Zonder biologen was de besluitvorming en Brussel een stuk makkelijker geworden

Met het besluit om de haringvangsten de komende zes maanden te halveren hoopt EU-commissaris Bonino sluiting van de haringvisserij te voorkomen. Visserijministers geven de schuld aan Deense industrievissers. Maar dat is erg gemakkelijk. Zonder biologen was de besluitvorming in Brussel een stuk makkelijker geworden

DAVE KRAJENBRINK

Na het debâcle van de visfraudes eind jaren tachtig, die Braks zijn ministerschap kostte, was het aan zijn opvolger Bukman met een beter beleid te komen. Hij kwam in april 1993 met de Structuurnota 'Vissen naar evenwicht'.

Naast invoering van zeedagen, waardoor schippers maar op een beperkt aantal dagen mogen varen, en een vermindering van de vlootcapaciteit vormde het 'biologisch visstandbeheer' onderdeel van dit nieuwe beleid. Nederland streefde voortaan naar een minder stringent beleid voor visbestanden die nog boven het biologisch minimum verkeren en zal zich binnen de EU inzetten voor een 'flexibel quotumbeleid. '

Zowel voor vissers als politici was dit het ei van Columbus. Eindelijk een beleid dat een verhoging van de quota mogelijk maakt en ook nog 'biologisch veilig' was. Daarnaast wist de politiek zich te ontdoen van zeurende biologen die de onderhandelingen in Brussel in de weg zaten.

Voorheen werden quota op ministersconferenties vastgesteld aan de hand van rapportages van wetenschappers. Maar in 1992 gingen onderzoekers van de International Council for the Exploration of the Sea (Ices) akkoord met het voorstel van politici om geen adviezen meer te geven over de hoogte van de 'total allowable catch'. Alleen als het nijpend zou worden, zouden de wetenschappers zich in de discussie mengen.

De afwezigheid van biologische adviezen maakte de besluitvorming over de quota een stuk makkelijker. Dat kwam voor Nederland als een geschenk uit de hemel. De overheid was eind jaren tachtig niet in staat de door Brussel opgelegde vangstbeperkingen door te voeren. Uiteindelijk leidde dat tot het aftreden van Braks. Het streven naar die quota-verhoging werd vanaf 1993 het officiële beleid van de regering. Via verhoging van de quota zouden de problemen rond de controle verlicht worden, was het idee.

Bijna vijftig betrokken organisaties hadden zich hierover gebogen en waren in hoofdzaak positief over het nieuwe beleid. Na vragen van Kamerleden verklaarde Bukman dat ook uitvoerig overleg was geweest met het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (Rivo). Dit onderzoeksinstituut wordt grotendeels gefinancierd door het ministerie van landbouw en visserij. Bukman zegde de Kamer toe de reactie van het Rivo toe te sturen. Met deze belofte gaf het parlement zijn fiat.

De minister had inderdaad het Rivo geraadpleegd. Maar hij kreeg een negatief advies. In de nota van 23 maart 1993 komt het instituut tot de conclusie dat het Nederlandse visserijbeleid een beheerssysteem nastreeft “dat voortdurend op de rand van de afgrond zal balanceren.” En even verder: “Een dergelijk beleid brengt daarom grote risico's met zich mee en kan de naam biologisch bestandsbeheer eigenlijk niet dragen.”

Als de Kamer het Rivo-rapport krijgt, is dat niet gedateerd op 23 maart, maar op 31 augustus. Het Rivo is nu veel milder in haar oordeel. Na opgemerkt te hebben dat de neveneffecten op andere delen van het ecosysteem in de gaten moeten worden gehouden, besluit het Rivo met: “Rekening houdend met deze kanttekeningen lijkt het concept van een veilig biologisch minimum als praktisch uitgangspunt voor integraal visstandbeheer mogelijk.” Na enkele maanden nog eens flink nagedacht te hebben vindt het Rivo het blijkbaar toch niet zo'n slecht idee.

“Er is absoluut geen druk door het ministerie uitgeoefend”, zegt prof. dr. Niels Daan, hoofd van de afdeling biologisch onderzoek van het Rivo. Het Rivo zou volgens hem de structuurnota verkeerd hebben begrepen. “Na overleg met de directie Visserij bleek dat wij een andere interpretatie aan het beleid hadden gegeven dan bedoeld was. Na het rapport binnen het Rivo getoetst te hebben, zijn wij akkoord gegaan met het nieuwe commentaar van 31 augustus.” Wie het initiatief nam tot dit overleg weet Daan niet meer. Volgens Daan voert het te ver de haringcrisis af te wentelen op dit onderdeel van het visserijbeleid.

Zijn collega Ad Corten denkt daar anders over. Deze noemde het biologisch minimum een gevaarlijk criterium omdat de politiek de toegestane vangsten net zo lang zou blijven verhogen tot de ondergrens bereikt wordt. Na meerdere malen kritiek te hebben geuit op het Nederlandse visserijpolitiek legde Rivo-directeur Henfling een spreekverbod op aan Corten.

Maar de waarschuwingen van biologen waren niet helemaal ongegrond. December vorig jaar kondigde de Europese Commissie aan de quota voor de meeste Noordzee-vis te verlagen. EU-commissaris Bonino verweet de visserijministers dat deze de aanbevelingen van de wetenschappers naast zich neer hadden gelegd. Toch wist minister Van Aartsen twee weken later hogere quota voor tong en schol in de wacht te slepen dan de Europese Commissie had voorgesteld. De grens van het biologisch minimum was immers nog niet bereikt!

“De huidige haringcrisis bewijst dat visbestanden uitgeput raken door dit telkens weer afdwingen van hogere quota”, zegt Just van de Broek van Greenpeace. Vanaf het actieschip de Sirius voor de Schotse kust zegt hij: “Wat er nu aan de hand is met de haring, is een direct gevolg van dit visserijbeleid. Omdat die ondergrens als grens wordt gebruikt, zullen politici net zolang hogere quota's afdwingen tot de visbestanden onder het minimum komen.”

Zelfs nadat Ices alarm sloeg over de slechte haringstand probeerde Van Aartsen de boot af te houden. Hij zou zelfs in een vertrouwelijke brief aan Bonino hebben gesteld dat hij eerst een 'second opinion' wil vragen voordat hij instemt met een halvering van de haringquota. Die eis heeft hij nu blijkbaar ingetrokken. Het had ook weinig zin. In Nederland is het Rivo het enige instituut dat onderzoek doet naar visstanden. Internationaal zijn het de werkgroepen van de Ices, waar het Rivo ook deel van uitmaakt. En die cijfers had Van Aartsen al.

Het ministerie ziet geen verband tussen het Nederlandse beleid van een biologisch visstandbeheer en de problemen rond de haringvisserij. Er wordt nog eens verwezen naar de Denen die met hun industrievisserij de Noordzee leeg halen. “Iedereen voelt aan dat dit slecht is voor het haringbestand en het ecosysteem maar het is lastig om dat hard te maken. Juist de Nederlandse vissers hebben zich de laatste jaren aan hun quota gehouden, dus die relatie is absoluut niet te leggen”, zegt een woordvoerder.

Er is voor het ministerie dan ook geen enkele aanleiding om met het Nederlandse beleid een andere koers te varen. Tweede-Kamerlid Servaas Huys van de PvdA vindt het wel zinnig de aanpak ter discussie te stellen. Samen met zijn D'66-collega Waning komt hij na de zomer met een notitie waarin dit beleidsonderdeel nog eens tegen het licht wordt gehouden. En terwijl de politiek met vakantie gaat kan de haring misschien weer wat aansterken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden