Zoektocht naar contrasten Bij Klas Torstensson mogen de noten ook knarsen

AMSTERDAM - “Je gelooft toch niet echt dat ik moeilijke muziek maak?”, vraagt Klas Torstensson met enige bezorgdheid in zijn stem aan het einde van het interview. “Heb je nog even tijd? Dan laat ik je het tweede deel van 'Urban Songs' horen. Dat ging eerder dit jaar in Parijs in premiere bij het Ensemble Intercontemporain. Als iets van mij een 'hit' kan worden, dan dit wel.

Ontoegankelijk is Torstenssons muziek geenszins. Van zijn muziek spat de energie; zij grijpt je vast en laat je niet meer los. 'Urban Songs' is daarop geen uitzondering. Hierin worden spannende samples van vrouwelijke rapgroepen gebruikt en confronteert hij de sopraan Charlotte Riedijk met samples van haar eigen stem; samples zijn opnamen die met een computer kunnen worden bewerkt.

In zijn muziek gaat het om extremen en om contrasten. Noten mogen knarsen en musici mogen zweten. In het staartje van het Holland Festival is hij morgenavond te gast in het Amsterdams Concertgebouw met een wereldpremiere, het orkestwerk 'Stick on stick', te spelen door het Radio Symfonie Orkest. Het geeft een beeld van de 'overweldigende kant van Torstenssons muzikale wereld', zoals de Holland Festival-gids het omschrijft.

Als aanvulling op deze premiere wordt ook een hele avond gewijd aan zijn recente kamermuziek, waarin juist een andere, minder 'overweldigende' kant tot klinken komt. Het is de tweede keer dat hij er door het Holland Festival wordt uitgepikt, want ook in 1986 kreeg hij aandacht met het inter-mediaproject 'Barstend IJs'.

Twintig jaar woont de Zweedse componist Klas Torstensson in Nederland, lang genoeg om vergroeid te zijn met de muziekpraktijk hier. Een ordelijk mens, deze 42-jarige, zo valt af te leiden uit zijn, aan een kleine Amsterdamse gracht gelegen studio. Geen grote bergen papier, maar een enkel geordend stapeltje.

Verder overzichtelijk ingedeelde boekenkasten. Nergens zie ik een piano.

“Ik componeer aan tafel, daarbij heb ik geen piano nodig,” luidt zijn reactie. Een smalle, lange werktafel bevat delen van een partituur. Het lijkt ondoorgrondelijke muziek, zoveel noten en rare, veelkleurige lijnen bevatten de pagina's. “Die kleuren”, verduidelijkt hij, “bevorderen het overzicht. De uiteindelijke versie komt gewoon met zwarte inkt op wit muziekpapier.”

'Stick on Stick' is niet Torstenssons eerste orkestwerk. Toen hij zich in 1973 in Nederland vestigde om hier elektronische muziek te studeren, had de Zweed in eigen land al enkele symfonische werken geschreven. “Ik ben in Nederland gebleven juist vanwege de alternatieven voor symfonieorkesten. Die ontstonden toen hier, ensembles als het ASKO en De Volharding, die voor mij de symfonieorkesten van de twintigste eeuw zijn. Je werkt dan niet met een horde strijkers, maar met enkele versterkte solostrijkers. Je kunt het ensemble naar wens uitbreiden. Zelf doe ik dat vaak met basgitaar en synthesizer.”

Voor 'Stick on Stick' heeft hij het traditionele symfonie-orkest in zijn waarde gelaten, niet wezenlijk aangetast, maar wel uitgebreid. Het opvallendste is dat Torstensson de musici en hun instrumenten op een wat extremere manier inzet dan gebruikelijk.

Op het lijf “Bij een symfonieorkest kun je onmogelijk je muziek op het lijf van ieder orkestlid schrijven. Het liefst werk ik met groepen, die zo groot zijn, dat je elke musicus nog als een individu kunt beschouwen. Dus zo'n dertig mensen. Dan kan ik gebruikmaken van ieders kennis en kwaliteiten en is elke partij toch direct geschreven voor die ene musicus. Ik maak voer voor musici, maar niet voor elke musicus. Ze moeten er wel zin in hebben.”

De titel van 'Stick On Stick' (letterlijk: stok op stok) verwijst naar de claves (staafjes van hardhout) die door vier slagwerkers worden bespeeld en naar het uit de pop- en jazzmuziek bekende 'aftellen' met twee trommelstokken.

De claves met hun hoge doordringende klank en het gebruik van andere hoog klinkende instrumenten als vier piccolo's krijgen tegenwicht in een uitgebreide groep lage instrumenten als contrabasklarinet, contrafagotten, zelfs twee contrabastuba's en ook nog een basgitaar. Het duurt ongeveer twintig minuten, maar er zit anderhalf jaar werken in.

“Ik hou niet van muziek die 'ergens' over gaat”, zegt hij op mijn vraag hoe 'Stick on Stick' zich tot zijn vroegere werk verhoudt. “Ik vind niet dat een componist zijn muziek zelf moet benoemen. 'Stick on Stick' heeft dezelfde, eh... snelheid, dezelfde agressiviteit en dezelfde grote contrasten. Constante factoren zijn 'aardsheid' en 'fysiekheid'. Alleen doen er ditmaal meer mensen aan mee. Het zal raar zijn om zoveel musici zo lang intensief te horen en zien spelen.”

Die 'aardsheid' en 'fysiekheid' verklaart Torstensson evenzeer uit de invloed van de stad - om de paar minuten rijden luidruchtig de trams even verderop langs - als met zijn achtergrond in de natuur van eeuwig zingende bossen in Zweden.

“Contrasten en extremen zijn belangrijk. Het is nogal een verschil, in je eentje vertoeven in de grootste stilte in Zweden, of in de mierenhoop van Amsterdam. Ik ben jaarlijks een paar maanden in Zweden. Dat voortdurende verlangen naar waar ik niet ben, cultiveer ik bijna. Ik besef dat dat een luxe is; ik ben een soort luxe buitenlander. Waar ik in Zweden zit, is de natuur ruig, open en leeg. En er is geen muziek.”

Wanneer ik opmerk dat de serene stilte in de Zweedse natuur mij eerder doet denken aan 'new age'-klanken, grinnikt hij. “Ik denk in Zweden tijdens wandelingen juist aan alles, behalve aan muziek. Ook stilte kan trouwens een muzikale ingredient zijn. Wellicht vallen er daarom gaten in mijn muziek; na een groot kabaal, heeft die de neiging zichzelf plat te leggen en de stilte op te zoeken. Maar na een grote stilte, of bij een regelmaat, wat voor mij voor 'leegte' staat, verlangt de muziek ongeduldig naar erupties.”

Bomen omhakken De 'fysiekheid' van Torstenssons muziek komt voort uit zijn verlangen naar lichamelijke arbeid. “Bomen omhakken behoort zomers tot mijn favoriete bezigheden. Ik heb een groot bosgebied bij mijn zomerhuis. Daaraan moet elk jaar veel gebeuren. Mijn muziek is waarschijnlijk een weerslag van mijn behoefte aan die fysieke actie.”

De 'aardsheid' van zijn muziek komt voort uit zijn affiniteit met popmuziek.

“Die is in mijn werk”, stelt hij, “ontdaan van het meest sprekende kenmerk, namelijk de puls. Ik probeer iets van die 'aardsheid' over te houden, zonder te werken met herhalingen. Repetitieve muziek neemt alleen de buitenkant van popmuziek over. Mij gaat het juist om de binnenkant.”

“Muziek mag een zoektocht zijn, waarin luisteraars zich actief moeten opstellen. Als componist moet je luisteraars uitnodigen - om het aardig te zeggen - en dwingen, om het onaardig te zeggen, jou te volgen in je veranderingen - want muziek is verandering. Natuurlijk mag men het af en toe ook 'leuk' vinden, maar het mag nooit een dompelbad van herkenning zijn. Ik wil luisteraars niet vleien of strelen, maar boeien en plezieren door ze ongehoorde zaken te laten horen en ontdekkingen te laten doen. Waarom zou je anders muziek schrijven?”

Behalve Torstenssons 'Stick on Stick' wordt morgenavond in het Concertgebouw uitgevoerd 'Refrain' van festivalcomponist Henryk Gorecki, de '2nd Orchestral Set' van Charles Ives en 'Ameriques' van Edgar Varese. Uitzending op Radio 4.

Vanavond in de IJsbreker klinkt het kamermuziekwerk van Torstensson: 'Solo'

voor bassaxofoon, 'Urban Solo' voor sopraan, 'Koorde' voor twee piano's, en de premiere van 'Hamra' voor sopraansaxofoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden