Zon, zee, wind - en nu ook nog gezond eten op Aruba

Het hele jaar mooi weer, een lekker (kitesurf)windje en volop witte stranden; genoeg redenen om naar Aruba te gaan. Maar vlak ook de lokale keuken niet uit.

KARIN LUITEN

Nee, ik waag me er niet aan, maar wat ziet het er prachtig uit, yoga op zee. Dobberende dames, sierlijk balancerend op een surfplank. Aruba is op de 'healthy' toer en yogaklasjes schieten als paddestoelen uit de grond. Bijkomend effect: ook gezond eten staat ineens in de belangstelling. Dat kan geen kwaad, want de Arubaanse keuken is niet bepaald 'light', waarbij de grote toestroom van Amerikanen met hun spreekwoordelijke fastfoodliefde ook niet meehelpt. Maar terwijl de yoga-toerist op het 'One happy island' nipt aan een spinazie-ananas-limoensmoothie, grijpen de locals nog altijd het liefst naar een pastechi bij wijze van ontbijt: forse gefrituurde deeglappen, gevuld met gehakt, kip, vis, groente, kaas of van alles wat. Djiespie's Place in Oranjestad is al twintig jaar een populair adres en verkoopt ze in allerlei soorten. Heerlijk, maar wel heftige kost, zelfs met een beker vers sinaasappelsap erbij voor de balans.

"De typisch Arubaanse keuken is heavy, vet en ongezond", beaamt Bas Kuurstra. De Nederlandse 'rent-a-chef' kwam zoals zovelen ooit voor een jaartje naar het eiland, maar ging dankzij de liefde nooit meer weg. "Overgewicht is hier een groot probleem", vertelt hij, maar gelukkig komt er langzaam steeds meer belangstelling voor groente." Intussen serveert zijn vrouw Rosmeurys in de schaduw van een mangrovebosje aan het strand verse fruitcocktails en een serie fraaie lunchhapjes, van pompoensoep, tonijn en lamskoteletjes tot pan bollo en cashew pepe (Arubaanse cake). Nagenoeg allemaal gemaakt van geïmporteerde ingrediënten.

Dat is niet altijd zo geweest, integendeel. Vroeger was iedereen hier zelfvoorzienend. Mensen hadden een landje met bananen, mango, mispel, zuurzak en guava, wat geiten erbij en klaar. Met de opkomst van het toerisme en de bijbehorende werkgelegenheid veranderde dat volledig. Erger nog: inmiddels heerst het idee dat alles van buiten beter is.

Omdat het eiland klein is en weinig water heeft, is er niet veel landbouw. Proefstation Santa Rosa is een overheidsinstantie die de Arubaanse agrariërs probeert te helpen. Bijvoorbeeld door het stimuleren van oorspronkelijke vruchten als de tamarinde en de quenepa, die van oudsher bestand zijn tegen het klimaat en minder water nodig hebben. Ook fokken ze er uit Amerika geïmporteerde koeien, varkens, schapen en geiten om de nazaten voor een laag bedrag te kunnen doorverkopen aan de lokale boeren. Maar projectcoördinator Ludwig Jasmijn die me rondleidt, beaamt dat het lastig is om een cultuuromslag te bewerkstelligen zolang in de supermarkt het geïmporteerde vlees nog altijd goedkoper is dan vlees van eigen eiland. Maar het begin is er.

Zo is er ook een ander nieuw initiatief: de Eat Local-restaurantweek, waarbij lokale ingrediënten en gerechten in het zonnetje worden gezet, en dan ook nog eens voor een schappelijke prijs. Best revolutionair als je weet dat restaurants hier liever geïmporteerde zeebaars serveren dan lokaal gevangen mahi mahi. Etablissementen in alle categorieën doen mee, van chic tot simpel. Zoals het eenvoudige huiskamerrestaurantje Life is Beautiful. Gevestigd naast het openbare zwembad, waarmee het meteen ook fungeert als kantine met blikjes fris, zakjes chips en lolly's voor na het zwemmen. De speciale Arubaanse soep (runderbouillon met polenta) is helaas net op, maar er is wel red snapper. Die wordt knapperig gebakken in veel olie en daarna op z'n Arubaans geserveerd met bakbanaan, salsa criolla van tomaat en ui en de hier razendpopulaire funchi, polenta. Simpel, maar lekker.

Wie echt Arubaans wil eten moet zeker even langs Old Cunucu House, een schattig geel gebouwtje dat bestaat uit een serie losse kamers plus een buitenterras. Er staan uitsluitend lokale specialiteiten op de kaart, waarvan ik de smakelijke calco stoba (stoofschotel met conch, een soort zeeslakken) kan aanbevelen. Ook weer geserveerd met bakbanaan en salsa criolla, dit keer van groene en rode paprika plus ui.

Aan de andere kant van het culinaire spectrum vind je White Modern Cuisine, een wat wonderlijk in een winkelcentrumpje gevestigd restaurant met gastronomische ambities. Het interieur is geheel wit, net als de met veel zorg opgemaakte borden en de huisgemaakte cocktails. Hier geniet ik tijdens de restaurantweek van mijn eerste mahi mahi, maar helemaal blij word ik van de huisspecialiteit: de salade met wel dertig ingrediënten, waaronder allerlei kruiden en bloemen van het eiland.

Leverancier hiervan is Frank Kelly, voorheen bankmedewerker, nu wildplukker van beroep. "Arubanen zeggen vaak: we hebben niks, zonder bevoorrading uit het buitenland zijn we nergens, maar dat is niet waar",

vertelt hij terwijl hij me allerlei felgekleurde bloemetjes laat proeven, maar ook rifbananen, een frutselig rood-groen vetplantje dat hier overal langs de kust groeit. Het smaakt zacht-zoutig, een beetje als zeekraal. "Lekker bij gepocheerde vis en ook goed tegen maagpijn", weet Kelly. Met een duikbrilletje op verdwijnt hij in zee, om even later weer terug te klauteren met in zijn handen verschillende soorten schelpdieren en zeewier, ook weer allemaal eetbaar. "Nu is organic blablabla heel duur, maar vroeger at iedereen van wat de natuur te bieden had", lacht hij.

Als het over eten gaat, kun je op Aruba ook niet om de beroemde lokale kookdiva heen, Maria Petit. Een vriendelijke, gesoigneerde dame die kookworkshops geeft in wat bij nader inzien een soort showroom blijkt van een Amerikaans rauwkostapparaat, de 'Saladmaster', nota bene al uitgevonden in 1946. 'Te veel kaas' luidt haar samenvatting van de Arubaanse keuken, met natuurlijk als bekendste voorbeeld de klassieker keeshi yena, letterlijk 'gevulde kaas'. Een soort pastei van kip met rozijnen, olijven en veel, heel veel kaas. Petit promoot liever een andere manier van koken, met verse ingrediënten. "Ik kook gezond, zonder zout!", zegt ze trots, waarna ze overigens wel links en rechts strooit met bouillonblokjes. Zoals in de carni stoba, een runderstoofschotel met aardappel, wortel, paprika. Erbij komt pompoenpuree en de onvermijdelijke funchi, maar ook pan bati. Een verrukkelijke, smeu-ige soort pannekoek die traditioneel wordt gebakken op een hete plaat en die bij wijze van brood overal bij wordt geserveerd. Net als het potje met pica di papaya, de hete saus die op geen enkele tafel mag ontbreken. Tevens perfect souvenir voor in de vakantiekoffer, want 100 procent afkomstig van het eiland zelf.

undefined

Naar Aruba

KLM vliegt 5 keer per week op Aruba, TUI 4 keer. De gemiddelde temperatuur is 30 graden, die van het water 26 graden. Regen valt er nauwelijks, wel waait er permanent een verkoelende passaatwind. Mede door de vele cruises vormen Amerikanen met 70 procent veruit de grootste groep toeristen op Aruba en dollars worden dan ook overal geaccepteerd, naast de officiële Arubaanse gulden. euro's niet. Zo'n beetje iedereen spreekt Nederlands maar wat Papiamento wordt zeer gewaardeerd, zoals Bon dia (goedemorgen), Con ta bai (hallo, hoe gaat het?), Hopi bon (heel goed), Masja danki (hartelijk dank) en Te oro (tot ziens) of Ajo (dag!). Oh, en natuurlijk Hopi dushi (erg lekker).

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden