITEITEN' staat er op de poster. Twee donkere ogen boven de tekst kijken de bezoeker indringend aan. Zijn ze van een bekende Fransman? Ik weet het niet, zegt een medewerkster binnen, waarschijnlijk is het een acteur. ,,Ze hebben gewoon iemand genomen met stevige wenkbrauwen, denk ik. Hij moest op een boer lijken.'

De associatie met de roman van George Orwell dringt zich op. En is ook zeer van toepassing. Het 'centrum voor ondernemingsfaciliteiten' is onderdeel van de chambre d'agriculture, de plaatselijke 'landbouwkamer'. Elk departement in Frankrijk met een beetje landbouw heeft er een. De leden variëren van boeren tot vertegenwoordigers van de Crédit Agricole, de Franse Boerenleenbank, die elke zes jaar door hun achterban worden gekozen.

De taak van de kamer is in de wet vastgelegd: het opkomen voor de belangen van de landbouw. Maar erg belangrijk is ook een daarvan afgeleide activiteit: de ondersteuning, door een uitgebreid apparaat van medewerkers, van de boeren bij alles wat ze maar op hun weg komt. Landbouw is ingewikkeld, ook in Frankrijk. En helemaal voor boeren: die hebben wel wat anders aan hun hoofd dan het lezen van de nieuwste richtlijn uit Parijs, of erger nog, Brussel. Maar gelukkig is er de kamer, die overal bij helpt en zo en passant de boeren stevig in zijn greep heeft.

Buiten zie je niet dat het departement aan het infuus ligt. De zon kleurt de droge velden geel. De wegen zijn nieuw geasfalteerd, de boerderijen prachtig gerestaureerd. Wie niet beter weet, ziet een goed onderhouden omgeving met welvarende boerenbedrijven. Maar de landbouw hier kampt met een probleem, zegt Bernard Laurens.

Hier, dat is in het zuiden van het Centraal Massief, het gebergte in Midden-Frankrijk. Daar ligt het departement Lozère. Oppervlakte: 5177 vierkante kilometer, zeg maar: Groningen en Drenthe samen. Inwonertal: 73509. Met veertien inwoners per vierkante kilometer is het het dunst bevolkte departement in Frankrijk. En het meest agrarische: 14 procent van de beroepsbevolking is boer.

Laurens, zelf boer, is de voorzitter van de landbouwkamer in Lozère. Hij zetelt in Mende, met 12000 inwoners de 'hoofdstad' van het departement.

Een koeienfokker heeft veertig dieren, legt de voorzitter uit. Om die te kunnen voeden is zeventig hectare arme rotsgrond (het gemiddelde) niks te veel. De landbouw in Lozère is extensief, niet uit principe maar omdat er gewoon niks anders opzit. Veertig koeien is erg weinig, maar subsidie voor meer dieren krijgt de boer niet.

Laurens kan de onbeweeglijkheid van de subsidie billijken. Uitbreiding van de veestapel gaat altijd ten koste van die van de buurman, zegt hij. Dat kan, maar als je daaraan begint, houd je op den duur één boer per dorp over. Dan dreigt de désertification, de 'ontvolking', een gevaar dat in Lozère voortdurend op de loer ligt.

Maar de kosten van de bedrijfsvoering stijgen. De boer zit klem. Lamsvlees doet op de wereldmarkt ruim 7 gulden (in het najaar. red) per kilo. In Lozère kost de productie echter 10 gulden. De subsidie bedraagt drie gulden, de boer houdt dus, per kilo, welgeteld 33 cent over. De boeren in Nieuw-Zeeland produceren veel goedkoper: die leveren voor 5 gulden.

Het aantal schapen zou omhoog moeten, maar ook hier geldt: dat kan niet. Er is maar één oplossing, aldus Laurens: ,,Wij moeten lamsvlees leveren dat 28 tot 30 franc (9 tot 10 gulden) wáárd is.'

Het rekenvoorbeeld spreekt boekdelen. Wat is het belang van de subsidies voor de landbouw? Die maken de winst, zegt Laurens. En wat gebeurt er als je de subsidies omlaag gaan? Twee franc (bijna zeventig cent) per kilo lamsvlees minder en alle schapenboeren zijn weg.

Dat geldt voor alle boeren in Lozère. Voor de koeienfokkers in Aubrac, in het noordoosten van het departement, voor de schapenfokkers op de Causses in het zuiden. Voor de gemengde bedrijven in de Margeride, in het noordwesten. Vlees, melk en kaas: de landbouw in Lozère is divers, maar één ding is duidelijk: zonder subsidies zou zij niet mogelijk zijn.

,,Ik ben trots op mijn bedrijf', zegt Dominique Ressouche in Le Gibertes, een gehucht van welgeteld vier boerenbedrijven en twintig mensen in het steppeachtige landschap van Aubrac. Met reden: hij is één van de grootste boeren in het departement. Ressouche heeft ruim tachtig koeien op een stuk grond van 140 hectare. De helft is van hemzelf, de andere helft van zijn vader.

Ressouche fokt het ras Aubrac, een witte koe met stevige, platte horens. De jonge stieren verkoopt hij tien maanden oud in Italië, daar worden ze vetgemest. De koeien blijven op zijn bedrijf, tot 24 à 28 maanden. Dan gaan ze naar een Franse slager en worden ze verkocht onder een speciaal merk: Fleur d'Aubrac ('Bloem van Aubrac').

Ik ben fokker maar ook mester, zegt Ressouche. ,,Dat laatste vereist een heel andere instelling. Ik moet meer voedsel verbouwen, grotere stallen bouwen. Maar ik ben meester van mijn eigen productie.'

En zijn vlees levert hem meer op. Ressouche typeert de aanpak waarmee, in de woorden van voorzitter Laurens, de boeren in Lozère moeten zorgen dat hun product meer waard is: Fleur d'Aubrac wordt verkocht in speciale slagerijen in Parijs, het heeft een aureool van kwaliteit: de herkomst is bekend, net als de omstandigheden waaronder de dieren zijn grootgebracht. De Franse consument, die voedsel toch al zo belangrijk vindt en die siddert voor de 'gekkekoeienziekte' en de genetische modificatie, legt daarvoor graag een paar franc extra op de toonbank.

Het wemelt in Lozère van de kwaliteitsstempels: Fleur d'Aubrac, Agneau ELOVEL, Bleu des Causses, Fromage 'de Lozère'. En Pelardon: dit kleine, ronde geitenkaasje kreeg in september als achtste kaassoort in Frankrijk de hoogste onderscheiding, die we in Nederland vooral kennen van Franse wijnen: appellation d'origine contrôlée, 'herkomstbenaming' (AOC).

Maar de subsidies blijven nodig. Ressouche heeft een omzet van 300000 gulden, waarvan 100000 gulden subsidie. En Ressouche is nog een rijke boer, die zijn bedrijf prima op orde heeft, weet Patrick Aumasson. De 2800 boerenbedrijven in Lozère worden zwaar gesteund, zegt de adjunct-directeur van de DDAF, de Direction Départementale de l'Agriculture et de la Forêt (DDAF), het departementale kantoor van het ministerie van landbouw en het andere bureau in Mende dat van elke boer een uitgebreid dossier heeft. De belangrijkste taak hier: de uitkering van de subsidies.

Veel boeren in Lozère krijgen de 'compensatieuitkering voor natuurlijke handicaps', beter bekend als de 'bergpremie' bijvoorbeeld: 300 gulden per koe per jaar, 400 gulden per schaap - in geval van vleesfok. De 'graspremie': 50 tot 100 gulden per hectare. En niet te vergeten: de 'speciale premie voor stieren'. Niet gecastreerd: 394 gulden.

Landbouw is ingewikkeld, beaamt de adjunct. Maar de totalen zijn simpel: in 1999 betaalde zijn kantoor 101 miljoen gulden aan de boeren. Het grootste deel, ruim 90 miljoen gulden, besloegen de zogenoemde 'directe betalingen': premies op land en vee. 35 procent van de directe betalingen kwam van de Franse overheid, 65 procent uit Brussel.

Pierre Pagès werft bij de Kamer van Koophandel bedrijven. In drie jaar tijd heeft hij er vijftien overgehaald om zich in Lozère te vestigen. Belangrijk argument was de aanleg van de autoweg A75, die, bijna af, Parijs dwars door het Centraal Massief met de Middellandse Zee verbindt.

Maar de landbouw blijft onontbeerlijk voor Lozère. ,,De landbouw is hier de basis van alles', zegt Pagès. Niet alleen omdat een flink deel van de rest van de beroepsbevolking direct of indirect afhankelijk is van de aanwezigheid van de boeren. Nog belangrijker dan deze economische relatie is dat er zonder de boeren helemaal niks in Lozère zou zijn.

Nu ja niks. ,,Zonder boeren zou het hier allemaal bos zijn', zegt Eric Debenne, de voorlichter van de departementsraad, een soort Provinciale Staten. Zonder boeren zouden er geen mensen meer zijn om het landschap te onderhouden.

,,Het zou het begin van het einde zijn', zegt Dominique Pauc op de vraag wat het verdwijnen van de boeren voor Lozère zou betekenen. Op zijn boerderij laat hij zien hoe dat werkt: de schapen zoeken gras maar eten, als het moet, ook braamstruiken en vooral brem. Op plaatsen waar de dieren lang niet kwamen, staat die meer dan manshoog. ,,Na de brem, komt de grove den. Voor je het weet, groeit het helemaal dicht.'

Pauce heeft een gemengd bedrijf van 107 hectare met 250 schapen en vijftien koeien, in La Bèssierette, een gehucht van één gezin in de Margeride. Onlangs tekende hij, als eerste in Lozère, een CTE, een contrat territorial d'exploitation. Zeg maar: een landbeheercontract, een overeenkomst met de overheid. De boer heeft zich daarin vastgelegd op zijn plannen voor de komende vijf jaar. In ruil daarvoor krijgt hij nóg meer subsidie.

De CTE is nieuw, de Franse minister van landbouw Jean Glavany is er dit voorjaar mee begonnen. De overeenkomst probeert twee verlangens te verenigen. Dat van de boer, die zijn bedrijf wil voeren, en dat van de overheid die zich verantwoordelijk weet voor de voedselkwaliteit, voor het milieu én voor de inrichting van het landschap.

Voor Pauc is de overeenkomst van belang omdat zijn vrouw nu op zijn bedrijf kan gaan werken. Met een bescheiden vergroting van zijn veestapel en de extra subisidie, hoopt hij, kan hij dat net betalen. Hij gaat naar 300 schapen, hij bouwt een nieuwe stal. En hij gaat minder kunstmest gebruiken.

Ook dat kost geld. Minder kunstmest betekent minder gras. Pauc gaat afrasteringen maken om zijn schapen, perceel voor perceel, te dwingen na het gras ook de brem en ander struikgewas te eten. Het is zijn bijdrage aan de lutte contre la fermeture de milieu, de 'strijd tegen de sluiting van de omgeving', zoals het heet in het contract.

De strijd tegen de sluiting van de omgeving: de landbouwsubidies maken de winst voor de boer, en de boer houdt het departement in leven. Pauc heeft nu een jaaromzet van 186000 gulden, waarvan 46000 gulden subsidie. Met het landbeheercontract komt daar tot 2005 elk jaar 10400 gulden bij. En hij krijgt ruim 32000 gulden om de lening voor de bouw van de stal te financieren.

De boerderij van Pauc is opgetrokken uit blokken graniet en staat op een verhoging. Hij ziet uit over een dal. Het uitzicht is adembenemend. Maar op duizend meter hoogte zijn de zomers heet en droog, en de winters koud. De natuur is mooi, beaamt Pauc. Maar het leven is, zegt hij, hard. La nature n'est pas avec nous, quoi? 'De natuur is niet mét ons, toch?'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden