Zoektocht naar piepklein mosselbroed

reportage | Gespreid | Bedje Met speciale kratjes van afbreekbaar bioplastic hopen onderzoekers de wilde mossel terug te lokken naar de Oosterschelde.

Het is laagwater, de Oosterschelde trekt zich terug. Op de Slikken van Viane, bij Ouwerkerk, maken oestervissers zich klaar om richting de oesterbanken te gaan. Greg Fivash (24) en Ralph Temmink (25) laten de banken links liggen. Zij lopen recht op de uitgestrekte, natte vlakte van de drooggevallen Oosterschelde af.

Fivash en Temmink zijn promovendi aan respectievelijk het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en de Radboud Universiteit. Ze zijn onderdeel van een onderzoeksgroep, die het tij voor een verdwenen bodembewoner wil keren: ze willen de wilde mossel terugbrengen in Zeeuwse wateren. Want de ooit talrijke mosselbanken in de Oosterschelde zijn verdwenen, door voedselarmer water en de aanleg van de Deltawerken. Dat verminderde eb en vloed, waardoor minder sediment is afgezet op de platen waar mossels ooit samenklitten. Ze houden niet van de modderige ondergrond die er nu ligt.

Fivash en Temmink helpen de natuur een handje. Dus neemt het tweetal een kijkje bij 'hun' experiment op de drooggevallen zeebodem, om de mosselbank een zetje in de rug te geven. Een paar honderd meter voor de onderzoekers doemt een rijtje kratjes op. Ze zijn zo'n dertig centimeter hoog, omgeven door algen en bedekt met zeeleven. Het is een vanginstallatie, legt Temmink uit, waarop mossellarfjes uit het water zich op moeten vestigen. Idealiter groeien die dan in een paar weken uit tot mossel. Lukt dat, dan kunnen ze voortwoekeren tot mosselbank, terwijl de kratjes van bioplastic oplossen.

Elk kratje is anders, zegt Temmink, om te testen wat het beste werkt. Sommige vanginstallaties hebben kokostouw als aanhechtingsmiddel. Andere zijn volledig bedekt met gaas tegen hongerige krabben en andere mosselrovers. De techniek werd al gebruikt met mossels in zoet water. Vier jaar lang heeft het project de tijd om de techniek te perfectioneren.

De installatie waar Fivash en Temmink naar op weg zijn staat er sinds april. Op een plek met harde golfslag. Ergens anders in de Oosterschelde staat er juist weer een op een rustigere plek, om te vergelijken. Dat de mossels in hun kratjes kunnen gedijen, weten de promovendi al. Fivash laat, al lopend over de zandplaat, een foto zien op zijn camera. Van eenzelfde installatie op Ameland, waar de twee een dag eerder nog waren. De foto laat een tjokvol mosselkratje zien. Maar, nuanceert Fivash, in de Waddenzee is het makkelijker. Daar drijft meer mosselbroed in het water.

Golfbreker

Het zaad in de Oosterschelde is juist het probleem. Dat is minder voorhanden, omdat het uit de Noordzee moet komen. Het water is minder voedselrijk. Maar keren de mosselbanken terug, dan wordt dat probleem meteen opgelost, veracht Temmink. "De poep van mossels zit vol sediment waar andere schelpdieren van profiteren. Mosselbanken zijn een kraamkamer; goed voor de biodiversiteit. En ze kunnen dienen als golfbreker om een kwelder te beschermen."

Of de mosselbank slaagt, is van veel afhankelijk. Zoals storm, de krabbenpopulatie of weinig mosselbroed. "Het kan snel gaan", zegt Temmink. "Heb je een gunstige periode met weinig stress, dan heb je kans dat een mosselbank op natuurlijke wijze terugkomt. Maar dat gebeurt niet zo vaak."

Eenmaal aangekomen bij de kratjes zakt Temmink door zijn knieën. Hij bekijkt een installatie zonder afscherming. Het krat is bedekt met een dikke, grijsachtige laag. "Zeepokken", concludeert hij. "Ze scheidden een goedje uit die de installatie heel brossig maakt en doet afbrokkelen", voegt Fivash toe. Mossels zijn er niet te zien.

Ook de andere, tegen krabben beschermde kratjes bieden weinig hoop. Fivash pakt een borstel en poetst de groene laag smurrie weg die erop is vastgeplakt. Dan blaast hij hard op het gaas, om een opening te maken. Hij legt zijn oog op het krat en loert naar binnen. Maar wederom, geen mossels. Hetzelfde geldt voor de andere kratjes.

"Ik denk niet dat hier ooit mossels zijn geweest", zegt Fivash nuchter. "Die hadden zich dan moeten laten zien. We kunnen nu ook alleen maar de bovenkant bekijken, misschien zitten ze er wel onder." De NIOZ-onderzoeker had gehoopt mossels te vinden. Maar hij is optimistisch. "Je leert elke keer iets nieuws, over hoe de natuur hier werkt. Mossels zijn erg delicaat, het is dus moeilijk ze terug te brengen. Maar als we op een installatie één onderdeel vinden dat werkt, hoeven we dat alleen maar te herhalen."

In oktober worden alle kratten op de Slikken van Viane 'geoogst'. Dan zagen de onderzoekers ze los en nemen ze mee naar het lab. "Mosselbroed is maar één millimeter groot. Dan weten we eigenlijk pas écht of hier mossels zijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden