Zoektocht naar hoe de geest in de hersenen zit

BERT KEIZER

Als je iets ingewikkelds wilt begrijpen dan loont het om te gaan zoeken naar simpelere voorstadia. Wie zonder enige kennis van de geschiedenis van het christendom in de Sint Pieter op bezoek zou gaan bij een door paus en kardinalen opgedragen Hoogmis met vele misdienaars, bewieroking van het altaar, koorzang en communieuitreiking, die zou weinig van het gebodene begrijpen. Maar als een geschiedkundige hem bij de hand nam om enkele aspecten van het Jezusverhaal uit te leggen en hoe er gedurende bijna tweeduizend jaar almaar nieuwe lagen om dit gebeuren heen werden gedrapeerd, dan zou hij het eindresultaat, de fascinerende liturgie van een gezongen Hoogmis, veel beter begrijpen.

Iets vergelijkbaars speelt zich af in een recent filosofisch proefschrift van de hand van Marc van Duijn onder de titel: 'The biocognitive spectrum, biological cognition as variations on sensorimotor coordination'. Iets waarnemen, vervolgens inschatten en dan handelen op grond van die inschatting is een ingewikkeld gebeuren. U ziet een oude vriend, u wilt naar hem zwaaien, maar uw man moet hem niet zo, dus wordt het een heel discreet knikje. Tussen de waarneming en het knikje zat vroeger uw geest, uw ziel, uw bewustzijn, uw psyche, uw karakter, oftewel het geestelijke domein waarbinnen langs allerlei paden het besluit rijpt dat omgezet wordt in de spierbewegingen die een zuinig knikje teweeg brengen. Tegenwoordig zitten daar de hersenen, waarmee we echter niet van de geest af zijn. Totnogtoe is het niemand gelukt uit te leggen hoe de geest in de hersenen zit, of eruit komt, of er mee samenhangt, of er onder bungelt, of er boven zweeft.

Maar of we er iets van snappen of niet, toch bouwt u, na een flits van inwendige aarzeling, uw aanvankelijk als uitbundig geplande zwaai, om tot een discreet knikje. Het verrassende van het proefschrift van Marc van Duijn is dat hij geen frustrerende verhandeling schrijft over waarnemen en handelen in de mens, maar dat hij een eerste aanzet tot deze bezigheden vindt in E(scherichia) coli, de bekende darmbacterie. E. coli doet dingen waarvan we zouden willen zeggen: dit is waarnemen en handelen op het allerbescheidenste niveau. Deze bacterie bezit het vermogen om zich te verplaatsen als hij in een omgeving zit die niets te bieden heeft dat zijn stofwisseling gaande kan houden. Die verplaatsing wordt in gang gezet door een chemische reactie in de bacterie en die reactie wordt veroorzaakt door de stoffen die zich in de omgeving bevinden. E. coli verplaatst zich door te wapperen met staartjes. Het bewegen stopt als hij is aangekomen in een omgeving waarin zijn stofwisseling goed gedijt.

Van Duijn beschouwt dit gebeuren als exemplarisch voor wat hij noemt sensorimotor coordination, het sturen van een verplaatsing op grond van informatie uit de omgeving met als gevolg een betere overlevingskans. Een dergelijke verplaatsing is op zijn minst een aspect van menselijk waarnemen en handelen, al weet ik niet zeker hoe vaak die betere overlevingskans in ons handelen een rol speelt. Het gaat hier uitdrukkelijk niet om iets waar per se hersenen voor nodig zijn. Dit mechanisme is veel eerder ontstaan dan hersenen, al zal niemand ontkennen dat hersenen een dergelijke handelwijze eindeloos kunnen verfijnen.

Kun je van planten zeggen dat ze dit eigenlijk ook doen? Nee, zegt van Duijn. Omdat planten zich niet kunnen verplaatsen hebben ze ook niets aan bepaalde informatie uit hun omgeving. Hun vaste plek bepaalt de betrekkelijke traagheid waarmee ze op de wereld reageren. Daniel Dennett zei hierover: 'Een boom heeft niets aan ogen, omdat hij immers niet weg kan springen voor de aanstormende auto.'

Ik geef u hier slechts enkele flarden uit Van Duijns subtiele betoog, dat hij overigens wel in een wijdere context plaatst. Als hij gelijk heeft, en dat hoop ik, dan zouden we hier een mogelijke route hebben waarlangs we de psychologie geruisloos in de biologie kunnen begraven. Maar zo ver is het nog niet en hij zegt dit niet zo grof als ik het hier doe. Zo vraagt hij zich af of een hogere geestelijke bezigheid als 'willen' wel helemaal verklaard kan worden als zintuiglijk gestuurd bewegen. Maar toch is zijn proefschrift een belangrijke stap op de lange weg die wij mensen afleggen op zoek naar onze werkelijke plaats in het dierenrijk.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden