ZOMER OP VOGELEILAND FETLAR

Op de veerboot van Unst naar Fetlar kijken we uit naar bruinvissen. Die zijn regelmatig te zien in de zeestraat tussen beide eilanden. Zelfs worden elk jaar wel scholen grienden waargenomen, van de boot af of op wandelingen langs de kust.

De veerboot legt aan in Oddsta aan de noordwestkust van Fetlar. Daar en bij Urie Ness, wat verder naar het oosten, heb je kans otters te zien, die in Shetland voornamelijk in zee vissen en weinig in de paar smalle beken.

We gaan op weg naar North Dale, een wandeling van drie kilometer over de enige verharde weg. Tussen 1967 en 1975 broedde daar een stel sneeuwuilen. Vogelaars uit alle Europese landen zijn ze wezen bekijken. De laatste uil is nu al vele maanden lang niet meer gezien.

Het valt meteen op dat Fetlar er groener uitziet dan de rest van Shetland. Dat komt door de diepere ondergrond, die uit serpentijn bestaat. Serpentijn is een nogal zacht gesteente dat snel verweert. De aarde die daaruit ontstaat, is erg vruchtbaar.

Op de heuvel boven North Dale, bij Bealance, ligt de hut van de vogelwachter, die een prachtig uitzicht biedt over de baai van Tresta. Daar ligt het mooiste zandstrand van Shetland, met erachter een meertje, waar wij vorig jaar de slaapplaats zagen van tientallen grote jagers. Nu koerst maar een enkele van die donkerbruine roofmeeuwen met zelfbewuste wiekslag langs het hoge schiereiland Lambhoga. De broedtijd is voorbij.

Een ruw pad leidt van het westelijke eind van het strand tot halverwege de heuvel van Lambhoga. Hier is nog uitgestrekt hoogveen. Tot begin jaren vijftig werd er voor eigen gebruik turf gestoken. Honderden mensen werkten elke zomer in de heuvels en brachten met pony's de turf naar huis.

Hier op Lambhoga vind je de steilste kliffen van het eiland. Door de aard van het gesteente zijn de kliffen van Shetland veel minder steil dan in Orkney, waar de kliffen uit harde gelaagde zandsteen bestaan. Op Lambhoga broeden stormvogeltjes en noordse pijlstormvogels. Als je geluk hebt, kun je de stormvogeltjes met hangende pootjes vlak boven de golven zien fladderen. De meeste kans heb je daarvoor tegen de avond, want overdag zwerven ze boven open zee. Stormvogeltjes zijn zo groot als een mus, maar vrijwel zwart.

Anderhalve kilometer van Tresta, in het midden van het eiland, ligt Houbie. Daar zijn de enige winkel en het postkantoor voor de ongeveer honderd inwoners en ook het bezoekerscentrum. Veel in het kleine museum herinnert aan plaatselijke beroemdheden zoals de 'legendarische' verhalenverteller Jamsie Laurenson en de chirurg Sir William Watson Cheyne, assistent en vriend van Lord Lister, de ontdekker van de antiseptis, die een omwenteling betekende in de negentiende-eeuwse chirurgie. Niet ver van het bezoekerscentrum staat Leagarth House, in 1900 door Watson Cheyne gebouwd. Het moet ooit een schitterende tuin hebben gehad, volgens tijdgenoten 'de mooiste van heel Shetland, misschien van heel Schotland'.

Bewoning

In het bezoekerscentrum kunnen ze je alles vertellen over de bewoningsgeschiedenis van Fetlar. Die begon ongeveer 5000 jaar geleden. Uit de jonge steentijd en de bronstijd, dus van 3000 tot 2000 v. Chr., dateren een dozijn hielvormige en ronde grafheuvels en de resten van een paar 'ovale huizen. De Finnigert is waarschijnlijk Fetlars oudste nog bestaande bouwwerk, een stenen muur die het eiland oorspronkelijk van noord naar zuid in twee min of meer gelijke helften verdeelde. Je ziet de muur nog het best in het noorden van het eiland. Een stenen cirkel met twee stenen in het midden, de Haltadans genoemd, is vermoedelijk uit de late bronstijd. Een legende wil dat de twee stenen een bedelaar en zijn vrouw waren, die door trollen gedwongen werden te spelen, terwijl dezen om hen heen dansten. Toen de zon opkwam, veranderden ze allemaal in steen.

Tot de ijzertijd behoren grote stenen verdedigingstorens, waarvan nu nog verschillende rues op de kust te vinden zijn. Ze moeten er uit hebben gezien als een grote, stompe kegel met holle muren. Deze brochs worden toegeschreven aan de Picten, die over de eilanden heersten tot de vikingen hen onderwierpen.

Van de vikingen is op Fetlar weinig tastbaars over. In Aith, iets verder naar het oosten, ligt het Reuzengraf, dat een paar jaar geleden werd opgegraven, waarbij in bootvorm geplaatste stenen en een paar spijkers aan het licht kwamen. In dit verband is het merkwaardig dat de twee muizesoorten, die op Fetlar voorkomen, de huismuis en de bosmuis, genetisch meer overeenkomen met soortgenoten in Noorwegen dan in Schotland. Het is best aannemelijk dat ze afstammen van voorouders die meekwamen met de viking kolonisten.

De Schotten verjoegen tenslotte de Noren,en in recente tijden verdreven de grootgrondbezitters de kleine boeren om ruimte te maken voor grootschalige schapenfokkerij. Veel Shetlanders emigreerden naar Nieuw-Zeeland. De Shetlandwol kon de concurrentie met de geporteerde goedkopere Australische wol niet aan en uitgestrekte stukken onbewoond land met grauwe boerderijrues bleven over. Nu de olie welvaart brengt, keren de kleinkinderen van de emigranten naar hun stamland terug.

Voorbij het Loch of Funzie (uitgesproken Finnie), waar tormentil en rolklaver de drassige oevers geel kleuren en stormmeeuwen op het water dobberen, kun je een van de mooiste kustwandelingen van Fetlar maken. Een witte mist komt op uit zee. Kokmeeuwen, drieteenmeeuwen en noordse stormvogels drijven bij een kreeftenvissersbootje, dat voor de kust voor anker ligt. Kuifaalscholvers, zwarte zeekoeten en papegaaiduikers rusten op de grauwe rotsen. Daar zonnen zich ook de grijze zeehonden, maar die kunnen gemakkelijk over het hoofd worden gezien, omdat ze door hun kleur opgaan tussen de gevlekte steen. Het wemelt van de konijnen. Zwakke exemplaren vallen ten offer aan bonte kraaien en mantelmeeuwen.

Stilte

Je kunt er uren zwerven zonder iemand te ontmoeten. Tussen het korte gras bloeien dichte kussentjes van gewone ogentroost. Vochtige plekken worden verraden door het grijs van kruipwilgen, de kleine blauwe veldgentiaan, de witte schermen van de gewone engelwortel, de hoge roomwitte bloempluimen van de moerasspirea ('Queen of the Meadow') en het bij ons zo zeldzame knikkend nagelkruid. Tussen grote stukken steen verschuilt zich de stengelloze silene met kleine roze bloemen en dicht ineengevlochten liggende stengels, een plant die we in ons land niet in het wild tegenkomen. Het enige geluid dat de stilte doorbreekt, is het aanhoudende 'kieak ... kieak ... kieak...' van kleine jagers hoog in de lucht.

NATUUR DEZE WEEK De lisdodden hebben nu donkerbruine fakkels. Dat zijn de zaadaren met dicht opeengepakt vruchtpluis, die de hele zomer intact blijven en pas in het volgende voorjaar uit elkaar vallen. In ondiep water en dichtgroeiende sloten groeit de grote lisdodde, in diep water van plassen en meren de kleine lisdodde met smallere fakkels en smaller blad. - Een geweldige insektentrekker is de wilde marjolein. Deze zomerbloeier met bolle trossen van donkerroze lipbloemen en kruidig ruikend blad is helaas nogal zeldzaam, maar wel bijna altijd uitgezaaid te vinden in heemparken. Behalve dagvlinders zoals distelvlinder, kleine vos, atalanta, dagpauwoog, zandoogjes, witjes, blauwtjes en vuurvlindertje, komen graafbijen, aardhommel en allerlei soorten zweefvliegen op de overvloedige nectar af. - Als er geen wilde marjolein in de buurt groeit, kun je ook gaan kijken op de distels, die nu in volle bloei staan. Op de roodpaarse hoofdjes komen dezelfde insekten af. - Hoe droger en zonniger een berm is, hoe actiever de veldsprinkhaantjes sjirpen. De gewoonste soort is de bruine veldsprinkhaan, zoals de naam al zegt voornamelijk bruin van kleur. Het achterlijf is meestal deels roodachtig en geel. Grijsbruine sprinkhanen met roomwitte strepen en veel groen op vleugels en achterlijf zijn kustsprinkhanen. - De larven van de grote groene sabelsprinkhanen zijn volwassen geworden. Sabelsprinkhanen zijn meer aan de krekels dan aan de veldsprinkhanen verwant. Net als krekels hebben ze lange draadvormige sprieten en sjirpen ze door de vleugels over elkaar te wrijven. De grote groene sabelsprinkhaan sjirpt in de namiddag en op zwoele zomeravonden in hoge struiken en bomen.

EN VERDER Morgen kan men met de natuurgidsen van het IVN Amsterdam een fietstocht van ongeveer 40 kilometer maken door Waterland. Vertrokken wordt om 10 uur van de Schellingwouderbrug aan de kant van de IJdijk. - Dinsdag is er een avondwandeling van anderhalf uur in Wijlre en Gulpen, begeleid door een IVN-gids en startend om 19 uur bij het VVV-kantoor in Wijlre. - Woensdag begint om 14 uur een ontdektocht over water voor kinderen, georganiseerd door Natuurmonumenten, bij camping Beekhuizen in Rheden. - Woensdagavond houdt het IVN Alphen aan den Rijn een wandeling over de Kruiskade. Natuurgidsen vertellen daar over de natuur en de geschiedenis van deze eeuwenoude kade. Vertrek om 19 uur van het Ooievaarsnest bij de Galgweg en Spookverlaat in Hazerswoude. - De Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie (JNM) organiseert samen met de Werkgroep van Kampbegeleiders van het IVN van maandag 8 tot en met zaterdag 13 augustus een zomerweek voor jongeren tussen 12 en 25 jaar in de Wieden in Noordwest-Overijssel. Er wordt gekeken naar planten, vogels en insekten, maar ook gewerkt om dit prachtige reservaat te behouden. Informatie geven Annica van Rij van JNM, 045-218379, en Gertjan Sinke van het IVN, 020-6228115. - Tot 28 augustus is in het Centrum voor Biologische Landbouw, Bronsweg 22 in Lelystad, een vlindermanifestatie. Er is een vlindertentoonstelling met levende rupsen en vlinders, er worden lezingen gehouden en er is een kleur- en fotowedstrijd. Het centrum organiseert ook fiets- en wandeltochten met speciale aandacht voor dagvlinders. Het centrum is open van dinsdag tot donderdag en op zaterdag en zondag van 11 tot 16 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden