Zoethout en levertraan

Bij de melkboer kon je 'losse melk' kopen. (FOTO UIT BESPROKEN BOEK) Beeld
Bij de melkboer kon je 'losse melk' kopen. (FOTO UIT BESPROKEN BOEK)

Een ijsje van Sjamin, losse melk, odeklonje. En als je het even niet kon betalen, liet je het opschrijven: zie daar de jaren vijftig.

Als je op een zomerse zondagavond tijdens het verstoppertje spelen een ronkend motortje de straat hoorde indraaien en even later een bel hoorde klingelen, wist je net als elk ander kind: daar is de ijsman van Jamin. De goede man kon de ’s’ niet uitspreken, dus hij riep na het stilvallen van de bel steevast ’IJ met ocolade’. Het (gulden)dubbeltje brandde al een tijd in je zak, want daarmee kon je bij hem een flink blok roomijs kopen, dat hij ter plekke uit een grote staaf stak. Je kreeg er twee losse wafeltjes bij om het ijs vast te kunnen houden. Voor 15 cent kreeg je datzelfde blok met een laag chocola. Een heel enkele keer was dat voor je weggelegd. Zittend op het plantsoenhek met je vriendjes werden de ijsjes uiterst langzaam opgesmikkeld.

Het boekje ’Mag ’t ietsje meer zijn’ van Frank van Ark en Jack Botermans over de middenstand in de jaren vijftig en zestig haalt die herinnering weer naar boven. Jamin – vaak uitgesproken als Sjamin omdat men dacht dat de krul voor de ’J’ een ’C’ was – leverde niet alleen ijs, maar was met 600 winkels dé snoepleverancier van de jeugd uit die tijd. Bij een bezoek aan zo’n winkel werd je bedwelmd door de zoete geur. Van Ark spreekt zelfs van ’stoned’, maar in die dagen wist je absoluut niet wat dat was.

Een aantal winkels van Jamin heeft de optocht door de tijd – weliswaar in een andere gedaante, maar toch – overleefd. Voor het merendeel bevat het aangename en voor een bepaalde generatie zeer herkenbare boekje echter middenstanders die aan de vergetelheid ten prooi zijn gevallen. De bakker, de slager, de groenteman, de melkboer, de drogist, de kruidenier, het sigarenmagazijn, de radiozaak. Auto’s waren er amper. Voor het boodschappen doen waren ze ook niet nodig. Met name de verkopers van verse waar kwamen nog aan de deur, met bakfiets, paard en wagen en een enkele keer al met een bestelauto. Mocht je toch iets zijn vergeten dan was de winkel dichtbij: aan de overkant of om de hoek. Als kind ging je graag mee, want niet zelden werd er gevraagd of ’de kleine iets lustte’. Een plakje worst of een dropje was dan de buit, iets wat je thuis niet snel kreeg. Ook in de avonduren kon je er terecht, je belde gewoon aan bij het huis van de winkelier. En als je even geen geld had werd dat in een boekje opgeschreven. Over deze vorm van renteloos krediet werd niet moeilijk gedaan.

Een enkele middenstander kwam ook iets halen. De schillenboer verzamelde aardappelen- en groenteresten en verkocht dat aan de boeren als varkensvoer. De voddenboer verzamelde kleding die vaak tot op de draad was versleten omdat het door alle kinderen van het gezin was afgedragen. Het waren de rijdende gft-bak en de Humanabak van die tijd.

Daarmee houden de vergelijkingen wel zo’n beetje op. Het sigarenmagazijn, waar alleen maar rookartikelen werden verkocht en waar je soms een sigaret kreeg gepresenteerd en aangestoken met het altijd brandende vlammetje op de toonbank, is nu ondenkbaar. Het bijvullen van je flesje ’odeklonje’ bij de vaak strenge drogist eveneens. Hij verkocht ook mottenballen voor in de klerenkast en aluin voor de wondjes na het scheren. Zoethout en toverballen voor een cent en die vieze levertraan kwamen ook bij hem vandaan. De dorpsfotograaf waar je voor de pasfoto’s moest lachen tegen het vogeltje en pas vijf dagen later konden worden opgehaald. De flitser waarvan per foto het lampje moest worden verwisseld en waarbij je steevast je handen brandde.

De tijd die Van Ark beschrijft en Botermans laat zien ligt ver achter ons en zullen voor een jongere generatie schimmen zijn uit een ver verleden. Des te meer verbazend is het dat dit alles zich toch binnen één mensenleven heeft afgespeeld. Frank van Ark – zelf achter in de 50 – verlangt er niet naar terug, zegt hij aan de telefoon. ,,Ik wil niet zwelgen in nostalgie. Als kind had je daar niet veel last van, maar het waren toch benepen jaren. Het had wel een aantal goede dingen: eenvoud en vertrouwen. Zo’n kruidenier die vele klanten een week alles voorschoot. Dat soort eigenschappen kunnen we nu, met die crisis ophanden, goed gebruiken.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden